dinsdag 28 december 2010

Zwakte



- Belangrijke vraag: maakt het internet dat mensen zich seksueel afwijkend gaan ontwikkelen? #durftevragen #wilhetechtweten -

- Ik bedoel eigenlijk: zijn al die pedofielen gemaakt (door internet) of 'zo' geboren? -

- Zijn pedofielen echt geïnteresseerd in kinderlichamen of wekt 't virtuele aanbod, de aandacht en 't verbod de interesse? -

Een setje tweets in mijn Twittertijdlijn vanmorgen. Niet iets voor een kort antwoord, dus ook niet om direct op te reageren. Maar, het liet me niet los, en gedurende de dag dwaalden mijn gedachten er naar terug. Blijkbaar, ook als ik er niet concreet aan dacht, was mijn onderbewustzijn er nog steeds mee aan de gang.

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik er geen verstand of kennis van heb, behalve wat boerenverstand. Dat geeft wat ik hier opschrijf mogelijk iets obligaats, maar ik wil het van mijn lever af. Schrijven is ook therapie, uiteindelijk. Op die wijze werd De Volkskrant jarenlang gebombardeerd met bekentenisbrieven van mannen die in therapie hun zonden tegen hun wederhelft opschreven. En als het dan eenmaal opgeschreven was, zou het toch jammer zijn zo'n brief niet te versturen. Niet dat ze ooit geplaatst werden, maar u begrijpt hoop ik wat ik bedoel.

Ik zie een soort gemene deler, iets heel treurigs eigenlijk. Zwakte. Frustratie ook, over die eigen zwakte. Daders lijken altijd een beetje minne mannetjes, niet alleen wat betreft hun misdaad, maar ook daarvoor al, in het algemeen. Ik associeer het niet met, laten we zeggen, de gemiddelde Chippendale-stripper.

Het zijn vaak de rustige, timide mannen in weinig stoere beroepen die er last van hebben. Geen kerels die je tijdens een duistere nacht een donker steegje in zouden kunnen sleuren, die je nadat je ze 's avonds gepasseerd bent nog wat ongemakkelijk vanuit je ooghoek in de gaten houdt. Geen kleine Napoleons, die hun postuur compenseren met een sterke persoonlijkheid.
Het zijn juist de gedweeë mannetjes die ertoe niet in staat lijken, waarmee je je kinderen het minst kunt vertrouwen. De onderliggers, zowel fysiek als geestelijk. De kinderlokker waarvoor ik in mijn jeugd werd gewaarschuwd werd, als je terugkijkt, ook onbewust afgeschilderd als een wat sneue figuur.

Met bovenstaande typering geef ik impliciet al aan niet te geloven in een aangeboren afwijking, maar eerder in compensatiedrang, de drang om met de wereld een nieuw evenwicht te bereiken. Je ziet soms met kinderen al, dat ze niet goed gelijk op kunnen met hun leeftijdgenoten, en dan met jongere kinderen gaan spelen. Mensen zoeken een vorm van erkenning, ook al is die kunstmatig en tijdelijk. Zeker als ze die in de maatschappij op geen enkele normale wijze kunnen verwerven. Als dat doorschiet, krijg je via projectie een fixatie op kinderen, die immers de verpersoonlijking van onschuld zijn. Ze geven niet het weerwerk dat een normale een volwassen persoonlijkheid levert.

De schandalen van wat zich veertig jaar geleden in de katholieke kerk afspeelde illustreren een dergelijke situatie. Niet alleen waren de daders vaak zelf door een dergelijke senior misbruikt (wat ook een vorm van legitimatie verschaft voor de beperkten van visie), zij maakten deel uit van een systeem dat weinig erkenning van hun persoonlijke kwaliteiten verschafte, om van liefde en sociale contacten nog maar te zwijgen.

Bovendien maakt de gelegenheid de dief, zoals het spreekwoord zegt. De kinderdagverblijven moeten op deze mensen een onweerstaanbare aantrekkingskracht hebben, omdat het zoveel gelegenheid tot compensatie biedt. Keizer in een beperkt universum, aanbeden door de kinderen.

Ik geloof dan ook niet dat het internet er veel mee te maken heeft. Het lijkt meer met macht te maken te hebben. Seksuele relaties tussen mensen kennen zeer vaak een machtscomponent, hoe het evenwicht ook ligt. Kinderen, die geen benul hebben van het seksuele element, zijn per definitie manipuleerbaar, ook voor heel zwakke persoonlijkheden. Zwakke persoonlijkheden, met een drang zich toch te manifesteren.

Wie geestelijk onmachtig is, probeert dat niet zelden met fysieke agressie op te lossen. Tijdens mijn studie werkte ik vaak in een studentencafé, waar ook een intelligent en goed uitziend meisje kwam, dat de gewoonte had heren die wat te bijdehand werden een draai om de oren te geven. Hard. Als portiers was het beneden onze waardigheid terug te slaan, maar nadat ik haar had uitgelachen om het zwaktebod van het slaan werd ik van haar behandeling uitgezonderd: niemand wil graag voor zwak worden versleten. Respect verdienen is niet altijd gemakkelijk, en volgt soms rare wegen.

Dit stukje is in de eerste plaats een persoonlijke ontboezeming hoe ik naar kindermisbruikers kijk. Therapie? Het lijkt me moeilijk. Te verontschuldigen is het nooit, en als het onderdeel van iemands psychisch profiel geworden is, lijkt de kans op herhaling me enorm. Hoe zielig deze figuren ook zijn, het belang van kinderen moet voorop staan. En god bewaar diegene die aan míjn kind komt.

maandag 20 december 2010

Het islamdebat in De Balie 19 december 2010



In Het Parool staat een verslag van het Islamdebat, dat gisteren in De Balie werd gehouden. Er waren vele prominenten van Islamkritische huize aanwezig, en maar weinig belangrijke vertegenwoordigers met een positief Islam-beeld. Sjoerd de Jong (NRC-journalist) kun je toch moeilijk als prominente Nederlander beschouwen.

Het verweer moest dus komen van de opgekomen mohammedanen zelf. Dat verweer kwam er ook, maar tegen de wetenschappers en mensen als Frits Bolkestein is het niet gemakkelijk optornen. De emoties liepen bij tijden wel hoog op. Carel Brendel benadrukte via Twitter dat de chaos van de bijeenkomst niet uit het Parool-verslag te destilleren viel.

Het gevolg laat zich raden: er was een debat, er werden stellingen uitgewisseld, er werd door belanghebbenden geprotesteerd tegen de stellingen, en vervolgens ging het publiek naar huis en maakten de panelleden onderling wat beter kennis. Om daarvoor een groot debat op te tuigen was een beetje overdreven, eigenlijk. Want het was te voorzien dat het zo zou gaan.

Afgaand op de recensie viel de weinig plooibare houding van de Belgische wetenschapper Wim van Rooy op, die poneerde dat alleen uit harde confrontaties voortgang voort kon komen. Dit doet ons in zekere zin on-Belgisch aan, maar hij heeft zeker gelijk. De tijd van omfloerst taalgebruik is voorbij, er is al genoeg schade door aangericht.

De bijdrage van Frits Bolkestein is in zekere zin onderbelicht gebleven. Volgens het Paroolverslag ging hij minder ver in zijn stellingname dan Wim van Rooy, maar kwam met de uitspraak:


''In plaats van ons bezig te houden met een beschouwing van de islam is het beter om te kijken naar het gedrag van moslims.''

Dit is echter een zéér vergaande uitspraak! En dat het niemand opvalt, illustreert hoe ver het debat zich al heeft ontwikkeld.

De politieke basis van een partij als de PVV is, dat men zich richt tegen de islam, maar niet tegen de moslims. De reden hiervan is heel simpel: als men zich zou afzetten tegen 'de moslims', dan ligt het verwijt van discriminatie direct klaar, en dat is dan ook niet onterecht. Het is in het geheel niet eenvoudig te spreken over 'de moslims', zonder stigmatiserend te worden. Waarschijnlijk is het zelfs onmogelijk.

Dat deze uitspraak van Bolkestein vrijwel ongemerkt passeert, toont, dat er een omslag in het denken over de gehele problematiek plaatsvindt.

Het debat over de immigratie en integratie-problematiek heeft zich dusdanig ver ontwikkeld, dat men er eigenlijk niet langer aan ontkomt specifieker te worden, omdat we zullen moeten toegeven dat niet alle volgelingen van de islam over één kam te scheren zijn. Dat we dit punt bereikt hebben is winst, maar wie de weg er naar toe nauwkeurig bestudeert ziet hoe lang en omzichtig de term 'de moslims' krampachtig is vermeden.

De goede bedoelingen achter de antidiscriminatiewetgeving hebben het lang onmogelijk gemaakt de problemen te benoemen. Nu is echter het punt bereikt dat dat niet langer gaat, zonder de goede mohammedanen te kort te doen.

Wie die goede mohammedanen zijn, is het volgende probleem, en juist die discussie is gevaarlijk. Evenals het gevaarlijk is, alle mohammedanen over één kam te scheren, is het onmogelijk het debat te beperken tot de overlast die we hebben van ongedisciplineerd tuig met een moslimachtergrond. Want het probleem is wel degelijk geworteld in de islam, en de culturele achtergrond van een groot deel van zijn aanhangers.

Het benoemen van het probleem is essentieel voor het formuleren van een oplossing. Eén van de zaken die zeker zal moeten worden aangepakt, is de agressie die onder de vlag van de islam de opvoeding van de nazaten van de islamitische immigranten binnensluipt. Dat die verbonden is met een religieus element van meerderwaardigheidsgevoelens waarvoor in brede maatschappelijke zin geen erkenning gevonden wordt, is een zorgelijk fenomeen. De aangewezen weg lijkt te lopen via de moskee, maar die weg is de afgelopen twintig jaar onbegaanbaar gebleken.

Wat een extra handicap blijkt is de gebrekkige ambitie bij een groot deel van de mannelijke nakomelingen van de immigranten. Waar de meisjes een inhaalslag realiseren, blijft het overgrote deel van de jongens hangen in een misplaatst superieur zelfbeeld. Omdat deze zelfgenoegzaamheid ten opzichte van de meisjes cultureel gestimuleerd wordt binnen de eigen groep, ontstaat hier een steeds grotere kloof binnen deze bevolkingsgroep als geheel.

Hier moet radicaal een einde aan worden gemaakt, en dit kan alleen maar op pijnlijke wijze, door een doelbewuste politiek tegen dat gewraakte zelfbeeld te voeren. Dat zal verre van makkelijk zijn, en veel maatregelen die denkbaar zijn, zijn tevens stigmatiserend voor deze mannelijke nakomelingen van de immigranten. Waar nog aan moet worden toegevoegd dat het weliswaar voor een heel groot deel van deze groep nodig is, niet voor allemaal.

vrijdag 17 december 2010

Kunst? Ego!



We zijn decadent. Het is een beetje een goedkoop openingsstatement, maar ik houd van helderheid. De decadentie is overal om ons heen terug te vinden: in onze verkrampte maatschappelijke ordening, in de hysterische wijze waarop onze rechtsspraak tracht absolute waarheden te realiseren die slechts bestaan in een illusoir paradijs dat ons nooit zal geworden, en in de kunsten die een reflectie zouden moeten zijn van onze idealen. Er is meer, natuurlijk. Ons leven is er mee doordesemd, zodanig, dat we het ons nog zelden bewust zijn.

Op bijna onmerkbare wijze werd ik uit mijn sluimer gewekt door een artikeltje achter op het NRC Handelsblad van gisteravond. Het is lang geleden dat ik op die krant geabonneerd was, en ik mis haar niet. Behalve wellicht om de stukjes op de achterpagina, waarop ooit de fine fleur van de Nederlandse columnisten zich verzamelde. Ooit.

Het was aldus met enige weemoed dat ik me liet leiden naar die plek waarop een zeer lezenswaardig stukje van Gerrit Komrij stond. Hij had een negatieve mening over het blije van alledag, waarbij ik slechts instemmend kon knikken. Komrij begrijpt het.

Nu ik er toch was, bekeek ik de rest: in Amsterdam-West wordt een beeldhouwwerk geplaatst. Nu is de oorsprong van het beeldhouwen de substantiëring en meerdere glorie van het goddelijke, en lang was dat haar enige functie. Met de opkomst der beschavingen voelden ook de heersers daarvan zich voldoende god in eigen land om zich ook via steen te laten verheerlijken voor het nageslacht. Zo doende ontstond de vergoddelijking van de mens in steen, maar nog steeds was het een eerbetoon. Beeldhouwers lijken het nog steeds zo te zien, de werken van iemand als Rodin, en met hem vele anderen, stralen dat uit.

In het begin van de 20e eeuw begon het perspectief te kantelen, en kreeg ook het abstracte zijn plaats in de beeldhouwkunst. Het is niet gemakkelijk het abstracte te verbinden met een religieus eerbetoon, en dat gebeurde dan ook steeds minder. De beeldhouwkunst raakte los van zijn wortels. De kunstenaars lijken nog nauwelijks te beseffen wat hun wortels zijn. Ik chargeer, natuurlijk, maar met voldoende reden om zulks te rechtvaardigen.

Terug naar Amsterdam-West. Het liefst een beeld met het Ajax-logo, wilden de jongeren in de probleemwijk waar het beeld zou komen te staan. Die jongeren snapten het. Iets wat je belangrijk vindt, iets dat je wilt eren. Het beeld kwam in hún park, ze zouden er ook bij gaan helpen, in de gedachte dat ze zo meer betrokken zouden raken bij het wel en wee van de buurt.

Maar het werd dus een beer.

Een betonnen beer van tien meter hoog, met een kussen onder zijn arm.

De jongens hebben hun inspraak gehad, en de kunstenaar heeft met hen gesproken. Niet dat de kunstenaar de jongens heeft weten te overtuigen: er was een budget, er was een plek, er was een kunstenaar. Dat was genoeg. De jongens deden niet meer mee. Dat vindt de kunstenaar niet erg, want het gaat om wat híj vindt. Nu.

In het artikeltje vinden we nog wat zelfgenoegzaam gepruttel over buurtbewoners die soms komen kijken. Alsof ze er omheen zouden kunnen, midden in hun wijk. Nu staat er in zijn naaktheid het in beton gegoten opgeblazen ego van deze moderne kunstenaar, die nog steeds iets goddelijks denkt te verheerlijken. Namelijk zichzelf.

Het is jammer dat er zo'n grote speld voor nodig is om een tien meter hoge beer van beton te vernielen, want de aanvechting broeit in mij. En ik ben er zeker van dat de jongens uit die buurt me graag zouden helpen. Al was het maar als uiting van hun cultuur.

maandag 29 november 2010

Onderzoek journalistiek door Artikel7 van start gegaan




Zo de kop is er af.

Onderstaande brief is vanmiddag verzonden aan alle politieke journalisten in Nederland, of hun redacties. Hij spreekt voor zich, neem ik aan.

Dit is in de eerste plaats hier neergezet zodat de lezers van A7 kunnen volgen hoe we dit doen, zodat ze een beeld hebben van wat er gebeurt als er plotselinge onaangenaamheden van zouden komen.

Na vrijdag 10 december gaan we er pas over publiceren, of we het voor elkaar krijgen om al in dat weekend een voldoende zorgvuldige analyse te leveren, dan wel dat we pas de maandag daaropvolgend kunnen publiceren, dat zullen we af moeten wachten.



L.S.,


Dit bericht is voor uw redacties bestemd, maar daarvan blijkt een mailadres niet eenvoudig beschikbaar.


Ik verzoek u onderstaand bericht door te geven aan de redactie van BNR-programma's voor zover van toepassing.



L.S.,



In het licht van het debat over de geloofwaardigheid en integriteit van ons politiek systeem, is RTL-Nieuws drie weken geleden een onderzoek gestart waarbij men álle Tweede Kamerleden een aantal concrete vragen over een mogelijk strafrechtelijk verleden heeft voorgelegd.



Artikel7.nu vraagt vandaag uw aandacht voor het onvermijdelijke vervolg daarop: een onderzoek naar partijpolitieke bindingen en mogelijke strafrechtelijke veroordelingen van politiek journalisten, commentatoren, nieuwsanalisten en hun hoofdredacties.



Wij gaan er van uit dat u de logica van deze stap zult inzien, zowel parlementariërs als journalisten zijn immers exponenten van het publieke debat èn de onmiskenbare controle van de overheid. Als voor de eerste groep een dergelijke controle als door RTL-Nieuws redelijk is, is zij dat voor de tweede groep evenzeer.



Wij hopen dat u van harte zult meewerken.



Bijgaand treft u een vragenlijst aan, waarvan wij hopen dat u zult bevorderen, dat uw medewerkers waar het hier om gaat, ons die voor vrijdagmiddag 10 december aanstaande ingevuld zullen retourneren.



Hoewel wij ons kunnen voorstellen dat het uw voorkeur heeft de gegevens centraal in te zamelen en aan ons te doen toekomen, hebben wij geen bezwaar tegen het ontvangen van individuele gegevens, mocht een groep van uw medewerkers bezwaar hebben tegen het openbaar maken van de data waarom wij u verzoeken.



Wij verzoeken u ons de gegevens toe te sturen op Juvenalis@live.nl



Onderstaand vindt u een lijst met de namen van uw medewerkers die onze lezers dit weekend konden achterhalen. Het is geenszins onwaarschijnlijk dat deze lijst incompleet is, maar wij rekenen op zowel uw sportiviteit als begrip voor het belang van deze zaak om ons verzoek over te brengen aan alle medewerkers waarom het in dit verband gaat. Voor de volledigheid sommen wij die hier op op basis van functie:





Politieke journalisten, Hoofdredacties, Commentatoren, Politiek columnisten, Chef Nieuwsdienst, Bureauredacteuren mediaprogramma's, Presentatoren mediaprogramma's



Dit verzoek doen wij aan alle landelijk opererende kranten en media die geacht worden tot de zogenaamde Main Stream Media te behoren. Geen correspondenten, geen free-lancers. Het gaat ons zoals u zult begrijpen in de eerste plaats om de gegevens van mensen die primair

verantwoordelijk zijn voor ontwikkeling en behandeling van het dagelijkse (politieke) nieuws.



Met vriendelijke groet, en hopend op uw medewerking,


Redactiecoördinator Nieuws & Opinieblog Artikel7.nu Artikel7.nu@gmail.com







************************************************************************************************************************



Brief en vragen voor de betreffende medewerkers:



Geachte heer, mevrouw



Vandaag is Artikel7.nu begonnen met een onderzoek naar het strafrechtelijk verleden van politieke journalisten en opiniemakers. Wij wenden ons nu tot u met het verzoek of u bereid bent mee te werken aan het beantwoorden van een aantal persoonlijke, indringende vragen, die te maken hebben met uw persoonlijke verleden.



De directe aanleiding is het maatschappelijk debat over het strafrechtelijk verleden zoals dat is aangezwengeld oor RTL/nieuws op 18 november jongstleden. Hierdoor ligt de indringende vraag op tafel welk verleden journalisten die zich professioneel met politieke zaken bezig houden, en of dat verleden op enigerlei betekenis heeft voor het werk en de geloofwaardigheid van journalisten en de redacties en het systeem waar zij deel van uit maken.



Wij realiseren ons terdege dat deze vraag raakt aan een belangrijk uitgangspunt+ het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Tegelijk is evident dat deze vraag niet los kan worden gezien vanwege de hoge morele normen, waarden en standaarden die door de Nederlandse journalistiek blijkbaar worden nagestreefd, en die door veel redacties en landelijke media worden uitgedragen, sinds het politieke debat over de stabiliteit en de geloofwaardigheid van het kabinet´, in de Tweede Kamer.



Vrijwel alle landelijke media middels berichtgeving duidelijk hebben laten merken hoe belangrijk men dit vindt, en dat er een relatie is tussen persoonlijk handelen en openbaar functioneren - dat wil zeggen: journalistieke geloofwaardigheid. Daaraan is toegevoegd dat rekrutering en screening een zaak is van redacties en media zelf: “het is aan u zelf om u te verantwoorden naar uw lezers.” Zonder feitelijke, correcte informatie in het publieke domein over een eventueel strafrechtelijk of met belangen verstrengeld verleden is dat ons inziens echter een fictie, en wordt uw werk daarmee inhoudsloos.



Nu het evident is dat de media journalistiek zulk een hoge borst opzetten, moet ons inziens de vraag onder ogen worden gezien hoe op een zorgvuldige, integrale wijze de lezer en kijker deze informatie kan worden gegeven. Artikel7.nu probeert dat onderzoek te objectiveren, en in redelijkheid te komen tot een overzicht van relevante feiten, zodat ook daadwerkelijk transparantie wordt betracht.



Vandaar dat wij U onderstaande vragen stellen, met het verzoek of u die vragen uiterlijk vrijdag 10 december kunnen zijn beantwoord. Het staat uw redactie uiteraard vrij onze vragen niet te beantwoorden, maar wij menen dat een volwassen debat gevoerd zou moeten worden op grond van feiten, en dat het aan ieder afzonderlijk is zich een mening te vormen over de feiten.



Wij nemen ons voor de feitelijke informatie integraal, op één moment, per medium op onze website te publiceren, en daarover te berichten in onze nieuwskolommen. Ons uitgangspunt is dat we feitelijk en zakelijk berichten over de uitkomsten, waarbij recht wordt gedaan aan de codes van hoor en wederhoor. Wij staan daarbij uiteraard open voor uw inbreng, met het oog op een zorgvuldige belangenafweging.

***********************************************************************************************************************



De vragen die wij u willen stellen zijn:



- Bent u ooit veroordeeld voor een strafbaar feit, en zo ja, wanneer, waarvoor en welke sanctie is opgelegd? (niet zijnde snelheidsovertredingen binnen Wet Mulder en parkeerboetes)



- Hebt u ooit een tuchtrechtelijke berisping,/veroordeling gekregen, en zo ja, waarvoor, wanneer en welke sanctie is opgelegd?



- Indien sprake is van een van bovenstaande feiten, heeft u dat bij uw aanstelling of tijdens uw werkzaamheden gemeld? Zo nee, waarom niet?





- Heeft u persoonlijke schulden van een dusdanige omvang dat deze uw objectief functioneren zouden kunnen belemmeren?





- Bent u lid van een politieke partij, en zo ja, welke, en hoe actief bent u daar in?



- Heeft u geregelde of ongeregelde, betaalde of onbetaalde, nevenwerkzaamheden die voorvloeien uit, of samenhangen met, uw werk als politiek journalist, of daar binding mee hebben?



- Indien u een van beide direct voorgaande vragen positief heeft beantwoord, is uw werkgever daarvan op de hoogte?



- Indien u deze vragen niet wilt beantwoorden, wilt u dan alstublieft aangeven waarom niet? U mag ook uiteraard aangeven waarom u de vragen wèl beantwoordt.



Wij verzoeken u uw beantwoording te sturen naar: Juvenalis@live.nl



Als wij vrijdag 10 december 12.00 uur geen bericht van u hebben ontvangen, gaan wij er van uit dat u de vragen niet wilt beantwoorden. Wij zullen contact opnemen met uw hoofdredacteur en de directie van uw medium om te zien hoe de beantwoording van onze vragen het beste kan worden afgehandeld.





In afwachting van uw antwoord,



Namens de redactie van Nieuws & Opinieblog Artikel7.nu,





Hoogachtend,





Redactiecoördinator


Tot ons genoegen kan ik zeggen dat de eerste reacties al binnen zijn. Uit de aard der zaak niets spectaculairs, en zoals gezegd, ná 10 december hoort u er meer over.

Journalisten en parlementariërs schelen niet zo veel



De taak van parlementariërs en journalisten vertoont grotere overeenkomsten dan we wel eens beseffen. Beiden controleren de macht: parlementariërs door het werk van de regering kritisch tegen het licht te houden en waar nodig te corrigeren, journalisten door het werk van de overheid kritisch tegen het licht te houden, er over te berichten en waar nodig kritische kanttekeningen te plaatsen.

Om die reden is het niet heel vreemd dat er een zekere overloop tussen beide groepen bestaat, al is het vrijwel uitsluitend eenrichtingsverkeer van de journalisten naar de rangen van de volksvertegenwoordigers. Maar dat zal zeer beslist ook met de riantere beloning van parlementariërs te maken hebben. Maar ook dat men, eenmaal ingewijd op een bepaald niveau, niet zonder het gevoel van verraad te plegen terug kan gaan naar onderzoeksjournalistiek: er zou een geurtje omheen blijven hangen.

Overigens hoeft de terugkeer uit de politieke sfeer niet te betekenen dat een terugkeer in de rangen van de journalistiek geheel uitgesloten is. Het grote voorbeeld op dit moment daarvan is Frits Wester, de bekende commentator van RTL-nieuws, die in een eerder stadium van zijn loopbaan als voorlichter werkzaam was bij het CDA.

Het is daarom wel opvallend dat het juist RTL-nieuws was, dat vorige week een Doos van Pandora opende door alle Kamerleden te bevragen over hun eerdere bestaan vóór zij volksvertegenwoordiger werden, zulks naar aanleiding van de commotie rond de leden van de PVV-fractie.

De vraag in hoeverre dat relevant is voor hun functioneren als Kamerlid moet worden beantwoord met: vrijwel niet. Het enige argument dat er voor zou kunnen pleiten, is als er feiten bekend zouden worden die van invloed zouden kunnen zijn op het stemgedrag van Kamerleden bij wetgeving, of bijzondere vertrouwenskwesties. Dat alles heeft niets van doen met niet-politiek gebonden misstappen in een eerder bestaan, hoe walgelijk deze ook zouden kunnen zijn.

Wel is er de kwestie welk beeld een fractie zou uitdragen als zij zich bevolken zou met zware criminelen, maar hiermee begeven we ons op het vlak van de politiek zelve. Als de politici van andere partijen dit hadden aangezwengeld had er een politieke debat kunnen ontstaan over wenselijkheid van voorgeschiedenis van parlementariërs, en waar grenzen te trekken. Als onderdeel van het duw- en trekwerk binnen de politieke arena was er geen commentaar op mogelijk geweest, en hadden de media er op hun eigen wijze verslag van kunnen doen.

Maar wat de afgelopen week het meest opviel, was dat de media zich stortten op dit onderwerp, waarbij collega-politici van aan de kaak gestelde parlementariërs zich beperkten tot afkeurende geluiden, die een sterk verplicht ritueel karakter hadden. De drijfjacht zoals die zich openbaarde was in eerste instantie een product van de media.

Zoals ik in mijn openingsalinea al stelde, is er een grote overeenkomst tussen de taak van een parlementariër en die van een politiek journalist. Dat maakt het onvermijdelijk, dat als journalisten zich ongegeneerd op het politieke vlak begeven, dat ook aan hen dezelfde vragen en eisen als aan parlementariërs kunnen èn moeten worden gesteld.

Was dit tot een jaar of tien geleden vrijwel een onmogelijkheid, doordat de burgers van dit land zich noodgedwongen moesten beperken tot wat de media ons wilden tonen, tegenwoordig is er het internet, en meer specifiek, de blogosfeer. Waar de media hun kerntaken laten versloffen, zullen de blogs het gat onvermijdelijk vullen. Dit toon zich al enige tijd in het ontstaan van nieuws en opiniesites, niet allen zoals Artikel7, maar ook sites als Sargasso, Dagelijkse Standaard en natuurlijk GeenStijl.

De conclusie die getrokken moeten worden uit bovenstaand verhaal ziet u vandaag terug op deze site. Als journalisten parlementariërs de maat gaan nemen, kan het niet anders dan dat de blogs de (politieke) journalisten en hun bazen de maat gaan nemen. Dat is een democratische noodzaak.

woensdag 24 november 2010

Religies & samenlevingen



Religie is de spiegel van de samenleving. Dat bedoel ik zoals ik het hier opschrijf. Letterlijk. Het doet er in dat verband werkelijk niets toe of een lid van een samenleving in de god(en) van deze religie gelooft, de dogma's accepteert dan wel een diametraal godsbeeld aanhangt: als lid van de maatschappij die de heersende religie weerspiegelt, zal hij voor leden van een andere cultuur en ander religieus paradigma direct herkenbaar zijn als iemand uit die bepaalde maatschappij.

Als ik dat op mezelf toepas, betekent dat, dat ik voor een Syrische mohammedaan herkenbaar ben als christen. Dat, terwijl ik niet eens atheïst genoemd kan worden, omdat daar een te sterk element van afzetten tegen gelovigheid zit. Zonder religie geen atheïsme. Goddeloos zou mij vermoedelijk nog het best omschrijven, in religieuze zin ben ik blanco. De oorzaak ligt in een te late kennismaking vermoed ik zelf; ik herinner me nog levendig mijn belangrijkste emotie toen het concept godsdienst me in zijn volle omvang duidelijk werd: verbazing. Desalniettemin ben ik cultureel een christen.

Varkensvlees
Religies zijn ooit ontstaan als methode om de wereld en de maatschappij te verklaren, te regelen en kaders te stellen. Een aantal van die regels betreft moraal, maar er zijn ook praktische elementen die hun weg in taboes en verboden hebben gevonden. Het niet mogen eten van varkensvlees, om een voorbeeld te noemen, heeft een praktische kant. Het is niet zo algemeen bekend, maar het rauw eten van varkensvlees is bijzonder ongezond. Je kunt er makkelijk ziek van worden. Daarom moet het helemaal gaar zijn om geschikt te zijn voor consumptie. Rundvlees daarentegen kun je in grote hoeveelheden rauw verslinden zonder dat het problemen oplevert.

Het voorbeeld van het varkensvlees verklaart uitstekend waarom zowel joden als mohammedanen geen varkensvlees mogen eten. In hun oorspronkelijke kerngebied waren voldoende alternatieven, en de warmte maakt het eten van varkensvlees een extra gevaarlijke factor.

Voedselvoorschriften
In Europa werd ten tijde van de verbreiding van het christendom al veel varkensvlees gegeten; de Romeinen sloegen het als vleessoort hoger aan dan rundvlees: meer smaak. Het christendom accepteerde uit praktische overwegingen het eten van varkensvlees, en toont daarmee ook de wederzijdse beïnvloeding van maatschappelijke werkelijkheid en religieuze dogma's.

Het christendom heeft in zijn voedselvoorschriften nooit een heel strakke regie gevoerd, en waar zij dat toch deed, was het in de eerste plaats verbonden met rituelen en praktische overwegingen. Een concreet voorbeeld van het laatste is de periode van vasten die de katholieke kerk haar volgelingen voorschreef. Deze valt precies in de tijd van het jaar dat de laatste wintervoorraden worden opgemaakt, en er nog niet voldoende voedsel groeit om de bevolking naar behoren te voeden.

Evolutie en aanpassingsvermogen
Kenmerkend voor het christendom, is dat het zich in zijn voorschriften en dogma's altijd flexibel heeft getoond wat betreft de veranderende maatschappelijke werkelijkheid, al nam het daar dan weer wel ruim de tijd voor. Aldus bleef het een spiegel van de maatschappij waarvan zij deel uitmaakte: meebewegend, vaak remmend, maar nooit een onoverkomelijke hindernis.

De acceptatie van de toenemende scepsis tegenover godsdienstigheid sinds de Verlichting is daarvan het ultieme bewijs. Dat het centrale dogma van het christendom Liefde is, zal daartoe beslist hebben bijgedragen. De ruimte die onze maatschappij voor andersdenkenden laat werd aldus weerspiegeld in het religieuze bewustzijn. Tolerantie is een maatschappelijk dogma geworden.

Islam
Ook de islam is een weerspiegeling van de samenlevingen waar zij domineert, maar in tegenstelling tot het Westerse christendom is zij er in geslaagd maatschappelijke veranderingen te buigen naar haar leerstellingen. Het resultaat is een maatschappelijke verstarring. Dit heeft heel lang goed gewerkt, omdat de islam zich niet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de RK kerk (Galileo Galileï etc.), heeft vastgelegd op hoe de wereld er uit zag, maar op hoe de gelovigen er mee om dienden te gaan. Maar dat liet onverlet dat de maatschappelijke structuur niet voor discussie vatbaar was.

Een tweede handicap voor aanpassingsvermogen van de Islam is het ontbreken van een centraal geestelijk gezag, dat in staat is veranderingen van maatschappelijke aard te sanctioneren. De concessies die het katholicisme middels pauselijke encyclieken door de eeuwen heeft gedaan aan de werkelijkheid waarmee ze werd geconfronteerd, hebben de voorwaarden geschapen voor verdergaande ontwikkelingen. De islam, met zijn decentralisatie en vertrouwen op lokale jurisprudentie, gekoppeld aan de rigiditeit wat betreft het aanpassen aan sociale ontwikkelingen, was daarom niet klaar voor de steeds snellere maatschappelijke veranderingen die haar in de 20e eeuw bestormden. Haar traditionele reactie, verzet, zorgt door de kracht van de aanstormende veranderingen voor grote sociale onrust. Het wereldbeeld van deze mensen vertoont grote scheuren die men niet wenst te zien, laat staan accepteren.

De immigranten
Wat op valt aan de mohammedanen die de afgelopen decennia naar Europa geëmigreerd zijn, is dat zij zich deels hebben aangepast aan onze maatschappelijke dogma's van tolerantie voor andere opvattingen, en deels weigeren zich er aan te conformeren. Dat is eigenlijk opmerkelijk, want het is een grote stap van een maatschappij die zich verzet tegen verandering en vasthoudt aan dogma's en leerstellingen die 1400 jaar oud zijn, naar een maatschappij als de onze. Een cultuurshock doet mensen niet zelden teruggrijpen naar voorvaderlijke waarheden, en dat zien we bij grote groepen immigranten dan ook gebeuren.

De immigranten die zich wel hebben aangepast aan de in West-Europa geldende normen en waarden worden in discussies vaak gematigde moslims genoemd. Dit is misleidend, en feitelijk onjuist. Vanuit het perspectief van het mohammedaanse geloof zijn zij afvalligen, omdat hun wereldbeeld eerder christelijke waarden weerspiegelt dan die van de islam. Wie zich aanpast op een zodanige wijze dat hij of zij ons christelijke normen en waarden-stelsel omarmt, is cultureel christelijk aan het worden. Dat is fundamenteel strijdig met het geloof en de cultuur van het land van herkomst.

Godsdienstige evolutie
Op de keper beschouwd is het mohammedanisme een filosofisch systeem waaraan geen wijzigingen mogen worden bewerkstelligd. De Koran, als zijnde het woord van God, laat daartoe geen ruimte. Het is in dat opzicht ook onzinnig om te spreken over een toekomstige judeo-christelijk-mohammedaanse cultuur als mogelijke resultante van de immigratie. Dit impliceert een samensmelting die strijdig is met het maatschappelijke model van islamitische culturen. Het christendom is daartoe wel degelijk in staat, al zou het gevolg maatschappelijk als degeneratie moeten worden beschouwd.

Maar vanuit mohammedaans perspectief is een samensmelting een filosofische onmogelijkheid. Het gaat in tegen het wereldbeeld van de islamitische maatschappij, omdat verandering vanuit religieus perspectief uitgesloten is, en er niemand met voldoende religieus gezag is om die verandering te bewerkstelligen. Mocht het echter toch plaatsvinden, dan zal de verschijningsvorm er van zodanig afwijken van wat nu gewoonlijk als kenmerkend wordt beschouwd voor de islam, dat men met recht zal kunnen spreken van een nieuwe godsdienst.

Dit is op zich niet zonder precedent: het oorspronkelijke christendom zoals dat tot circa 350 na Christus gepraktizeerd werd lijkt maar heel weinig op wat wij tegenwoordig met die term omschrijven. De eerste christenen zouden onze religieuze gebruiken en dogma's niet of nauwelijks herkennen, en eerder zien als een travestie van hun geloof. Het christendom had echter als voordeel dat het geen remmingen had zich aan te passen aan afwijkende culturele omstandigheden. De islam heeft op dit punt een fundamenteel (sic!) probleem.

Een maatschappij wordt weerspiegeld in de opvattingen van de dominante religie. Het christendom en de islam zijn dusdanig verschillend, dat zij niet langdurig naast elkaar kunnen staan, op straffe van een schizofrene splijting van de maatschappij. De Europese uitdaging van de 21e eeuw is de opvattingen van de islam terug te brengen tot religieuze leerstellingen, die de heersende opvattingen van de judeo-christelijke cultuur in Europa accepteren. Dat daarover niet licht mag worden gedacht lijkt me hierboven voldoende duidelijk uiteengezet.

woensdag 17 november 2010

De nieuwe paria's



Het is geen verheffend gezicht. Schuldbewuste parlementariërs, die moeten erkennen dat ze zich in een eerder stadium van hun leven hebben misdragen. Een partijleider die door het stof gaat, omdat er tijdens de selectieprocedure fouten zijn gemaakt, die hij in de gegeven situatie moeilijk kon vermijden. En dat slechts om beeldvorming. Want we hebben het in het geval van Lucassen over de door politieke partijen opgeroepen spoken van 80 jaar geleden.

Uitsluitingsgronden
Wat een parlementariër in een eerder deel van zijn leven heeft gedaan, het niet-politieke deel, zou niet uit mogen maken zo lang het niet relevant is voor zijn politieke handelen. In dat verband is alleen relevant wat iemand heeft gedaan in politieke functies, en hoe hij zich daar in heeft gedragen. Privé-misdragingen dienen ter beoordeling van de kandidaatstellende partij te zijn.

Wel kan een nieuwe situatie ontstaan, als iemand zou worden geroepen tot een ander type politieke functie, namelijk een bestuurlijke. Het is heel wel voorstelbaar dat een fraudeur een uitstekend kamerlid blijkt te zijn, maar niemand zou zich in zo'n geval kunnen voorstellen een dergelijk persoon te doen benoemen tot minister of andere bestuurlijke functie van staatswege.

Ten laatste is het natuurlijk evident, dat privé-misdragingen tijdens het politieke leven wel een directe invloed hebben op het functioneren, en daaruit moeten andere conclusies worden getrokken dan uit feiten die teruggaan tot een periode waarin nog geen sprake was van deelname aan politieke processen.

Beeldvorming
De beeldvorming van de PVV zoals uitgedragen door veel politieke partijen in de afgelopen jaren is in de eerste plaats gebaseerd op de angsten voor een herhaling van de politieke ontwikkelingen in het Interbellum (1919-1939). Deze angsten zijn tamelijk hysterisch, niet in het minst omdat zij de unieke omstandigheden van die periode miskennen. Ernstiger is, dat men er naar handelt, en er zijn politieke tegenstanders bij voortduring mee om de oren slaat. Veroordeeld voor de daad heeft plaatsgehad. De film de Matrix in het echte leven.

Door die voortdurende morele veroordelingen heeft men politieke partijen als de PVV heel lang weg kunnen houden uit het parlement. Dat dit niet langer het geval is, komt omdat zelfs de grootste angstpsychose niet bestand is tegen een keiharde botsing met de werkelijkheid. Heeft deze botsing eenmaal plaatsgevonden, dan kan in een gezonde maatschappij nog slechts de afbrokkeling van de psychose voortgaan. Dit ondanks een vasthoudende voortzetting van hun kruistocht door de lijders aan de angstpsychose.

Een bijkomen gevolg van de voortdurende stigmatisering van bepaalde politieke ideeën, is dat de mensen die zich beschikbaar wilden stellen voor politieke functies ten einde die ideeën uit te dragen, voornamelijk mensen bleken die maatschappelijk niet veel te verliezen hebben. Of bereid bleken hun schepen achter zich te verbranden. Lucassen is een voorbeeld van het eerste, Geert Wilders en Martin Bosma voorbeelden van het tweede.

Onethisch
Politici en parlementariërs moeten voor hun functioneren beoordeeld worden op hun daden als politici. Door veel mensen, PVV-aanhangers voorop, wordt nu tegelijkertijd gesproken over politici ter linkerzijde van wie het een en ander bekend is dat volstrekt niet door de beugel kan. Dat zou evenmin ter zake moge doen wat betreft de kwestie-Lucassen.

Het is echter wel relevant om eens te kijken hoe de leidende politici die nu met de vinger wijzen, zelf hebben gehandeld in eerdere situaties waarin een zuiver moreel oordeel diende te worden geveld. Deze zaken moeten uit de aard der zaak beperkt blijven tot relevante zaken zoals hierboven geschetst. De score daarvan valt niet mee.

GroenLinks
In de zaak-Pormes, een GroenLinks EersteKamerlid waarvan bekend werd dat hij in zijn jeugd deelgenomen had aan trainingen door terroristen, onttrok Femke Halsema zich aan discussie en stellingname door zich te positioneren als "slechts leider van de TweedeKamerfractie van GroenLinks". Dit was natuurlijk evidente onzin, want als je politiek leider bent van je partij heb je er mee te maken, en als je dat niet bent is de vraag gerechtvaardigd wat je dan doet in veruit de meest prominente politieke functie van je partij. Maar ze kwam er mee weg, er werd niet op doorgehamerd.
De zaak-Pormes is bepaald geen uniek incident voor GroenLinks. Ook de kwestie-Duyvendak, wortelend in een apert politiek verleden, is een zaak die mevrouw Halsema zichzelf mag aanrekenen. Maar excuses daarvoor bleven achterwege.

D66
Over Alexander Pechtold speelt een onfris verhaal over een incident tijdens zijn wethouderschap in Leiden. Milieu, fraude etc. Pechtold was verantwoordelijk, maar ontkwam door elders burgemeester te worden, later zelfs minister en politiek leider van D66. Toen lachte hij er nog lief bij.

PvdA
Van de brokken met PvdA-vertegenwoordigers is geen complete lijst bekend, maar hij is lang. Heel lang. Dat dat bij een grote partij onvermijdelijk is, ik zal het direct toegeven. Wat veel minder vanzelfsprekend zou moeten zijn, is de wijze waarop deze partij het feilen van haar vertegenwoordigers toedekt. De Amsterdamse Noord-Zuidlijn is in dat verband een dodelijke kwestie voor Job Cohen zelve. Niemand bleek verantwoordelijk. De burgemeester, als eindverantwoordelijke van het management van het gemeentelijk bestuur, werd gesauveerd, en maakte zich er met een grapje van af.
Meer actueel is de hernieuwde benoeming van Fatima Elatik als voorzitter van het vrijwel failliete stadsdeel Oost in Amsterdam. Deze dame bedreef een politieke doodzonde door te proberen een financieel debacle te verbergen voor haar deelraad, waarop ze terecht door haar eigen partij werd teruggetrokken uit het bestuur. Een paar maanden later wordt zij opnieuw geïnstalleerd, deze week, met als excuus dat de financiële gang van zaken haar niet toe te rekenen was. Over het democratisch gehalte van haar verantwoordingsbesef naar de deelraad: geen woord.

Politieke laakbaarheid
Het moet bij politieke laakbaarheid gaan om zaken die de politiek betreffen, of tenminste actueel zijn. Het verder aanwakkeren van politieke tegenstellingen door te wroeten in het niet-relevante verleden van parlementariërs dient niet alleen geen doel, maar verscherpt ook de maatschappelijke tegenstellingen. Politici die spreken over de boel bij elkaar houden zouden daar ook consequenties uit moeten trekken, in plaats van deze slagzin als mantra te herhalen en het tegengestelde te doen.

Het debat van gisteren, waar ook premier Rutte moest opdraven, hoewel daar staatsrechtelijk geen enkele aanleiding toe was, was een klucht. SP-leider Emile Roemer liet zien dat te begrijpen met een subtiele, maar goed geplaatste terechtwijzing. De rest van de oppositie mag zijn woorden ter harte nemen. Bestrijd partijen op zakelijke gronden en op politieke overtuiging, maar niet op verdachtmakingen. Het slaat altijd terug op u zelve, en op de politiek als geheel.

zondag 14 november 2010

Moreel besef in de politiek



Er is iets raars met moreel besef in de politiek. De kwestie Lucassen confronteert ons hier op pijnlijke wijze mee. Niet alleen doordat Geert Wilders een moreel probleem in de ogen moet zien op een moment dat hij zich dat feitelijk niet veroorloven kan. Zijn politieke tegenstanders roeren zich nauwelijks omdat ze hun standpunt zullen laten afhangen van de koers die de PVV-leider kiest.

Politieke moraliteit is een stuk publicitair gereedschap. Ik wil best aannemen dat veel van de politici die met tranen in hun ogen morele standpunten uit staan te dragen denken dat ze het echt menen. Echter, hun ware mening komt pas boven op het moment dat men de macht heeft er van af te wijken ten faveure van een ander doel, dat men van hoger belang acht. Dit is in feite de essentie van politiek: het afwegen van standpunten tot nut van het algemeen.

Getuigenispartijen
Om beter duidelijk te maken wat ik bedoel is het van belang eerst eens te kijken naar het politiek handelen van getuigenispartijen zoals PvdD en SGP. Kenmerkend voor deze politieke stromingen is in de eerste plaats dat ze uit de aard van hun handelen een beperkte omvang hebben. Indien ze voldoende politiek gewicht krijgen om voor de politieke balans van belang te zijn, komen ze namelijk in de situatie dat ze doelen kunnen bereiken door minder belangrijk geachte programmapunten inwisselbaar te maken.

ChristenUnie
De evolutie in het politiek handelen van de ChristenUnie gedurende de vorige parlementaire periode illustreert perfect wat ik hiermee bedoel. Macht corrumpeert, en de traditionele achterban van de ChristenUnie heeft op dit moment grote vraagtekens bij de koers van de partij. Want na de val van het kabinet is de ChristenUnie niet teruggekeerd op het pad van de getuigenis, maar vervolgt daarentegen haar weg naar het centrum van de politieke macht.

Een partij als de SGP lijkt zich hiervan bewust te zijn, of er althans lering uit te hebben getrokken. De SGP heeft zich niet laten verleiden tot een formeel akkoord met de regering betreffende parlementaire steun, en zal daardoor haar vrijheid van moreel handelen ten volle behouden. Dat dit haar geen windeieren zal leggen wat betreft invloed, heeft de handelswijze van de coalitiepartijen in zake de koopzondagen al getoond. De kwestie-Lucassen zal die invloed om getalsmatige redenen mogelijk zelfs nog vergroten.

Politiek centrum
Wat ik hier zeg kan makkelijk het idee doen ontstaan, dat moraliteit in de eerste plaats is voorbehouden aan partijen in de politieke periferie. Maar partijen in het politieke centrum hebben geen gebrek aan moreel besef; zij hebben te maken met de botsing met het morele besef van andere politieke stromingen, en de weerbarstigheid van de alledaagse werkelijkheid. Een partij als het CDA, opererend in het centrum van het politieke spectrum, is van dit proces het voorbeeld par excellence.

Het CDA is de exponent van de christelijke, Westerse moraliteit, tot op zo'n grote hoogte dat niemand het nog beseft zou hebben, ware het niet dat de claim op het christelijke gedachtegoed dat feit luidruchtig probeert te onderstrepen. Hoe zwak haar morele basis als politiek fundament is bleek in de periode van de Paarse kabinetten, toen het CDA politiek weinig tot niets wist uit te richten tegen de regeringspartijen. Zonder het I&I-debat en de opkomst van Fortuyn is het twijfelachtig of het CDA zich nog zou hebben weten op te richten.

Politiek links
Nu alle traditionele linkse partijen in de oppositie zitten, toont zich een ander probleem met een al te intensief tamboeren op morele overwegingen. De linkse partijen hebben zich er altijd op beroepen op te komen voor de zwakkeren in de samenleving. Dat is prima, maar de hoogstaande morele kaart die daar bij hoort werd ook ten tijde van het dragen van regeringsverantwoordelijkheid voluit gespeeld. Dat blijkt nu een handicap.

Nu plotseling een regering op het pluche is beland zonder dat daar een traditionele linkse partij deel van uitmaakt, blijkt enerzijds dat het niet mogelijk is de morele toon te intensiveren zonder zichzelf bespottelijk te maken, en anderzijds dat ook andere partijen in staat zijn voldoende aandacht voor de zwakkeren in de samenleving te hebben, al wijken hun keuzes af van die van traditioneel links. Dat die toon niet versterkt kan worden vanuit de oppositie toont ook het falen van een partij als de PvdA in het kabinet Balkenende IV, en illustreert haar obstructieve rol daar in.

Kwestie Lucassen
Politieke moraliteit impliceert dat men de morele kaart sterker profileert in tijden dat men in de oppositie zit, dan als men tot de macht geroepen wordt. In dat verband is de gedoogconstructie van de huidige regering een interessante. De kwestie Lucassen laat echter zien waar de politieke moraliteit van de PVV gaat botsen met het bereiken van haar doelen.

Het is ondenkbaar dat Geert Wilders vanuit een oppositierol ook maar één seconde geaarzeld had Lucassen op de stoep te zetten. Maar als deelnemer aan het maken van het regeringsbeleid heeft Wilders niet alleen de verantwoordelijkheid hem onwelgevallige punten te slikken als dat in het grotere verband van de coalitie noodzakelijk is, hij heeft tevens de verantwoordelijkheid een verenigd front te tonen aan politieke opponenten. Dat heeft ook een groot praktisch belang: de Statenverkiezingen. Die zal de coalitie moeten winnen op een zodanige wijze, dat een meerderheid in de Eerste Kamer gegarandeerd is.

Voor Geert Wilders staan nu slechts onaangename keuzes open. Vergeleken met eerdere misstappen van diverse politici (die bleven zitten) van andere partijen in het verleden zijn de beschuldigingen tegen Lucassen tamelijk vaag. De veroordeling in militaire dienst lijkt an sich onvoldoende om niet als Kamerlid te kunnen functioneren, maar het verwijderen van Lucassen uit de fractie zal de twijfel aan de stabiliteit van de regering ontegenzeggelijk negatief beïnvloeden. Niet verwijderen betekent een vermindering van de kracht van zijn moreel appèl.

Loefje
De oppositiepartijen daarentegen hebben in deze zaak het loefje. Vliegt Lucassen er uit, dan wijst men zelfvoldaan op de kennelijke morele gebreken van PVV'ers. Mag hij blijven, dan wijst men op de zwakke ruggengraat van de PVV-leider, en zijn machtshonger die men dan beschrijft als groter dan zijn moreel besef.

De hele kwestie toont eerst en vooral de relatieve waarde van moreel besef in de politieke arena. Ongeacht de politieke richting.

vrijdag 5 november 2010

De prijs van beschaving



Een belangrijk probleem van veel progressief redenerende mensen is dat tegenwoordig alles maar in geld wordt uitgedrukt. Men spreekt dan laatdunkend over mensen die de prijs van alles kennen, maar van niets de waarde weten (naar Oscar Wilde - People who know the price of everything and the value of nothing).

Niet geheel onterecht, de waarde van cultuur is moeilijk in geld uit te drukken. Overigens betekent dat niet, dat je alles daarom maar in stand moet houden, want het uiteindelijke resultaat kan niet anders dan volledige verstarring zijn.

Dat men tegelijkertijd immigranten uit, wat je niet anders kunt omschrijven dan als achterlijke culturen, probeert ter wille te zijn met het behoud van hun oorspronkelijke cultuur is daarom paradoxaal. Dit ondergraaft namelijk de eigen cultuur van het Westen. Grappig genoeg (of treurig, met evenveel recht) denkt men dat onze Westerse cultuur zo'n universele waarde heeft dat die altijd zal prevaleren als de nieuwkomers er niet tegen beschermd zouden worden.

Dat dit een pijnlijk misverstand is, is de afgelopen 40 jaar bij uitnemendheid gedemonstreerd door de islamitische immigranten. Door zich in overwegend monoculturele wijken terug te trekken in hun eigen culturele isolement zijn deze groepen puur door hun omvang er in geslaagd hun oorspronkelijke cultuur goeddeels te bewaren.

Het meest kenmerkende is dan nog, dat het de cultuur is van het moment van vertrek die zij bewaard hebben. Daarmee hebben zij zich echter ook afgesneden van de cultuur van hun land van herkomst, die zich ondertussen verder heeft ontwikkeld. Cultureel zijn de immigranten daardoor ook achtergebleven vanuit het perspectief van het oorspronkelijke moederland.

De gevolgen daarvan zien wij dagelijks om ons heen. Een terugtrekking op de eigen waarden, en daardoor een fundamentalistische visie op de wereld. Men kent niet anders, en men wil niet anders. Deze mensen leven in een wereld die reeds vijftig jaar geleden is overleden, maar zij hebben het niet bemerkt.

De prijs van beschaving is mensen mee laten doen. Maar dat betekent ook, dat je ze moet dwingen de gastheerbeschaving tot op heel grote hoogte te omarmen en zich aan te passen aan hun nieuwe leefomgeving. In ieder geval in de dagelijkse omgang. Wat achter de gesloten voordeur plaats vindt gaat de maatschappij niets aan, mits dit geen invloed heeft op de wijze waarop men met de samenleving om gaat.

Nu het failliet van de multicultigedachte ontegenzeggelijk is aangetoond, moeten we er ons voor gaan inspannen de immigranten onze cultuur op te leggen. Tijdens dat proces zal blijken dat er ontegenzeggelijk een tweerichtingsverkeer zal ontstaan, maar een goede mix van de nieuwe homogene cultuur moet ontstaan naar verhouding van de samenstellende delen. Dat betekent niet meer dan dat de gastheercultuur enige trekjes zal overnemen van die van de nieuwkomers, een proces dat al dagelijks om ons heen plaatsvindt.

Nieuwkomers die zich aan dat proces niet willen onderwerpen tonen door hun afwijzing dat zij geen deel uit willen maken van onze maatschappij, en horen hier dus niet. Door niet te willen delen in de cultuur van het nieuwe vaderland erkent men er geen plaats te hebben. De consequentie is, dat er voor hen dan eigenlijk helemaal geen plaats kan zijn.

Een klassiek voorbeeld is dat van de Oosteuropese Roma, zoals die nu na vijfentwintig jaar (sinds midden jaren 80) nog steeds grote overlast geven in de gemeente Nieuwegein. Ondanks veel gepamper van deze oorspronkelijk uit Joegoslavië afkomstige mensen is er in al die jaren zo goed als niets bereikt omdat zij ten enen male weigeren zich aan te passen aan de in Nederland geldende mores.

Het is een schrijnende illustratie van te veel rekening willen houden met immigranten, en een overmaat aan medelijden. Het resultaat is een groep onaangepasten, die er aan gewend is eisen te stellen zonder daar voor in ruil iets bij te willen dragen. Van begin af had duidelijk moeten zijn dat, als er geen voortgang werd gemaakt met hun integratie, uitzetting het alternatief was.

Wie zijn kinderen lief heeft spaart de roede niet, zegt een oud spreekwoord. Ondanks de ruwe implicaties van de gebruikte terminologie zijn het ware woorden. Het is de prijs van beschaving, dat men alle leden van de maatschappij bekend maakt met de consequenties van hun plaats daar in. En daar naar handelt.

donderdag 4 november 2010

Koranverbranding



Het is op internet al een paar weken bekend. Maar met nog een paar dagen te gaan tot de fatale datum 11 september gaan de media nerveus doen over van alles wat er mee te maken heeft, zo ook met de aankondiging van een kleine kerkgemeente in Gainesville, Florida (50 leden). Dominee Terry Jones wil Korans verbranden, ter nagedachtenis van de doden op Ground Zero.
Na bezwaren van de EU, het Vaticaan en het Witte Huis heeft ook het Pentagon (vanwege Afghanistan) zich bij de tegenstanders gevoegd. Dominee Terry Jones, die zegt sinds de aankondiging begin juli meer dan honderd doodsbedreigingen te hebben ontvangen, geeft geen krimp. Hij draagt nu wel een pistool.

Maar waarover hebben we het eigenlijk? Wat is nu tegenwoordig nog de functie van een de verbranding van wat voor boek dan ook? De keizer die de Chinese Muur bouwde was de eerst bekende boekenverbrander uit de geschiedenis, maar in zijn tijd had dat nog enige zin. Simpelweg om dat een boek veel tijd kostte om te maken. En hij had dan ook succes: van een aantal Chinese klassieke werken ouder dan circa 200 v. Chr. kennen we soms alleen nog de titel, heel soms het onderwerp.

Berucht is ook de Index, de lijst van boeken die katholieken niet mochten lezen. Hij schijnt zelfs nog te bestaan, maar niemand weet nog wat je er mee zou moeten. De lijst is zelf een dode letter geworden.

Het is vele malen geprobeerd, maar effectief in het uitroeien van eenmaal geschreven woorden is men na 200 v. Chr. nooit meer geweest. Toch is men er nooit mee gestopt, dus moeten we het vooral zoeken in de symboolfunctie.

Een offer.

Nu zijn er in godsdiensten twee soorten offers: de vrijwillige gave, en afgeven of vernietigen, waarmee men het object van afschuw tegelijkertijd ritueel onder de hoede van het aanbedene stelt, en het nooit meer tegen hoopt te komen. Uit de aard der zaak dus een heidens gebruik. (Katholieke elementen waarin dit een rol speelt laten we even buiten beschouwing.) Ketterverbrandingen in de 16e en 17e eeuw hadden overigens een vergelijkbare gedachte, al zullen de katholieke autoriteiten daar toen anders over hebben gedacht.

Welbeschouwd is deze Koranverbranding een heidens ritueel. Een curieuze zaak voor een christelijk dominee. Hij zou beter moeten weten.

dinsdag 19 oktober 2010

Nationaliteit, loyaliteit en sentimenten



Vandaag staat er een mooi stuk van Syp Wynia op de site van Elsevier, waarin hij betoogt dat er een principieel verschil bestaat tussen dubbele nationaliteiten. Een Zweedse nationaliteit zou als co-nationaliteit niet te vergelijken zijn met een Turkse of Marokkaanse. Een argument waar ik eigenlijk wel gevoelig voor ben merk ik, niet in het minst van uit een politieke overweging. Dat een dergelijke gedachte in me opkomt bij een principiële zaak als deze is bedenkelijk (als het niet zo vroeg was zou ik mezelf bestraffend gaan toespreken voor de badkamerspiegel), maar wellicht tegelijkertijd tekenend, omdat het ook een sentimentele kwestie is.

Het argument van Syp Wynia betreft de eisen die verschillende staten stellen aan de houders van hun nationaliteit. Nu is het ontegenzeggelijk waar dat landen als Marokko en Turkije heel anders omgaan met de geëmigreerde houders van hun nationaliteiten dan een land als Zweden, ongeacht mogelijke wetsartikelen die wellicht nog in de Zweedse constitutie verstopt zitten.

Tegelijkertijd is het eigenlijk ondenkbaar dat men op een bepaald niveau van bestuur aangekomen zich chantabel zou voelen door het land waarvan men ook nog de nationaliteit bezit. Mensen die daarvoor bevattelijk zijn hadden sowieso niet tot hoge ambten geroepen mogen worden. Wel hebben de voordragende partijen hierin een verantwoordelijkheid, die ze duidelijk niet altijd nemen.

Dat het bij de formatie van het kabinet Rutte niet tot de standaardvragen over de achtergrond van de kandidaat-functionaris behoorde, lijkt me een fout die premier Rutte zich aan zou moeten trekken. Het debat rond de bewindslieden van Balkenende IV had in dat verband leidend moeten zijn, ook omdat het in toenemende mate mogelijk blijkt dat mensen van wie je dat niet in eerste instantie zou verwachten een tweede nationaliteit hebben.

Dit debat vindt zijn wortels in het voortgaande marchanderen met de oorspronkelijk in de wet vastgelegde regel, dat men de Nederlandse nationaliteit alleen kon verkrijgen door afstand van de oude nationaliteit. Deze regel opnieuw scherp naleven zou wellicht conflicten veroorzaken met landen als Turkije, die daarmee een deel van hun veronderstelde greep op nazaten van emigré’s zouden verliezen. Of dat zwaar zou moeten wegen, gesteld tegenover staatsrechtelijke zuiverheid van het eigen systeem, zou geen vraag mogen zijn. Het zou het debat niet, zoals nu, in de weg mogen staan.

Het probleem bij hoge functies van staat is de psychische gesteldheid van de houder van twee paspoorten, die niet alleen loyaliteit naar het land waarin men een publieke functie gaat vervullen veronderstelt, maar tevens een sentimentaliteit naar het land waarvan men ook nog een paspoort bezit. Door afstand te doen van de tweede nationaliteit laat de kandidaat-functionaris zien geen sentimentaliteit ten opzichte van de tweede nationaliteit te bezitten. Er wordt een streep getrokken, die ook voor de kandidaat zelf een bevestiging van de gemaakte keuze betekent.

Bij het aanvaarden van bepaalde functies is een dergelijke stap eigenlijk een logische, vergelijkbaar met het uitspreken van een eed van trouw aan land en staatshoofd. Deze functies lenen zich niet voor twijfel, en alleen daarom is het een eis die niet alleen mag, maar zelfs moet worden gesteld.

Ook verschenen op Artikel7.nu

vrijdag 15 oktober 2010

Uitlevering



Wesam al-Delaema is gisteren door het Rotterdamse gerechtshof tot 8 jaar cel veroordeeld, en direct vrijgelaten.
Dat dat grote verontwaardiging in de USA verwekte zal niemand verbazen, maar het was de logische consequentie van de afspraken die Nederland een aantal jaren geleden maakte met de USA over het uitleveren van eigen onderdanen die volgens de USA strafbare feiten hebben gepleegd. Het gaat hier om Nederlanders die onder de jurisdictie van de USA strafbaar zijn, en die eveneens door de Nederlandse wet als strafbaar worden gezien.

Is dat een gezonde situatie? Nee. Van oorsprong beschermden landen hun eigen onderdanen tegen uitlevering aan andere landen, om wat voor reden dan ook. Het eigen land was altijd een vluchthaven tegen de boze buitenwereld.

Veel landen hanteren dit principe nog steeds, maar Nederland heeft het verlaten. Ons land is overgegaan op een systematiek die een diep vertrouwen in de internationale rechtsorde uitstraalt, inclusief de gedachte dat de rechtsspraak overal objectief is. Een nog al naïef uitgangspunt. Gezien in het licht van het feit dat de USA zelf weigert eigen soldaten die worden beschuldigd van oorlogsmisdaden uit te leveren aan het Internationaal Gerechtshof, zijn de USA dan ook niet de meest logische staat om een uitleveringsverdrag als het huidige mee te sluiten.

Er zijn natuurlijk voorbehouden: de straf elders mag niet hoger uitvallen dan de Nederlandse wet zou voorschrijven, een deel van de straf mag hier worden uitgezeten, en zo zijn er nog een paar regels die een al te gemakkelijke toepassing van uitlevering limiteren.

In het geval van Wesam al-Delaema lijken die regels inderdaad netjes gevolgd te zijn, en tonen de gebeurtenissen in Rotterdam vooral het verschil in hoe je de daden van een terrorist als Wesam bezien kunt.

En daarmee raken we dus ook een zeer onbevredigend punt: Naar ons idee is de conversie van de straf van vijfentwintig jaar cel (USA) naar 8 jaar met aftrek (in Nederland altijd 1/3, bespottelijk systeem) buitenproportioneel. Waar we lichtjes overheen stappen is dat een veroordeling tot 8 jaar in de Nederlandse context al tamelijk uitzonderlijk is. Maar ook dat is in feite een relatief onbelangrijk detail.

Waar het om zou moeten gaan, is de behandeling van een man die de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen, en zich vervolgens in het buitenland als terrorist doet kennen. Na hem te hebben uitgeleverd aan de USA, waar hij werd veroordeeld, kregen we hem terug. Híer zit iets helemaal fout.

Alles bijeengenomen hadden we er veel beter aan gedaan de man uit te leveren, en bij veroordeling automatisch te denaturaliseren als ook onze rechtsspraak de man zou hebben veroordeeld. Dan hadden we hem ook niet terug hoeven nemen, en was hij nu nog niet op de helft van zijn straf geweest.

Dit voorval laat vooral zien dat je erg op moet passen met wie je als landgenoot accepteert. Wanneer worden de consequenties van deze les in het beleid geïntegreerd?

zondag 10 oktober 2010

Kennismigranten en het gelijkheidsbeginsel



Kennismigratie en het gelijkheidsbeginsel bijten elkaar. Migratie is een gevolg van behoeften: de migranten verhuizen in principe in de hoop op een beter leven. Wie uitgenodigd wordt te migreren wenst in de eerste plaats een perspectief dat lokt.

Het belangrijkste kenmerk van de massa-immigratie zoals we die de afgelopen 40 jaar hebben mogen beleven kenmerkte zich weliswaar door verhuizende migranten met hoop op een beter leven, maar tegelijkertijd heeft het ontvangende land, Nederland, zich heel lang in de illusie gewenteld dat men hierbij ook zelf baat heeft. Ondertussen bereiken we langzamerhand een communis opinio dat dat eigenlijk niet waar is, hoewel dat politiek gevoelig ligt door de kwestie wat te doen met de aangekomenen, waaraan maar beperkt behoefte blijkt.

In tegenstelling tot de massa-immigratie van kansarmen wilde het met het lokken van kennismigranten echter maar matig vlotten. Er is een niet onaanzienlijke instroom van mensen die hier hun opleiding willen voltooien, maar het rendement hiervan moet niet worden overdreven: velen keren na het behalen van hun diploma terug naar hun land van herkomst, of beginnen via het internationale bedrijfsleven aan een eigen Odyssee.

Nu is er altijd een zekere instroom van kennismigranten via het internationale bedrijfsleven, maar er zijn meer Nederlanders die via dat circuit het land verlaten. Het saldo is uiteindelijk negatief. Zoals hierboven al gezegd, we moeten ons van die instroom niet te veel voorstellen. Tegelijkertijd mag het óók niet ontmoedigd worden, want anders wordt het saldo nog een stuk negatiever. Je kunt het niet goed doen, maar je kunt het wel fout doen.

Het gelijkheidsbeginsel vereist dat we met het afsluiten van de toegang voor kansarme migranten ook de toegang van kennismigranten belemmeren. Daar moeten we van af. Het paradigma dat mensen gelijk zijn staat al lang ter discussie, maar het idee dat alle mensen gelijke kansen moeten hebben is vrijwel onaangetast.

Het ter discussie stellen van het paradigma van gelijke kansen voelt zelfs een beetje vies, maar toch is dat nodig. Om dat we daar als land beter van worden, maar ook doordat de mensen die we wel toelaten, bij terugkeer naar hun land van herkomst daar weer een positieve rol kunnen spelen. Het alsnog toelaten van kansarmen om wege van het gelijkheidsbeginsel levert daar op geen enkele wijze een positieve bijdrage aan.

De algemeen geldig-verklaring van het gelijkheidsbeginsel is maatschappelijk verlammend.

donderdag 7 oktober 2010

Schuld & Boete



Er zijn zo van die momenten dat je even niets te doen hebt, dat je je ineens afvraagt: ja, waarom eigenlijk? Als kind had ik dat met de erfzonde, toen ik er voor het eerst van hoorde. Toen was ik al een jaar of tien, en dat bleek te laat om er bevattelijk voor te zijn. Voor mij persoonlijk in ieder geval. Als christelijk dogma, iets wat christelijk gelovigen dus aan moeten nemen, kan ik het accepteren, maar ik betrek dat niet op mezelf.

Een wat modernere variant van de erfzonde, de kleine erfzonde zegt u maar, is dat wij verantwoordelijk zouden zijn voor de situatie van de mensen in Afrika. Daarom sturen we daar jaarlijks enorme bedragen naar toe. Formeel om ze te helpen, maar in de praktijk als een moderne variant op de praktijken van de Aflaat, en dan meer specifiek de praktijk dat men tegen betaling van een interessant bedrag aan de aardse kerk de zonden tegen de hemelse directieven kan afkopen. Maar hierover mogelijk een andere keer.

Resteert de vraag, hebben wij werkelijk een verantwoordelijkheid voor de acties en misdaden van onze voorouders? Het is een hoogst dubieus punt, als we even doordenken. Wel hebben onze voorouders wel degelijk schuld aan onze misdaden, afnemend naarmate wij verder van hen in tijd verwijderd zijn. Immers, de schone taak van een correcte opvoeding was de hunne, en het falen van de nakomelingen moet voor een niet onaanzienlijk deel worden toegeschreven aan de voorouders.

Maar andersom? Ten hoogste kun je argumenteren dat het een erezaak is, de fouten van je voorouders te herstellen of te compenseren. Maar schuld, nee, dat gaat te ver. Waar je geen invloed op hebt, heb je geen schuld aan.

Dan is er nog de kwestie van de medemenselijkheid. Een heel sterk punt, maar dat ook consequenties heeft. Ooit een bedelaar tegengekomen die om geld vroeg voor een kop koffie? De eerste keer gaf ik inderdaad een kop koffie (dat deed je vijfentwintig jaar geleden nog niet zo, schijnt het), en moest toen snel bukken. Het ging om geld, en wat daarmee gebeuren zou kon ik wel raden. Dat wilde ik echter niet subsidiëren.

Dat hebben we ook heel lang gezien met de Afrikaanse subsidies. Het werd aan van alles besteed, maar niet aan grotere welvaart door betere landbouwmethoden en een rem op de bevolkingstoename, want dat was betutteling. Men had er recht op, want door de kolonisatie, de eeuwenlange uitbuiting, de slavernij, de... afijn. Dat rijtje kennen we allemaal van buiten, maar dat was nu juist waar ik het over hebben wil. Hebben wij er iets van geërfd? Zijn we er echt zoveel beter van geworden?

Nee.

Het is een van de grootste misverstanden over de koloniale geschiedenis dat de koloniserende landen er zoveel beter van werden. Zeker, de ervaring met de wereld die op deze wijze werd opgedaan heeft Europa opgestoten in de vaart der volkeren, maar dat had niets te maken met uitbuiting.

De slavernij is een zwarte bladzijde. Daar gaat geen woord vanaf. Maar economisch voordeel heeft het ons niet gebracht. Zeker niet de bevolking van gebieden als Nederland. Enige luxeproducten als suiker werden per schip hierheen gebracht, specerijen, katoen.

De Spanjaarden hebben enorme hoeveelheden goud uit Zuid- en MiddenAmerika weggesleept, maar dat ging linea recta door naar de Aziatische potentaten die de macht over de specerijen hadden die wij zo graag hebben wilden. Uit Afrika, (Zuid-Afrika uitgezonderd) is in de gehele koloniale periode niets weggehaald dat de moeite en inspanning van het kolonialisme rechtvaardigde. Het enige dat Europa over hield aan het kolonialisme was een lading kruidenierswaren van exotische herkomst. En lekkere ook, al kwamen ze vooral uit Azië. Maar dat was al.

Omgekeerd echter betrad Afrika het toneel van de beschaving. Het staat voor de volle 100% vast, dat als de Europeanen Afrika niet gekoloniseerd hadden, maar een afgesloten reservaat hadden gecreëerd, dat het nu een continent was geweest met een 100 miljoen primitieve wilden die er in zeer eenvoudige omstandigheden hadden geleefd. Net als in 1850.

Geen debat over mogelijk.

Ik heb moeite met de eisen die aan de ontwikkelde wereld worden gesteld met als basis onze schuld aan die arme landen. Het zou nog wat anders zijn, als het hielp. Maar dat doet het niet. Want geestelijk leven er toch vooral primitieve wilden. Alleen zijn het er ondertussen 1.000 miljoen, en zullen ze ergens de komende eeuw de 2.000 miljoen passeren. Ik ben er geen voorstander van een dergelijke bevolkingstoename te blijven helpen financieren. Laten ze daar eerst maar iets aan gaan doen. En zoals ik hierboven al beredeneer, er is geen enkele reden om me daar schuldig over te voelen, integendeel.

dinsdag 28 september 2010

Democratie en democratisch



Iedereen weet wat democratie is: besluiten worden genomen op basis van een meerderheid die beslissend is. Maar ons begrip van wat democratisch is, volgt hier niet automatisch uit. Democratisch betekent in onze perceptie dat iedereen zijn zegje heeft kunnen doen, en dat er naar die mensen ook geluisterd is. Dat vervolgens de meerderheid alsnog beslist, is een onvermijdelijk gevolg, maar niet de hoofdzaak van wat democratisch is.

Het belangrijkste bezwaar van veel mensen tegen de regering in Den Haag de afgelopen twintig jaar, is dat men niet het gevoel had dat er naar hen werd geluisterd. Hoewel de formele kant van de democratie netjes de gebaande paden volgde, keerden meer en meer mensen zich af van het proces, omdat ze geen moment het gevoel kregen dat er naar hun argumenten werd geluisterd. Wie wordt weggezet als mens met onverkwikkelijke gedachten, zonder begrijpelijke argumenten daarvoor te horen, zal niet snel geneigd zijn zich democratisch behandeld te voelen.


Een goed democratisch proces verloopt zonder spelregels vooraf, aangaande de gedachten die zijn toegestaan, óók als die gedachten abject zijn. Gedurende het proces van besluitvorming zullen in een ideale situatie de gedachten die maatschappelijk onacceptabel zijn door argumentatie het pleit verliezen. Dit is nooit fijn om te ervaren, maar de ervaring van het debat is ook voor de verliezers louterend, niet in het minst omdat het hen in de gelegenheid stelt een volgende maal sterker onderbouwd een nieuw debat in te gaan.

Naarmate debatten vaker gevoerd worden langs dezelfde lijnen, ontstaan reflexen, paradigma’s en taboes die het debat sturen, maar tegelijkertijd ontdoen van de essentie van een vrije meningsvorming. Dit is niet onoverkomelijk in een situatie waar er een redelijke mate van communis opinio bestaat over wat al dan niet wenselijk is wat betreft de randvoorwaarden van het debat.

Anders wordt het in situaties waar een groeiende minderheid zich tekort gedaan voelt in haar ruimte afwijkende standpunten naar voren te brengen, zonder dat er tekenen zijn dat er van die argumenten nota is genomen. Het gevolg is een groeiende frustratie van een groeiende groep. De wijze waarop verkiezingen geacht worden een uiting van de volkswil te zijn, faciliteert dit proces, aangezien het politieke debat verloopt volgens de regels die de bestuurlijke elite overeengekomen is.



Het proces dat ik hierboven beschrijf is de essentie van wat zich de afgelopen jaren in Nederland heeft afgespeeld. De communis opinio van de bestuurlijke elite ging in steeds sterkere mate afwijken van wat in de maatschappij als wenselijk werd gezien, althans van wat men ten minste bespreekbaar wilde maken. De paradigma´s van de bestuurlijke elite ontwikkelden zich tot taboes, die het onmogelijk maakten bepaalde maatschappelijke problemen aan de orde te stellen, anders dan volgens de regels die de bestuurlijke elite zich tot natuurwet had gemaakt.

De opkomst van partijen als SP en PVV is onmiskenbaar een signaal dat zich een verwijdering tussen bestuurlijke elite en bevolking voltrok, welk signaal onvoldoende werd onderkend, met als gevolg een verdere groei van deze partijen. Deze partijen zijn intern lang niet altijd georganiseerd volgens de lijnen van de formele democratie, noch in formele besluitvorming, noch in de wijze waarop beslissingen over de te volgen politiek koers tot stand komt. Dat neemt echter niet weg dat ze wel degelijk democratisch zijn, volgens de definitie van het verschil tussen democratie en democratisch, zoals ik dat hierboven heb gedefinieerd. De partijleiding van deze groeperingen geeft richting aan breed gedragen gevoelens in de maatschappij, door goed te luisteren naar de meningen in de achterban, èn de potentiële achterban.

Dit is waar Martin Bosma op doelde toen hij stelde dat er in de PVV geen behoefte is aan formele democratische structuren, omdat de partijleiding zich voldoende op de hoogte houdt van wat er speelt in de achterban. Het ultieme argument is inderdaad gebaseerd op de resultaten zoals die naar voren komen tijdens verkiezingsuitslagen, maar ook tijdens opiniepeilingen. Welbeschouwd is de PVV aldus een stuk democratischer dan veel Nederlandse systeempartijen, welke een deel van hun standpunten baseren op filosofische grondslagen die maar weinigen ten volle begrijpen, en die geenszins bepalend zijn voor de keus voor die partijen tijdens verkiezingen.

maandag 27 september 2010

Alles is racisme



Volledig genegeerd door de Nederlandse MSM verscheen in het Verenigd Koninkrijk een klein berichtje in de Daily Mail over de Race Relations Act 2000, die kort door de bocht geformuleerd voorschrijft hoe om te gaan met racisme.

Een hoge adviseur van de Londense burgemeester Boris Johnson, Munira Mirza, vertelt daarin dat scholen verplicht zijn om ook zeer jonge kinderen te rapporteren als zij een uitspraak doen die kan worden aangemerkt als racistisch. Tussen 2002 en 2009 zijn op die manier 280.000 kinderen gerapporteerd. Meer dan een kwart miljoen!

Munira Mirza:
‘The more we seek to measure racism, the more it seems to grow.

Teachers are now required to report incidents of racist abuse among children as young as three to local authorities, resulting in a massive increase of cases and reinforcing the perception that we need an army of experts to manage race relations from cradle to grave.

Does this heightened awareness of racism help to stamp it out? Quite the opposite. It creates a climate of suspicion and anxiety.’


Vanaf de rijpe leeftijd van drie jaar worden kinderen dus al gerapporteerd.

Gaat dit nog over racisme? Het lijkt me heel dubieus. Kinderen observeren veel directer dan volwassenen, die geacht worden te beseffen wat wel en niet sociaal acceptabel is. het is juist de ongekunsteldheid van jonge kinderen die hier wordt gerapporteerd.

Het werd me deze week nog eens extra onder de neus gewreven door mijn dochter van zeven, die een van haar nieuwe buurjongetjes ter onderscheiding omschreef als 'bruin'. Adequaat. Hij was bruin, en ze zij het zonder nadruk, maar simpelweg als aanduiding. Ze vond hem ook gewoon aardig, en sprak enthousiast over het spel dat ze hadden gespeeld.
Als ze het kind had omschreven als een achterlijke autist had ik dat minder fijn gevonden. Overigens was dat evenmin te ontkennen geweest, het kind in kwestie is een niet al te zwaar geval dat dagelijks een gespecialiseerd dagverblijf bezoekt. Maar dat kwam niet in haar op, ze neigt er naar het goede in mensen te zien.

In mijn eigen jeugd kreeg iemand met rood haar al snel de aanduiding Rooie. Ik herinner me een jongen van wie zo rond de puberteit de verkleuring al zo ver ingezet was, dat je het eigenlijk niet meer zag. Maar oude bekenden begroeten hem tot op de huidige dag steevast nog met 'Rooie', terwijl hij zelfs al aardig kaal begint te worden. Er waren bijnamen die me minder plezier zouden geven.

Door de nadruk te leggen op bepaalde termen en er een taboe omheen te creëren is niemand geholpen, óók de kinderen die een bepaalde bijnaam krijgen niet. Kwalificaties worden pas beledigend als ze als zodanig bedoeld zijn, en dat maakt het onmogelijk om dit soort zaken tegen te gaan. Als mensen de intentie hebben om te kwetsen is er altijd wel een term beschikbaar die een stigma draagt, of krijgt.

Focussen op bepaalde woorden, termen of kwalificaties is zinloos, en bovendien contraproductief. In onschuld gegeven benamingen krijgen door ingrijpen van geschokte ouders een veel zwaardere lading dan gerechtvaardigd is. Ze reflecteren eerder de eigen interpretatie en de gevoelens van de ouders, dan dat van de kinderen.

Kinderen moet je daarmee niet belasten. Taal is een stuk gereedschap. Net zo min als je messen kunt verbieden omdat het mogelijk is er iemand mee te doden of verwonden, is het verbieden van in onschuld gegeven kwalificaties zinvol.

Er komen altijd weer andere termen, al dan niet eufemistisch, terwijl het de lading en intentie zijn die de mate van kwetsendheid bepalen. Dat geldt niet alleen voor het geven van een benaming, maar ook voor hoe de benaamde er zelf mee omgaat. Benadrukken dat bepaalde termen niet gebruikt mogen worden is stigmatiserender voor een persoon of groep dan het op zijn beloop laten. Laat die kinderen gewoon spelen.

dinsdag 14 september 2010

Parkeerbeheer



We vergeten wel eens dat de essentie van het parkeerbeleid was de oude binnensteden bereikbaar te houden. Een verstandige gedachte.

Helaas nam al snel een heel ander paradigma bezit van dit slagveld, namelijk dat auto's geheel uit binnensteden verbannen zouden moeten worden. Vol overgave stortte een kudde subsidiesnaaiers zich op deze tot dan toe onbewerkte akker, die thans rijkelijk is ingezaaid met allerhande buurtclubjes, pressiegroepen, stratenmakersbedrijven, parkeergarages, parkeercontrolebedrijven en buurtpolitici die zich er een platform mee hebben verschaft. Deze kleine opsomming geeft al aan dat het zich tot een industrie heeft weten te ontwikkelen.

Industrieën die zijn gebaseerd op overheidsmaatregelen hebben vrijwel altijd ongezonde bij-effecten, omdat de verwevenheid van overheid en bedrijfsleven een garantie is voor naar corruptie geurende praktijken. Men begrijpt elkaar. Overheidsdienaren kunnen hun carrière niet zelden beter betaald voortzetten bij de door de overheid in het leven geroepen bedrijfjes, en langzaam begint de boel een penetrante geur af te scheiden.

Vandaag kwam de Amsterdams zender AT5 met een bericht, dat een aantal plaatselijke ondernemers parkeerdienst Cition er van verdenken, de parkeermeters expres kapot te laten, in de hoop dat mensen de kans nemen dat ze sneller terug zijn bij hun auto dan naar een volgende straat te moeten lopen naar een andere automaat. Dat kost ondernemers geld, want daardoor blijven klanten korter in hun winkel.

Het verweer van Cition, dat men alleen betaald wordt voor wat de meters opbrengen, niet voor de boetes, klinkt in eerste instantie redelijk. Niet dat het klopt. Het grootste deel van de parkeerders zal wel degelijk mopperend doorlopen naar de volgende meter. Dat kost Cition dus niks.

Wie wat dieper kijkt, beseft dat er iets anders aan de hand is dan de boetes die in het voordeel van Cition zouden zijn. De woordvoerder van het bedrijf meldde, dat meer dan 95% van de 3700 automaten het gewoon doet. Een eenvoudige rekensom laat echter zien dat het bedrijf voor ±185 automaten zijn hand niet in het vuur steekt. Dat is veel te veel.

Hoeveel manuren zijn benodigd die allemaal te herstellen, en hoe groot is de onderhoudsdienst van Cition? Cition is duidelijk niet gebaat bij een onderhoudsdienst die niet full-time bezig is. Dat kost namelijk geld, meer geld dan het opbrengt om alle automaten voortdurend operationeel te hebben. Vanuit het bedrijf geredeneerd lijkt een voortdurende achterstand van twee weken reparaties optimaal. Dat kan daardoor in drukke tijden oplopen tot minstens een maand. Cition heeft dus wel degelijk een belang om niet alle automaten voortduren werkend te hebben. Zou er iets over staan in het prestatiecontract tussen gemeente en parkeerdienst, als dat al bestaat?

De gemeente heeft namelijk ook een belang, want de boetes die worden uitgedeeld komen de overheid ten goede. Dit betekent tegelijkertijd, dat de gemeente weinig oog zal hebben Cition aan te vuren haar zaakjes op orde te krijgen. Als puntje bij Amsterdammertje komt, is een nauwkeurige controle van deze parkeerdienst financieel nadelig voor alle betrokkenen.

Behalve de burgers natuurlijk. Maar die hebben het belang van een verstandig parkeerbeleid door de uitzuigpraktijken van lokale overheden al lang uit het oog verloren.

dinsdag 7 september 2010

De sluipmoord op de nationale staat



Weet u het nog, dat referendum op 1 juni 2005? Voor het eerst in de geschiedenis van het land kreeg de bevolking een directe vraag voorgelegd: Wilt u de Europese Grondwet, ja dan wel nee?

62% van de Nederlanders stemde tegen, een ongelofelijk percentage.

Het was het eerste en vermoedelijk voor lange tijd ook laatste referendum in ons land gehouden. Na twee jaar dolle paniek werd in 2007 ongevraagd een licht geëdite versie van diezelfde grondwet onder dreiging van kabinetscrisis door het parlement geloodst, in een flagrante schending van beloften aan het electoraat. Want we gaven daarmee geen soevereiniteit weg. En dus was er geen reden voor een referendum, aldus JanKlaassen Balkenende.

Dit schoot me dus door het hoofd toen ik vorige week donderdag een klein berichtje op Elsevier zag, waarin kort gezegd weer kond werd gedaan van een nieuw stukje verlies van soevereiniteit: het toezicht op banken, verzekeraars en financiële markten komt onder het gezag van de ambtenarenmoloch in Brussel. Geruststellend voegt het artikel er aan toe:


De nieuwe toezichthouders kunnen ingrijpen bij financiële instellingen, maar ze kunnen niet zonder meer nationale controleurs buitenspel zetten.

Niet zonder meer.

Wat een omineuze formulering. Mijns inziens betekent dat, dat ze precies kunnen doen wat ze willen, maar achteraf zal men verantwoording moeten afleggen. En hoe het zit met de verantwoording die de EU aflegt, dat weten we ondertussen wel. Voordat de filters van het systeem geopperde bezwaren hebben verwerkt ben je zo een jaar of vijf zes verder, en dat is dan nog slechts de procedure waarbij de EU niet uit volle macht tegenspartelt.

De betreffende Kamercommissie zal zich er ongetwijfeld mee bezig hebben gehouden, men zal verzekeringen hebben gevraagd, er zullen garanties zijn gegeven. Echt, ik geloof het. Maar niet dat we er wat aan zullen hebben. Of dat het iets uitmaakt.

Soevereiniteit die je weggeeft krijg je alleen maar terug door de hele EU en bloc de deur uit te zetten.

dinsdag 31 augustus 2010

Recensie: Nova – 30 augustus 2010



Vannacht viel ik midden in de herhaling van NOVA. Wat een pret.

Dat de afsluitende opmerkingen van Twan Huys over de IPCC-scam, dat er toch van alles de schuld was van de Global Warming, mij hoongelach ontlokte zal weinigen van u verbazen. Het werd echter echt leuk met het volgende, gerelateerde onderwerp van de uitzending: het milieubeleid van de Rechtse partijen.

Tot mijn niet geringe verbijstering was het een item waarmee ik het zowel qua presentatie als inhoud vrijwel volledig eens was. Jammer dat Twan Huys er steeds doorheen praatte zou je zeggen, al is dat in dit geval beslist niet eerlijk.
Om te beginnen kwam er een man in beeld, die voorheen wetenschappelijk expert was in het promoten van windenergie. Hij geloofde er niet meer in, en was overgestapt naar het promoten van kernenergie. (Ik geloofde het ook niet, wat gebeurde hier?)

Kernenergie is verstandiger, beslist veilig en zeker veel goedkoper voor de burger, want dat scheelde een subsidie van E 500,-, die van het inkomen van ieder Nederlands gezin had moeten worden afgeroomd.

Aldus deze expert.

Ik zat verstomd.

Vervolgens kwam er een stoethaspel in beeld die voorman was van het Nederlands Windenergie consortium, of iets dergelijks. Aangezien ik nog niet geheel bekomen was van het programma tot dusver ontging mij de exacte naam. Deze man wist niet veel méér over het voetlicht te brengen dan dat het beëindigen van de subsidies voor duurzame energievarianten dodelijk zou zijn voor het voortbestaan van deze bedrijfstak, die niet op eigen benen kon staan. Voorlopig, voegde hij er nog zwakjes aan toe.

Ergo, een werkgelegenheidsproject voor nutteloze academici en onderhorigen in optima forma. NOVA zei het zelf. Ik bestelde extra zuurstof en beloofde mezelf een afspraak te maken met het RIAGG.
Het programma ging verder.

Zoals het een goed amusementsprogramma betaamt, had NOVA de uitsmijter van humoristisch vermaak tot het laatst bewaard.

De Duitse SPD-dissident Sarrazin, die het had gewaagd nut en nadelen van de massaimmigratie ter sprake te brengen in zijn boek dat vandaag gepresenteerd werd, is op deze site al vaker ter sprake geweest. Als Duitsland-expert had men een jonge historicus van de universiteit Utrecht geëngageerd, iets wat dit instituut van hoger onderwijs nu ongetwijfeld diep betreurt. Een wat schrikachtig jongmens, zich zéér bewust van wat wel en niet PC-correct was, en opzichtig zijn best doend de juiste antwoorden te geven:

Nee, Sarrazin was niet zo slim als Wilders, want díe had ook nog een sociaal gezicht. Wilders was slimmer. Sarrazin was dus alleen maar gewoon bot rechts. (grinnik) Dat de man zijn hele leven actief was geweest voor de SPD, zij het dan in een financiële hoedanigheid was hem volstrekt ontgaan. En Sarrazin gelóóft ook nog steeds in de idealen van de SPD moet worden opgemerkt; hij draagt dat trouwens ook uit.

Afsluitend kreeg onze jonge expert de terloopse vraag op zich afgevuurd of hij het boek van Sarrazin zelf ook ging lezen? Onze jonge vriend keek vol afgrijzen in de camera, met een blik of zelfs het aanraken van een exemplaar hem voor eeuwig zou verbannen naar een lazaret met syfilitische lijders aan de builenpest.

"Nee, natuurlijk niet, dus."

Grappig, voor iemand die daar stond in zijn hoedanigheid van expert in de hedendaagse geschiedenis van Duitsland. Wat zal die man een slecht historicus zijn!

Toch kwam het onbetwiste hoogtepunt van deze zeer vermakelijke aflevering van NOVA pas uit een kort afsluitend vraaggesprekje dat Twan Huys had met Günther Walraff, een zeer bekende linkse Duitse schrijver (o.a. Ik, Ali). Huys ondervroeg Walraff in onberispelijk Duits, en kreeg op zijn vraag naar wat deze van Sarrazin vond, naast een wagonlading Godwins ook de onsterfelijke uitspraak:

Volgens mij lijdt Sarrazin, waarvan we weten dat hij graag provoceert, aan een soort politiek syndroom van La Tourette.

Ik rolde van de bank, en maakte met mijn schelle kakel helaas de buren wakker, maar ik kwam echt niet meer bij. Ik ga een actie starten voor het behoud van NOVA. Ik heb in tijden niet zó gelachen.

dinsdag 24 augustus 2010

Imagovernietiging



Deze week kregen Artikel7 het verzoek (9.01 uur) van dr. Richard Gill om alle citaten van zijn hand van de site te verwijderen, aangezien hij juridisch achtervolgd wordt door Haga Ziekenhuizen, de huidige werkgever van de mevrouw die door Prof. Dr. Gill aan de kaak is gesteld als een belangrijke motor achter de onterechte vervolging van Lucia de Berk voor een serie moorden die geen plaats had.

De basis van deze actie van Haga Ziekenhuizen is dat de privacy van mevrouw Dinges in het geding zou zijn. Haga Ziekenhuizen maakt hier veel kans om in het gelijk te worden gesteld, omdat de meineedzaak tegen mevrouw Dinges nooit doorgang vond vanwege haar gezondheids- en psychische klachten. Overigens is mevrouw Dinges nog steeds gewoon werkzaam voor Haga Ziekenhuizen.

Wat geeft door de overheid gefinancierde instellingen het recht om klokkenluiders zodanig te stalken dat zij de handdoek in de ring gooien? Nu minister Hirsch Ballin een wettelijke regeling ter bescherming van klokkenluiders geblokkeerd heeft, komt nu dus de meute elkaar beschermende bestuurlijke graaiers in het geweer met hun advocaten. Met overheidsgeld stalken zij mensen die uit liefde voor recht en waarheid uitgebreid hebben gewerkt aan de rehabilitatie van Lucia de Berk. Een rechtszaak, die erkend één van de grootste juridische blunders van de afgelopen 25 jaar is.

Knoeiers, meinedigen en mensen die bewust een valse voorstelling van zaken geven om hun eigen zielige reputatie te beschermen horen aan de schandpaal. Figuurlijk (internet), maar wat mij betreft ook letterlijk. Zet elke zaterdag maar een rijtje betrapte stiekemerds èn hun beschermers op het Plein in Den Haag, en laat de bevolking zijn gang gaan met rotte tomaten. Slachtoffers mogen voorop staan.

Een uurtje of twee is genoeg.

En meer dan één keer per persoon zullen we niet vaak zien.

In een tijd van imagobuilding, is een straf die een imago vernietigt een passende straf.

dinsdag 17 augustus 2010

Koning van Katoren



Bij het opruimen van de zolder kwam ik het weer tegen: Koning van Katoren, van Jan Terlouw, de eerste effectieve machtspoliticus van D66. Niet alleen was het een knap geschreven kinderboek, het bevatte ook tamelijk schokkende beelden voor jonge kinderen. Bovendien was het doordrenkt met een gedachtegoed dat we nu direct herkennen als linksig D66. Een generatie groeide er mee op, en heeft zich er ongetwijfeld door laten beïnvloeden. Dat ik op mijn 9e niet bijzonder onder de indruk was van de vrij heftige situaties in het boek was ongetwijfeld te danken aan dat ik het jaar daarvoor de geschiedenis van het Romeinse Rijk verslonden had, inclusief moord en doodslag onder de regerende families. Moderne kinderen schrikken nog wel eens terug voor de gebeurtenissen die beschreven worden.

Waarom dit bovengehaald? De recente optredens van Alexander Pechtold riep de herinnering boven aan het verhaal van de één na laatste opdracht die in het boek moet worden vervuld. Voor het gemak hier de beschrijving uit Wikipedia:

Ekilibrië
De tovenaar, Pantaar, komt iedere avond bij iemand aan de deur om een geliefd object te vragen (een aalmoes). Wie een voorwerp geeft dat hem niet van waarde is, stopt hij in zijn zakken en gaat zelf een voorwerp van waarde halen. Wie hem probeert aan te vallen verandert hij in een staklok. Stach vindt onderdak bij de burgemeester, en wordt door Pantaar meegenomen omdat hij het meest geliefde object van de burgemeester is. In het hol van de leeuw ontdekt Stach dat Pantaar de voorwerpen in een magisch vuur moet gooien om de stad te behoeden voor vernietiging. Maar als iemand zich vrijwillig in het vuur stort zal het vuur 100 keer 1000 jaar branden. Als Stach beslist om er in te springen wil de tovenaar dat niet, omdat hij immers gedwongen is. Stach belooft de volgende dag vrijwillig terug te komen, en doet dat ook. Maar dan weigert Pantaar het offer te aanvaarden, omdat Stach nog een heel leven voor zich heeft. Uiteindelijk springt de tovenaar zelf in het vuur waardoor de stad gered is.


Dit verwijst naar de moeilijkheid een keuze te maken tussen voordeel op korte en voordeel op langere termijn, en het egoïsme en de gemakzucht. Dit is het centrale verhaal in het boek, en het meest filosofische. Wie weet nu wat hij diep in zijn hart het meest liefheeft? Maar juist dat vraagt Pantaar, en hij kan nooit worden bedrogen. Zeg je het verkeerde, dan neemt hij allebei.

Beklemmend.

Als je dit hierboven zo bekijkt, is het moeilijk de gedachte af te schudden dat Jongetje Pechtold dit deel van het boek niet bepaald begrepen heeft. In zijn hijgerigheid te kunnen gaan regeren, heeft hij de langere termijn-belangen van het land uit het oog verloren. Het eigen gelijk kunnen offeren op het altaar van het landsbelang is jammer genoeg niet de sterkste eigenschap van de politicus Alexander Pechtold.

Uiterst betreurenswaardig.

Tovenaar Wilders zal het hem af komen nemen, en het gelijk van AP zal door het spreekwoordelijke vuur vergaan.