dinsdag 15 november 2011

Staatsleningen II



Nadat vorige week werd aangekondigd dat de regeringsleider van zowel Italië als Griekenland worden vervangen, keerde vrijdag de rust op de effectenbeurzen enigszins terug, en veerden de koersen weer omhoog. Veel belangrijker, ook de rente op de Italiaanse 10-jaars-staatsleningen zakte terug onder de als magisch ervaren grens van 7%. In de Europese hoofdsteden werd opgelucht adem gehaald: het had gewerkt, eindelijk!

Onzin, natuurlijk.

Want de rente op de obligatiemarkten liep gewoon verder op, voor de landen die in de problemen zitten. Italië was dan wellicht even uit de frontlijn verdwenen, maar dat is niet meer dan een adempauze. Nog diezelfde vrijdag liep plotseling de rente van 10-jaarsleningen op Sloveense staatsleningen op naar ongeveer 7%, zonder duidelijk aanwijsbare reden.

Obligaties
De obligatiemarkten werken anders dan de aandelenbeurzen. Reacties daar zijn langzamer, maar (iets!) minder onderhevig aan de waan van de dag. De beurshandelaren die vrijdag de koersen nog positief hadden beïnvloed, zorgden er afgelopen maandag al voor, dat opnieuw sprake was van een zwarte dag op de beurzen, die zich vandaag (14.00 – meer dan 2% negatief, Europabreed) voortzette.

Ook vrijdag al liep de rente voor landen als Spanje, Frankrijk, en België sterk op. De opmars van Spanje nadert met 6,24% vandaag al aardig de 7%-grens, België blijft niet ver achter en Frankrijk zweeft rond de 3,5%.

Maandagochtend was er opnieuw goed nieuws, zo leek het. Italië haalde 3 miljard op met een 5-jaars-staatslening, tegen een rente van 6,29%. De 10-jaars-leningen stonden op dat moment op 6,42%. Overigens, een maand geleden moest bij een soortgelijke veiling van een 5-jaarslening nog 5,32% rente worden betaald. Wel was er ditmaal meer interesse voor de lening dan een maand geleden meldde men opgewekt. De vraag was 1,47 keer groter dan het aanbod, vergeleken bij 1,34 keer vorige maand. Maar in de loop van de middag ging de rente weer sterk omhoog. Vandaag stond zij weer boven de 7%.



Speculatie
Ook vandaag nam het Europarlement een regeling aan, die het speculeren met staatsleningen tegen moet gaan. Short selling van staatsleningen is niet langer toegestaan, en het gebruik van CDS wordt aan banden gelegd. Mosterd na de maaltijd, want de maatregel gaat pas in november 2012 in, en het is hoogst dubieus of er dan nog een euro in zijn huidige vorm bestaat.

Erger nog, is dat deze maatregel het werkelijke karakter van de speculatie niet onderkent. Uit het artikel van Juvenalis kan de goede lezer al concluderen, dat de werkelijke speculanten niet de handelaren in obligaties zijn, maar de regeringen, die die obligaties uit geven. Wat nu over de speculanten wordt gezegd is een jij-bak van de eerste orde. Het zijn de regeringen van de euro-landen die deze situatie hebben gecreëerd, en het gaat niet aan hun geldverschaffers er nu van te beschuldigen, dat zij deze crisis hebben veroorzaakt.

Zoals men consumenten de laatste jaren duidelijk probeert te maken: geld lenen is niet gratis, want gratis geld bestaat niet. Dat zouden ook regeringen zich eens ter harte dienen te nemen. De bankencrisis van 2008 noodzaakte veel landen hun staatsschuld gevaarlijk te laten oplopen. Inderdaad. Maar goed rentmeesterschap betekent dat je ten minste een veilige marge dient aan te houden voor als de nood echt aan de man komt. Het is heel duidelijk dat de Europese regeringen dat hebben nagelaten, zodat zij, en zij alleen, schuldig zijn aan de nu ontstane situatie.




De financiële markten hebben ondanks de omwentelingen in Griekenland en Italië nog steeds weinig vertrouwen in de eurozone. Alle belangrijke beurzen gingen omlaag. De Amsterdamse AEX-index sloot 1,4 procent lager. In Milaan was het verlies 2,3 procent.



Politiek
De verontwaardiging die uit bovenstaande inleiding van dit artikeltje bij de NOS spreekt, illustreert de algehele verbijstering bij politici. Maar de uitspraken van de huidige gezagsdragers worden niet langer beschouwd als betrouwbare leidraad voor komende ontwikkelingen. Of dat zijn oorzaak vindt in de onwil/angst zaken te benoemen die paniek zouden kunnen veroorzaken, of volstrekte onkunde doet daarbij eigenlijk niet langer ter zake.

Het schijnt niet tot politici en MSM te zijn doorgedrongen, dat deze crisis niet langer een spin-off is van politieke verlamming, maar dat deze relatie zich heeft omgekeerd: de politieke crisis wordt nu gestuurd door de ontwikkelingen op de kapitaalmarkten. Ergens deze zomer is de EU de regie kwijtgeraakt door als een stelletje Naarder beurtschippers door te sukkelen op de ooit uitgezette koers, en de storm waarin men daardoor verzeilde stuurt hen nu naar op een onvermijdelijke schipbreuk. De vraag is niet langer of die schipbreuk komt, maar wie op tijd in de boten stapt.

Maar dat weinig leidende politici dit tot zich door hebben laten dringen verbaast me niet erg. Door op Brussel te vertrouwen staat de radar niet langer ingesteld op meer dan korte termijn gebeurtenissen, zodat het nu aan de markten is de bokken van de schapen te scheiden. Wie in ogenschouw neemt welke landen diep in de problemen zitten, en welke landen nog een tamelijk comfortabele positie hebben, ziet dat de obligatiemarkten precies dát doen.

Het lijstje van vanmiddag 15.30 uur
Italië - 7,01%, een plus van 20 basispunten (0,2%)
Spanje - 6,24%, een plus van 20 basispunten
Frankrijk - 3,58%, een plus van 17 basispunten
Duitsland - 1,75%, een min van 3 basispunten

De kleine krimp in het tweede kwartaal van de Nederlandse economie deed ook de Nederlandse rente een klein beetje oplopen, waardoor de spread met Duitland iets (8 basispunten, nu 62) toenam. Economische journalisten spreken nu van aanvallen op alle landen in de eurozone die niet Duitsland zijn, wat ik een sterk overtrokken, om niet te zeggen hysterische reactie vind. Kapitaalverschaffers dekken zich in tegen toekomstige risico's.

Zoals Juvenalis vanmiddag betoogde, vertrouwen is het belangrijkste onderpand voor staatsleningen. En dat vertrouwen is voor een groot deel verdampt door het handelen van de leiders van de eurozone het afgelopen half jaar. Het verdwijnen van dat vertrouwen zorgt er voor, dat kapitaalverschaffers zich steeds minder richten op wat politici zeggen, maar steeds sterker op de onderliggende economische werkelijkheid. En pijnlijk genoeg is de situatie in de eurozone slecht, en zijn de vooruitzichten twijfelachtig. Behalve aan de PIIGS, twijfelen de markten nu ook aan Frankrijk en België, zit Slovenië in de verkeerde hoek, en is Cyprus, getuige haar kredietrating, in stilte opgegeven.

Hiermee zijn de lijnen getrokken tussen de twee blokken. Een voortgaande groei van de spread kan alleen eindigen met een boedelscheiding. Om politieke redenen is het het meest logisch om Frankrijk bij de sterke zone te houden, al zullen de sterke landen voor het voorrecht van dat Franse (en daardoor Belgische) gezelschap vermoedelijk al stevig moeten betalen.

Sarkozy heeft nu een gruwelijk dilemma: moet hij de PIIGS laten glippen in de hoop aan te mogen haken bij de neuro, of moet hij realistisch zijn, en het tweede echelon gaan aanvoeren? De noordelijke zone is vermoedelijk een stuk beter af zonder Frankrijk, ook wat politieke slagkracht betreft. Een tussenoplossing, de koppeling van een aparte Franse munt aan de neuro, bevredigt mij niet, maar is om politieke redenen een te verwachten compromis.

Bewijs
Wat garandeert u nu de realiteitszin van bovenstaande analyse? Het is een simpel feit, waarover politici zo min als MSM graag spreken. De Duitse rente is op dit moment bijna een half procent lager dan het officiële (conservatieve) inflatiecijfer in dat land. Toch zijn Duitse staatsleningen zo gewild, dat ook vandaag deze rente nog een paar basispunten verder zakte. Het is de lakmoesproef van het vertrouwen op de markten. Zo lang de Duitse rente substantieel lager ligt dan het inflatiecijfer, is deze crisis nog niet voorbij. De markten geloven de politici niet langer, en de (defensieve) aankopen van Duitse schuldpapieren bewijst dat.

Staatsleningen I



Hoe zit dat eigenlijk met staatsleningen? Waarom zijn we die ooit aangegaan?

Op de keper beschouwd bestaan er voor staten (ook voor consumenten overigens) maar drie redenen om geld (of goederen) te lenen tegen rente:

1) ter investering
2) consumptief
3) noodlening

In alle gevallen wordt geleend op basis van een onderpand, dat in het geval van nationale staten uit toekomstige inkomsten bestaat. Mede onderdeel van dit onderpand is daarom de onuitgesproken, maar zeer navrant aanwezige verwachting, dat een land in staat zal zijn de aangegane verplichtingen daadwerkelijk terug te betalen. Die onuitgesproken verwachting is middels het gevraagde rentepercentage ook verwerkt in de leenovereenkomst. Hoe betrouwbaarder een land, des te lager het rentepercentage. De hoogte van de rente functioneert tevens als verzekeringspremie tegen het niet nakomen van verplichtingen.

Natuurlijk zijn er niet zelden ook andere gronden waarom investeerders verwachtingen een rendement te behalen. De delfstoffen die een land bezit steunen de kredietwaardigheid van veel staten, aan welke men anders nog geen stuiver zou uitlenen.

Bij staatsleningen gaan de verstrekkers er a priori van uit, dat het karakter van de gevraagde lening een investeringskarakter heeft. Kredieten moeten immers ooit worden terugbetaald, en daartoe moet worden geïnvesteerd in zaken die op termijn voor het welvaren van een land belangrijk zijn, en haar inkomsten vergroten. Die investeringen kunnen bestaan uit het aanleggen van bruggen, wegen en vestingwerken, want zij leggen de basis voor economische groei en het behoud er van. Dit is de feitelijke basis van de theorieën van Keynes. Ook het in stand houden van een goed functionerend leger en/of vloot is een investering die zich vroeger op de langere termijn terugbetaalde. Wie zijn zaakjes niet op orde had, moest zich in geval van nood voorzien van middelen tegen een hoge rente.

Noodleningen, zoals feitelijk door de Nederlandse staat aangegaan bij de bankencrisis in 2008, zijn noodzakelijk als gevolg van calamiteiten waaraan de staat het hoofd moet bieden, maar waarvoor men geen voorzieningen getroffen heeft, en die van een dusdanige omvang zijn, dat zij evenmin tijdelijk aan de lopende middelen kunnen worden onttrokken zonder de staat ernstig te ontwrichten.

Noodleningen ontstonden dan ook, toen middeleeuwse vorsten die plotseling in een onvoorziene oorlog raakten, dan wel extreem slecht presteerden op het slagveld, in de problemen raakten. Vaak volstond het verpanden van toekomstige belastinginkomsten (de bevolking was dus ongewild eveneens deel van het onderpand!), en bij het ontbreken van een reguliere kapitaal markt zoals in de moderne tijd, werd er niet zelden onderling geleend van andere vorsten die belang hadden bij het overeind blijven van de in nood verkerende prins. Zo betaalde de UK vorig jaar eindelijk de laatste oorlogslening in WO I verkregen van de USA af. Frankrijk is daarmee nog steeds doende.

Door het karakter van noodleningen was de rente daarop vaak heel hoog, ook omdat het risico uit de aard der zaak hoger was dan men bij investeringen redelijk acht. Een vorst als Philips II van Spanje ging tegen het einde van de 16e eeuw binnen een jaar of acht vier keer failliet. Dit als illustratie van het risico dat zijn geldschieters liepen. Dat men hem van geld bleef voorzien, had alles te maken met de inkomsten die het Spaanse rijk had uit de onmetelijk rijke wingewesten in Zuid-Amerika. Philips II ging echter meer verplichtingen aan dan zijn staat kon hanteren, en verkeerde om die reden immer in geldnood.

In dezelfde tijd begon ook de Republiek der 7 Provinciën geld te lenen, niet zelden van dezelfde geldschieters als Philips II, hun grote tegenstander. In het woord ‘staatslening’ valt dat ook terug te vinden. Door de percentages die beide partijen betaalden valt ook in te schatten hoe deze financiers de kansen van beide partijen in schatten, maar dat gaat voor de strekking van dit artikel iets te ver.

Ongeveer in deze zelfde periode verloren veel edelen hun prominente positie die zij sinds de middeleeuwen bezaten. Edelen hadden op basis van hun bezittingen een goede toegang tot geldschieters, en velen gebruikten die voor consumptief krediet. Aangezien consumptief krediet betekent, dat u nu alvast inteert op toekomstige inkomsten om in het heden wat comfortabeler te kunnen leven, kunt u zich voorstellen dat dat niet oneindig goed gaat. De levensstijl die de adel er op na hield was niet betaalbaar uit hun lopende inkomsten, en ze consumeerden zich maatschappelijk het graf in.

Die onmatige opname van voor consumptie bedoeld krediet ligt aan de basis van de huidige problemen van de EU-staten.

donderdag 20 oktober 2011

De koningin is niet dood



De VARA liet bij DWDD een filmpje zien, dat berichtte dat de koningin niet dood was.

Grote paniek.

Vervolgens: grote verontwaardiging. Want dit soort filmpjes zaait maar paniek, zo verwees een groot deel van de boze mensen naar hun eigen initiële onrust. Ik kan er niet aan ontkomen het gevoel te hebben, dat de belangrijkste boosheid van deze mensen op zichzelf is: ze voelen zich betrapt op sensatiezucht, en vervolgens op hun eigen domheid direct te geloven dat de Majesteit een enkele reis Delft heeft gekocht.

Er zitten aan de rel rond dit filmpje vele leuke kanten, en er zijn aardige inzichten in de menselijke psyche uit te peuren. Dat het filmpje zelf niet bijzonder leuk was, was omdat ik er niet intrapte. Ik geloof eenvoudig niet dat zoiets via DWDD naar buiten komt, hoe snel ze ook zouden zijn op een bepaald moment. Indien het werkelijk gebeurd was, had je het gonzen van het gehele land bijna fysiek kunnen voelen, en dat ontbrak.

Luisteren/lezen
In de eerste plaats blijkt hieruit maar weer eens hoe slecht mensen lezen en luisteren naar wat werkelijk wordt gemeld. De eigen verwachtingen, ideeën, vooroordelen en hoop zijn veel belangrijker dan wat werkelijk wordt gemeld of gezegd. Dat geldt niet alleen voor een filmpje als dit, maar ik durf de stelling aan, dat 90% van de mensen 90% van de tijd aan dit euvel lijden. Ook, als men het dagelijks nieuws intensief volgt. Maar mijn schatting, ik geef het toe, kan te laag zijn.

Hoe geprangder het eigen gemoed, hoe sterker dit mechanisme zich manifesteert. De heftigheid van de reacties daarentegen is daarvan een veel minder significant gevolg. Karakter speelt daarin een minstens zo belangrijke rol.

Ontkennen
Een tweede punt van belang lijkt me, dat we er naar neigen meer geloof aan dingen te hechten als ze worden ontkend. "Ik geloof het pas als ze het gaan ontkennen." is een bekende uitspraak van journalisten over acties van politici. Dat heeft er onder andere toe geleid, dat regeringen zaken die niet extreem gevoelig liggen en beslist niet waar zijn, niet langer ontkennen, maar er simpelweg geen aandacht aan schenken.

Helaas is een bijverschijnsel van deze op zich niet onlogische aanpak, dat dingen die wèl waar zijn, en bovendien extreem gevoelig liggen, worden ontkend tot men het tijdstip rijp acht een officiële mededeling uit te laten gaan. Ook al is de tijd benodigd om die verklaring op te stellen en bij te schaven het enige dat hen van uitspraken weerhoudt. Zo versterkt het proces zichzelf.

Help, een wolf!
Dan is er nog het wolf!wolf!-principe. Het is een bekend sprookje, waarvan de moraal door veel goedbedoelende alarmisten niet begrepen wordt. In het kort:

Een jonge geitenhoeder wordt op een berg neergezet om geiten te hoeden. Zijn enige wapen is een houten staf. Men zegt hem, dat als er een wolf opduikt, hij alleen Wolf!Wolf! hoeft te roepen om assistentie vanuit het dorp te krijgen, zodat men de wolven kan verjagen.

Tweemaal roept de jongen Wolf!Wolf! tot chagrijn van zijn dorpsgenoten, om te testen of men inderdaad komt helpen. Bij de derde keer komt er niemand, en worden hij en zijn geiten verslonden door een troep hongerige wolven.


De moraal is eenvoudig: waarover men te vaak paniek zaait, wordt als het uiteindelijk plaatsvindt, weinig heisa meer gemaakt. Voortdurend in een staat van alarm verkeren stompt af.

Op de middelbare school hadden wij als zestienjarige scholieren na de dood van paus Paulus VI een soort running gag, om als stopwoord te zeggen: en de paus is ook dood. Dat begon net een beetje te verdwijnen, toen ik op een middag de kantine binnenkwam, en iemand mij vertelde dat de paus dood was. De nieuwe. Dat probeerde hij althans, want ik geloofde er geen woord van. Pas 's avonds thuis, bij het zien van het 8 uur-journaal, werd me duidelijk dat inderdaad ook de nieuwe paus zijn voorganger achterna was.

Jammer genoeg zijn bovenstaande overpeinzingen minder wijd verbreid dan je op basis van de naar men beweert steeds hogere opleiding van de gemiddelde Nederlander zou mogen verwachten. Wellicht dat dat komt, doordat we leven in een tijd van honger naar nieuwe feiten, nieuwe zaken, nieuwe paniek zelfs, om onze interesse gaande te houden. We leven in het tijdperk van het evenementisme. En daarmee samenhangend ook, in dat van de kalmerende middelen.

zondag 9 oktober 2011

Onder Columnisten



Juvenalis en Caroline raakten via de mail in gesprek over J.´s laatste stuk. Leuke lectuur voor een zondagmiddag.

Hi Caroline,

Je kunt het stuk lezen zoals je wilt, maar het was in de eerste plaats gericht op de verschillende werkelijkheden waarin culturen leven. Het is een stuk met meerdere lagen. En zonder het expliciet te noemen bepleit ik ook een geforceerde integratie-inspanning via het schoolsysteem, zoals Trias terecht opmerkte. Het is een noodzakelijk ding. Er is een kleinere range van acceptabele zelfzuchtigheid onder het mom van overheidsdienst nodig, daar richtte ik me op.

Overigens is er voor veel mensen die door met 'Spock' besmette ouders zijn opgevoed op dit punt een hoop werk te doen. Intelligente ouders wisten dat wel op te vangen, maar de schade in lagere milieus is onvoorstelbaar. Ik weet niet hoe intensief je daar zelf mee in aanraking bent geweest, maar de manier waarop de kunst van opvoeding in de lagere middenklassen is verwoest, is ontstellend. Niet voor niets dat opvoedprogramma's met nannies en dergelijke zo populair zijn op TV. Er is in veel families een trendbreuk geweest, en veel mensen zijn op dit punt volledig de weg kwijt. Curieus genoeg zijn juist de domste mensen, die zich niet hebben aangepast aan de nieuwste gewoonten op opvoedkundig gebied, er het best tegen bestand gebleken.

Tegelijkertijd was mijn startpunt in het stuk het ontmantelen van een hoofdletterbegrip, en ik wil er de komende maanden nog een groot aantal op een manier als deze gaan behandelen. Als een paar mensen hierdoor wat genuanceerder leren denken ben ik er al tevreden over.


XX, J.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hoi Juvenalis,

Ik vond je stuk mooi hoor, en verdraaid, ik ging aan het denken ook nog. En wel dat eerlijkheid misschien minder belangrijk is dan realisme.

In Amsterdam West heb ik altijd alleen maar goed opgevoede kinderen getroffen, althans, andere herinner ik me niet. Op mijn spreekuren in Amsterdam West maar ook een keer op de marinewerf in Den Helder merkte ik wel dat wat de arbeiders werden genoemd, en nu Henk en Ingrid, vaak meer beschaving en fatsoen hebben in hun pink dan nogal wat leidende figuren in hun hele lijf. Het is juist voor die mensen waar mijn hart wel eens voor huilt, omdat die én zo vreselijk in de steek gelaten zijn (genaaid) en omdat ze het werkelijk niet kunnen bevatten, dat dat gedaan is door mensen tegen wie ze geleerd hadden op te kijken. Die sociaal-experimenteerders vind ik dan ook tot in het beschimmelde merg van hun stinkende gebeente oneerlijk, en dat kan niet vaak genoeg gezegd worden.

XX, C.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hi Caroline,

Fatsoen!! Dat is het woord dat ik hier beter in had moeten passen, al had ik wel daarmee de onderlagen in het stuk een beetje weg geschoffeld. Kun je nagaan hoe ver het woord buiten mijn vocabulaire geraakt is. Fatsoen is zo ongeveer waar ik op doel met de term "cultureel gerelateerde eerlijkheid". Er is weinig dat er dichterbij komt.

Realisme heeft mijn persoonlijke voorkeur als het om regeren gaat, maar als dat kan worden gecombineerd met ouderwets fatsoen (maar dan niet van een CDA'er ;) ) , dan teken ik er voor.

Helaas komt een groot deel van de groep sociaal-experimenterders juist oorspronkelijk voort uit die groep fatsoenlijke mensen uit de arbeidersklasse. Die begrijpen zelf naar mijn idee in overgrote meerderheid niet wat ze hebben aangericht, maar zetten hun resultaten af tegen de inderdaad evenmin frisse situatie waarin hun ouders 60 jaar terug zaten, sociaal gezien. En daaraan ontlenen ze hun - zeer beperkte - gelijk. Ze hebben het ouderwetse fatsoen vernietigd zonder er iets voor in de plaats te stellen.

De laatste tijd lees ik soms wat oude stukjes van Carmiggelt, waarvan ik een plank heb overgehouden toen mijn ouders, uit wat nu nog mijn huis is, vertrokken. Wat je daar in terugvindt tekent een maatschappij die ten onder gegaan is, heel stilletjes uitgestorven eigenlijk.


XX, J.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hoi J.,

De PvdA werd niet voor niets de drs-en partij genoemd, dat valt best mee, en de laatste arbeider die ik er gezien heb was Hans Mohr, inmiddels dood en toen kamerlid. Aardige man, die geheel terecht aan me vroeg 'aan welke man al die feministes dan gelijk wilden zijn. Aan hem, die met 14 echt de haven in ging om te werken, of aan de havenbaronnen.' Ik vond dat een zeer wijze opmerking, en als ik al de neiging gehad had, had ik die van af dat moment niet meer: feministe worden.

Het probleem is natuurlijk dat wat je in de ene maatschappij op gevangenisstraf komt te staan, in de andere samenleving juist wordt toegejuicht. Zo kan ik me voorstellen dat als de imam me voorhoudt dat ik alleen deugdzaam kan zijn door de kafir uit te buiten en lastig te vallen, en verkrachting een goede manier is van jihad, dat ik anders in het leven sta dan we in Nederland gewoon of zelfs maar aanvaardbaar vinden. En zo komen we dan weer bij de multicul terecht, er zijn (en worden!) nog teveel mensen geïmporteerd die niet bij ons en onze cultuur passen. Onze regering heeft niet het Nederlandse fatsoen om daaraan een einde te maken, of dat zelfs maar met enigszins zinnige (ik kan in een paar uurtjes een wet schrijven die het wel houdt, en die wel werkt) pogingen daartoe doet. De uitverkoop van het laatste restje van ons en onze samenleving aan de EU en de opoffering van onze welvaart en toekomst aan een waandenkbeeld over munt (!!!) komt daar dan nog eens bij, of is misschien nog wel erger.

En als homogene (maar verzuilde, er waren smaken genoeg in Nederland) en intelligentere samenleving hadden we nu sterker gestaan tegenover de politiek en het bestuur, gewoon omdat we weten wat we aan elkaar hebben gemiddeld gesproken, iets wat nu niet meer het geval is. Want ook als we anders waren, dan waren we toch niet zo anders dat we elkaar niet begrepen. Nu ontbreekt de gedeelde grond onder de voeten te veel en te vaak. Gezien de intelligentie van de instroom zal dat wel zo blijven, want van mensen met een IQ van 80 gemiddeld of daaromtrent, is natuurlijk weinig te verwachten.

Ergens in de 70-er jaren was Nederland 'af' aan het raken, mensen waren mooi en slim (gemiddeld) en gelukkig, autootje voor de eigen deur, en met één inkomen kon je heel wel een gezin draaien. Niet dat we nu helemaal 'hobbits' waren, maar we kwamen er in de buurt. En dat mocht natuurlijk niet duren, en desnoods moesten de collectivisten dan maar ziekte, lelijkheid en gebrek importeren, om hun voortdurend bemoeien met het volk te rechtvaardigen. En ook de scholing van het volk moest minder, want te slim is voor machthebbers niet aantrekkelijk.

Vandaar dat men doende is en blijft, het in eeuwen geweven weefsels van onze samenleving kapot te maken op een manier waarop Stalin, Hitler en Mao jaloers geweest zouden zijn. Het kan allemaal wel kapot namelijk. En als al eerder geconstateerd: hoe meer er kapot is, hoe fijner dat voor de fascisten die de macht hebben is. En ja, ik gebruik het woord fascisten in het volledige bewustzijn van de betekenis ervan.

Fatsoen? Ik weet niet of je het zo moet noemen, ik zou het liever 'beschaving' noemen, beschaving naar Nederlandse normen, en niet alleen uiterlijke, maar vooral ook innerlijke. De beschaving die maakt dat als je op een bepaalde positie zit, je je vooreerst bewust bent van de verantwoordelijkheden die die met zich mee brengt, en dat niet jij zo bijzonder bent, maar de positie waarin je je bevindt. Ik denk dat de grote afbraak van dat soort fatsoen, die beschaving, met Balkenende een grote vlucht genomen heeft, de man die sneller ouwehoerde dan god kon luisteren. Als die laatste daar al zin in gehad mocht hebben, maar misschien brengt zijn positie het moeten wel met zich mee.


Terzijde: weet je wat me opvalt? Dat ik al weken geen waardetransporten meer hoor (gaat altijd met motor- en auto-escortes en veel sirenes en afzetten van de brug en zo gepaard) of zie van en naar de Nederlandse Bank hier. Vreemd, want het waren er altijd wel een paar per week.

Ik ben dan ook behoorlijk benieuwd naar de beantwoording van de vragen van de SP over onze goudvoorraad.



Caroline

vrijdag 7 oktober 2011

'Eerlijkheid’ en politieke besluitvorming



Eerlijkheid is een hoofdletterbegrip, dat een zeker altruïsme impliceert. Iemand die aangeeft een eerlijke uitspraak te gaan doen, bedoelt daar over het algemeen mee, dat hij iets gaat zeggen dat niet in zijn eigen voordeel is, maar desalniettemin onmogelijk met goed fatsoen ontkend kan worden. Het zou komisch zijn als dit niet zo’n interessant fenomeen was. Eerlijkheid betreft gewoonlijk iets dat tegen ons directe belang in dreigt (en lijkt) te gaan.

Daarmee is eerlijkheid een ruilmiddel voor betrouwbaarheid. Iemand die zich bereid toont, zaken te accepteren die niet in zijn directe belang zijn, bewijst daarmee de zaken op langere termijn te kunnen zien. Door zaken te accepteren die in het voordeel van een ander zijn, wordt daarmee tegelijkertijd een zeker commitment aangegaan met die persoon. En relaties dienen gebaseerd te zijn op ‘eerlijkheid’, dat weet iedereen. Bewezen eerlijkheid is in zekere zin de valuta binnen een relatie, van welke aard die relatie dan ook is. Ook zaken als inflatie,  devaluatie etcetera kunnen een belangrijke rol spelen.

In ieder geval, iedereen denkt te weten hoe belangrijk eerlijkheid is binnen een relatie. Zoals ik het hier presenteer maakt het de oplettende lezer al duidelijk dat het een heel wat klinischer bedoening is dan de pure goedheid en erkenning, waar het vaak voor wordt aangezien. Maar ook als het dat niet is, moet je er uit de aard der zaak al uit concluderen, dat er bijzonder weinig reden is Eerlijkheid met een hoofdletter te schrijven. Er bestaat niet zoiets als dè eerlijkheid. Als het toepasselijk is het begrip te gebruiken, speelt tegelijkertijd een belangenrelatie een rol.

Sociale intelligentie
Naarmate mensen meer sociale intelligentie bezitten, zijn ze zich dit meestal ook beter bewust. Mensen met een gebrekkiger sociale intelligentie plegen zich bij tijden te beroepen op de oneerlijkheid waarmee zaken zich ontwikkelen. Daarmee bedoelen ze inderdaad, dat het hen niet naar den vleze gaat. Het is hier dat een spraakverwarring optreedt met het begrip Rechtvaardigheid, dat zoals ik als bekend veronderstel, eveneens een projectie is, maar van een andere aard.

Naast Rechtvaardigheid, wordt eerlijkheid vaak verward met Objectiviteit. Speciaal culturele eerlijkheid/rechtvaardigheid/objectiviteit levert in dit verband Babylonische spraakverwarringen op.  Dit heeft er alles mee te maken dat wat cultureel gezien eerlijk is, ons in onze eerste jaren wordt bijgebracht door onze ouders. Dat is althans de bedoeling. De opvoedrevolutie, die sinds de invloed van Dr. Spock zich in Nederland deed voelen veel gezinnen heeft ontwricht, heeft het mishandelen van de eigen kinderen door ouders sterk teruggedrongen, maar het aantal gerechtvaardigde aanleidingen daarvoor explosief doen toenemen.

In plaats van een gevoel voor een bepaalde culturele eerlijkheid, hebben veel mensen van onder de 50 nu vooral een eerlijkheidsgevoel dat gebaseerd is op hun directe persoonlijke gewin. Dit maakt het hanteren van het begrip eerlijkheid vrijwel onmogelijk, aangezien er bij beslissingen van hogerhand altijd iemand is die zich tekort gedaan voelt, en dat prompt vertaalt als ‘oneerlijk’.

Politici
Een directe weerslag is, dat politici proberen te vermijden groepen mensen ‘en bloc’ voor het hoofd te stoten. Dat dit denken op een bijzonder korte termijn is, kan iedereen zien die even doordenkt, maar moderne politici hebben denken op termijnen dan voorbij de eerstvolgende verkiezingen niet als eerste zorg. Het zit eenvoudig niet in hun programmering.

Deze preventitis-aanpak domineert sinds een jaar of 30 het openbaar bestuur, en de gevolgen zijn sinds 2001 in volle wasdom te bewonderen, al schijnt niemand te beseffen wat de oorzaak is. Dat veel politici in hun handel en wandel tijdens hun respectievelijke carrières zelf volop het slechte voorbeeld geven vergroot het probleem onevenredig, omdat daarmee wordt geïllustreerd waarom ze niet in staat te zijn er op overtuigende wijze iets aan te doen.

Een gevolg van het daardoor ontstane wantrouwen ten opzichte van politici is, dat het eerdere bestaan van nieuwe politici publiekelijk onder een vergrootglas wordt gelegd. Helpt dat? Natuurlijk niet. Politiek is bij uitstek een vak waarin je mensen met levenservaring nodig hebt. Er zijn niet veel mensen met voldoende levenservaring die zonder schrammetjes het stadium van politieke rijpheid bereiken. Het enige effect is het vergroten van het legioen besluiteloze grijze muizen. Die elkaar vervolgens ook nog eens met grijze-muizen-normen de maat gaan nemen.

Opvoeding
Cultureel gerelateerde eerlijkheid (zoals door mensen ervaren) is gebaseerd op een geslaagde conditionering met normen en waarden tijdens de opvoeding. Daaropvolgend is het noodzakelijk, dat de maatschappelijke leiding de fakkel overneemt door het goede voorbeeld te geven.

Om effectief te zijn, dient er een zekere consensus te zijn aangaande wat als maatschappelijk eerlijk wordt beschouwd. Als je nu in Nederland om je heen kijkt, is die consensus ver te zoeken. Dat heeft veel te maken met de vrijheid/blijheid, c.q. die in de opvoeding van kinderen wordt beleden, maar eveneens met de verschillende uitgangspunten die bij de opvoeding van de kinderen wordt gehanteerd.

Een normen en waarden-offensief – hoe sympathiek ook - zoals premier Balkenende indertijd begon was volstrekt kansloos, omdat het de basis van het probleem niet aanpakte: het ontbreken van een doordachte manier waarop kinderen op school gevormd worden in een uniforme culturele omgang met elkaar. “Lief zijn voor elkaar” is daarin een goed bedoeld, maar contraproductief uitgangspunt.

Conclusie
Mensen die hopen dat de huidige politieke chaos van korte duur zal zijn doen aan wishful thinking. Daar zijn meer argumenten voor, maar zoals ik in dit stuk betoogde aangaande de mentale gesteldheid van de gemiddelde Nederlander, er is een min of meer uniform gevoelde eerlijkheid noodzakelijk alvorens we ergens zullen komen.

vrijdag 16 september 2011

De Missing Link



Door onderzoekers naar de oorsprong van de mens wordt veel gesproken over de Missing Link, de legendarische overgangssoort tussen mens en aap, van welke wij allemaal zouden moeten afstammen. Men is ondertussen teruggekomen tot een tijdstip 3 a 4 miljoen jaar geleden, en dat we verder terug moeten lijkt vast te staan.

Of we die overgangsfiguur ooit zullen vinden? Men gaat er daarbij stilzwijgend van uit, dat de overgang middels langzame evolutie heeft plaatsgehad, zonder plotselinge mutaties van dominante eigenschappen. De reden? Van een plotselinge overgang als zo’n snelle mutatie is bijzonder weinig kans er iets van terug te vinden. Het enige dat je bij zo’n snelle mutatie terug zou kunnen vinden, zijn een korte periode met babylijkjes van mutaties die niet geschikt bleken voor overleving. Aangezien de natuur babylijkjes onder normale omstandigheden al na een paar jaar tot onherkenbare compost verwerkt, is de kans hierop vrijwel nul. Een plotselinge overgang naar de ‘moderne’ mens is dus niet attesteerbaar.

De maatschappelijke missing link, bijvoorbeeld, is evenmin aanwijsbaar. Ze moeten er in redelijke aantallen geweest zijn, de afgelopen 50 jaar. Een aantal loopt nog steeds rond, en de kans dat u als u dit leest er zelf een bent, ligt vrij hoog.

Opvoeding & onderwijs
Ik bedoel dit: de opvoeding en opleiding van onze laatste drie generaties in de westerse maatschappij laten een stevige trendbreuk zien met voorgaande generaties. Dat gaat verder dan alleen een mentaliteitsomslag. Die is belangrijk, maar de kenmerken er van zijn veel belangrijker dan de omslag op zich.

Een belangrijk gevolg van die mentaliteitsomslag is de wijze waarop de opleiding van onze kinderen op scholen ter hand genomen wordt. Tot circa het 14e levensjaar krijgen onze nakomelingen tegenwoordig een zo breed mogelijke opleiding op hoog niveau, om zeker te stellen dat ze na deze leeftijd in staat zijn om bij het vereiste niveau op de door hen uiteindelijk gekozen studierichting te kunnen aanhaken. Tijdens die brede opleiding op middelbaar niveau worden kinderen volgepompt met kennis en vaardigheden die ze op het topniveau later nodig zouden kunnen hebben.

De vervolgstudies gaan diep, en maken deze kinderen tot hoogst gespecialiseerde academici als zij hun universitaire opleiding voltooien. Niet alleen hebben zij kennis van waar de grenzen van de contemporaine wetenschap liggen; van iedere generatie wordt ook verwacht dat zij die grenzen nog iets helpen opschuiven.

Door die opschuivende grenzen is het onvermijdelijk dat de stappen daar naar toe steeds groter worden. Op dit moment is de afstand zó groot geworden, dat voor veel kinderen de logica tussen de verschillende stappen verloren gaat. Een bijkomend probleem is, dat doordat de docenten in voorgaande generaties dit probleem ook al hebben ervaren, zodat ze minder aandacht schonken aan een logische opbouw van de lesstof, dan aan het halen van hun targets aan het einde van het schooljaar.

Beroepsdeformaties
Eenzelfde probleem doet zich voor bij mensen die na hun opleiding functies aanvaarden waarin het belangrijk is te begrijpen waarom de zaken die zij gaan beheren zijn georganiseerd zoals zij ze aantreffen. Dit geldt vooral, maar niet uitsluitend, voor mensen die in dienst treden van overheidsorganisaties. Van hen wordt een prompte bijdrage aan de verdergaande professionalisering van hun organisatie verwacht, in plaats van te worden ingewerkt in historie en logica van het door hen gekozen beroep.

Een extra tegenstrijdigheid is daarbij, dat de nieuwe werknemers nog maar zelden uit overtuiging kiezen voor een dergelijk beroep. Eerder beschouwen zij dit als een eerste stap in een lange carrière, die hen langs een keur van management-georiënteerde functies moet leiden tot een felbegeerde topfunctie in onverschillig welk overheidsgremium.

Wat hierdoor verloren is gegaan, is de logische opbouw van veel regels en maatregelen, die op zich allemaal inderdaad efficiënter kunnen worden geregeld en toegepast, maar daardoor helaas hun onderlinge verbanden gaan verliezen.

Een tweede verlies dat hiermee samenhangt, is dat niet langer de intentie van regels belangrijk is, maar een efficiënte toepassing van de letter van vigerend beleid.

Dit laatste probleem ontstaat mede, doordat de gezochte promotiemogelijkheden primair ontstaan via drie mogelijke criteria: a) het invoeren en implementeren van nieuw en succesvol beleid, b) een kwantificeerbaar resultaat als gevolg van een letterlijke uitvoering van een bepaald voorschrift, en c) een verdere aanscherping van bestaande regels en normen ten einde een verdere verbetering van de algemene omstandigheden die de bewuste regel beoogde te bewerkstelligen.

Hoe goed bedoeld ook, alle drie deze factoren werken contraproductief bij het tot stand brengen van een geïntegreerd overheidsbeleid. Door de onmatige fixatie op het type beleid dat door de aandacht vanuit de publieke opinie de beste promotiekansen biedt, ontstaan beleidsmatige excessen die geen objectieve basis hebben in de mogelijke resultaten, en de omvang van de middelen die worden ingezet. Aangezien ook de publieke opinie, vrijwel uitsluitend vertegenwoordigd door het journaille van de MSM, dat leeft van de aandacht voor zaken waarvan mensen denken dat hen die persoonlijk raken kunnen, hier een rol in speelt, is een proces ontstaan dat vrijwel onmogelijk te remmen valt.

Voorbeelden bestaan op vele gebieden. Ik geef er drie.

1) In het geschiedenisonderwijs werd een aantal jaren terug in het kader van de bewustwording van leerlingen voor belangrijke zaken als slavernij, vrouwengeschiedenis, en kolonialisme (om er een paar te noemen) besloten dat aan deze onderwerpen extra aandacht diende te worden geschonken, zulks ten koste van een logische opbouw van het geschiedenisonderwijs.

Een gevolg was dat kinderen vaak redelijk op de hoogte waren van bepaalde feiten en gebeurtenissen, maar deze op geen enkele wijze in een logisch historisch verband konden inpassen, omdat hen een degelijk kader ontbrak. De slavernij in de Oudheid en de slavernij in de USA in de 19e eeuw worden door veel kinderen als in elkaars verlengde liggend beschouwd. En zo verder.

2) De fixatie op risico’s voor alle deelnemers aan het verkeer leidde tot extreme aandacht (en subsidies) voor allerhande zaken als verkeersrotondes en snelheidsbeperkingen op snelwegen, die op de keper beschouwd vrijwel niets bijdroegen aan de algemene verkeersveiligheid, maar door hun kwantificeerbaarheid en herkenbaarheid in het openbare domein voor het publiek herkenbaar waren als beleid in uitvoering.

3) Een ander gevolg van een fixatie op het beperken van risico’s zie je terug in de wijze waarop men probeert de risico’s van vers bereid voedsel te minimaliseren. Met als onbedoeld gevolg, dat vers en volledig door een restaurant zelf bereid voedsel vrijwel alleen nog verkrijgbaar is in restaurants die staan vermeld in de Michelin-gids, of de aspiratie hebben daarin voor te komen.

Dit is een tendens die in geheel West-Europa waarneembaar is, en onterecht wordt geweten aan de prijs van vers ten opzichte van convenience food dat bij groothandels ruim voorradig is. En bacteriologisch vrijwel dood. En daardoor smakeloos. De prijs van vers is inderdaad astronomisch, maar de oorzaak daarvan ligt aan de extreme voorzorgen die een restaurant moet treffen om vers voedsel zelfs te mógen bereiden. De arbeidskosten van allerlei voorzieningen maken het voor ondernemers vrijwel onbetaalbaar. De werkelijke verbetering is echter miniem.

Conclusie
Wat ontbreekt, is overzicht op grote verbanden, en de ruggengraat om de beoordeling van die verbanden en de conclusies die men daar aan verbindt te verdedigen. De overheid trekt zich van dit soort zaken veel te veel aan van mensen die met slechts een zeer beperkte kennis van zaken via pressiegroepen hun onrust uiten. Die onrust ontstaat door berichten in de media, die vaak zijn ingestoken door ambtenaren, die belang hebben bij de aandacht voor hun specifieke gebied van het algemeen beleid. Waarmee de cirkel rond is.

Ik geef hier drie voorbeelden, maar zou er uit de losse pols een stuk of vijftien kunnen beschrijven. En dit Missing Link-concept is op veel meer terreinen toepasbaar, waar de afgelopen 50 jaar een trendbreuk heeft plaatsgevonden. Wie goed om zich heen kijkt, ziet er dagelijks voorbeelden van.

Ik ben van mening dat, doordat we in ons onderwijs aan toekomstige generaties nalaten de onderlinge samenhang van veel zaken te tonen, maar vooral aandacht besteden aan een onbeperkte verbetering van zaken die op zich prima functioneren, we een maatschappij hebben gecreëerd die steeds hysterischer word. Dat we hierdoor tevens ontwend zijn te accepteren dat iemand iets in een groter verband plaatst, waardoor een specifiek aandachtspunt minder prominent op de agenda staat en zal blijven staan, is een ongelukkige extra handicap.

dinsdag 13 september 2011

Vrijheid (bestaat niet/is een illusie/is gebondenheid) & de multiculti



Vrijheid bestaat niet. Het spijt me u dat zo plompverloren voor de voeten te moeten gooien, maar het is iets dat u onder ogen moet zien. Het begrip heeft een rechtmatige plaats in een illuster rijtje: Rechtvaardigheid, De Waarheid en Vrijheid impliceren allen, dat er één en ook maar één unieke staat is van elk, die de ultieme en opperste staat vertegenwoordigt. Helaas is dat niet waar.

Van zowel Rechtvaardigheid als De Waarheid heeft u dat wellicht al eens eerder onder ogen gezien. Maar van Vrijheid? Velen spreken er over, het is een ideaalbeeld voor vrijwel iedereen die zich bezig houdt met politiek. En we hebben bovendien de neiging er ons op te beroepen, als we in het nauw komen. Dus is het bijzonder jammer dat het echt niet bestaat, en niet meer is dan een filosofisch begrip.

Het probleem met Vrijheid is, dat het een begrip is dat afhankelijk is van de context. Dat is problematischer dan het klinkt, omdat de logische eerste reactie is, dat je losmaken van een bepaalde context bevrijdend zou moeten werken. Echter, bevrijding van de ene context kan alleen door je te verbinden aan een volgende context. Volkomen vrijheid in de zin van ongebondenheid aan restrictieve omstandigheden kan daardoor eigenlijk niet bestaan, en moet worden gedefinieerd als een filosofische onmogelijkheid.

Maatschappelijk is de definitie van toegestane Vrijheid over het algemeen, dat u elke vrijheid heeft, tot u die van een ander in de weg zit. Dat is min of meer de basis van het liberalisme, en van onze vrijen en open maatschappij. Niet zelden is het gevolg, dat uw vrijheid en die van uw buren elkaar in de weg komen te zitten. Botsingen zijn, juist door het persoonlijke karakter die Vrijheid in essentie heeft, onvermijdelijk.

Waar we het meestal over hebben als we spreken over Vrijheid, is een gevoel van Vrijheid. Hier wordt het interessant. Want het is zeker mogelijk je volkomen vrij te voelen. Wat hiervoor benodigd is, is het speelveld te verkleinen. Als we dat vertalen naar een maatschappelijke situatie ontstaat volkomen Vrijheid, als u een situatie bereikt waar de grenzen die u zichzelf vrijwillig oplegt, nooit worden overschreden door de buitenwereld.

Uit de aard der zaak is het onvermijdelijk dat de buitenwereld van tijd tot tijd inbreekt in uw universum, en wanneer dat te vaak gebeurt, ontstaat een gevoel van onvrijheid. Indien voldoende geprovoceerd, is de volgende reactie er een van al dan niet lijdelijk verzet tegen die buitenwereld, die u in uw Vrijheid belemmert.

Dat dit ambivalente situaties oplevert is ondubbelzinnig onvermijdelijk. De mooiste manier van een samenvatting die ik ken om het dilemma duidelijk te maken, stamt uit de vroegste periode van het Christendom. Tekst van een veel voorkomende votieftablet:
Ik ben een slaaf van Christos, en daardoor ben ik volkomen vrij

Hoe moeten we dit begrijpen? Binnen een vrij streng begrensd universum, kon de bekeerling zich overgeven aan zijn geloof, en kan niets hem weerhouden zijn geloof te praktiseren zoals hem dat het best voor komt. Door afstand te nemen van alle maatschappelijke regels die in tegenspraak waren met zijn overtuiging, werd de volkomen Vrijheid verworven. Alles daarbuiten negeerde hij of zij als niet-relevant, iets dat in de eerste evangelische fase werd opgevangen door de kerkelijke organisatie, en in het uiterste geval tot gerechtelijke stappen van de overheid leidde. De leeuwen aten daar inderdaad goed van, maar dat was niet meer dan een exces.

Welbeschouwd zijn ook culturen te vertalen als besloten gemeenschappen die een set gedeelde waarden huldigen. Daarom is de multiculturele samenleving als concept, een aanval op de cultuur van mensen die zich prettig voelen in hun eigen cultuur, en daaraan weinig of geen concessies wensen te doen. De ironie van de situatie van de multiculturele samenleving is, dat men die niet-bereidheid tot concessies doen in essentie wel accepteert van groepen immigranten die voldoende groot zijn om in hun nieuwe woonomgeving hun oorspronkelijke cultuur met succes in stand te (willen) houden, maar niet van de oorspronkelijke bevolking die pogingen in dezelfde richting onderneemt.

Uw Vrijheid wordt begrensd door die van anderen. Het impliciete maatschappelijke uitgangspunt daarvan is en blijft, dat de kernwaarden van de deelnemers aan een maatschappij voldoende dicht bij elkaar liggen, om tezamen een werkbare gemeenschap te vormen. Als dat niet zo blijkt te zijn, ontstaat er geen probleem, maar dan is er een probleem.

Wie zijn waarden niet wenst aan te passen aan die van anderen, zal moeten proberen de rechten van anderen in te perken, voor zo ver die fundamenteel strijdig zijn met de eigen normen. Ware Vrijheid is het recht je eigen grenzen en beperkingen vast te leggen. In het geval van extremistische moslims komt dat niet zelden neer op een afwijzen van democratie en open maatschappelijke systemen. Dat is consequent met de leer van de islam, en beslist verdedigbaar. Maar het is onverenigbaar met een maatschappij, zoals we die wensen in het Westen.