dinsdag 19 oktober 2010

Nationaliteit, loyaliteit en sentimenten



Vandaag staat er een mooi stuk van Syp Wynia op de site van Elsevier, waarin hij betoogt dat er een principieel verschil bestaat tussen dubbele nationaliteiten. Een Zweedse nationaliteit zou als co-nationaliteit niet te vergelijken zijn met een Turkse of Marokkaanse. Een argument waar ik eigenlijk wel gevoelig voor ben merk ik, niet in het minst van uit een politieke overweging. Dat een dergelijke gedachte in me opkomt bij een principiële zaak als deze is bedenkelijk (als het niet zo vroeg was zou ik mezelf bestraffend gaan toespreken voor de badkamerspiegel), maar wellicht tegelijkertijd tekenend, omdat het ook een sentimentele kwestie is.

Het argument van Syp Wynia betreft de eisen die verschillende staten stellen aan de houders van hun nationaliteit. Nu is het ontegenzeggelijk waar dat landen als Marokko en Turkije heel anders omgaan met de geëmigreerde houders van hun nationaliteiten dan een land als Zweden, ongeacht mogelijke wetsartikelen die wellicht nog in de Zweedse constitutie verstopt zitten.

Tegelijkertijd is het eigenlijk ondenkbaar dat men op een bepaald niveau van bestuur aangekomen zich chantabel zou voelen door het land waarvan men ook nog de nationaliteit bezit. Mensen die daarvoor bevattelijk zijn hadden sowieso niet tot hoge ambten geroepen mogen worden. Wel hebben de voordragende partijen hierin een verantwoordelijkheid, die ze duidelijk niet altijd nemen.

Dat het bij de formatie van het kabinet Rutte niet tot de standaardvragen over de achtergrond van de kandidaat-functionaris behoorde, lijkt me een fout die premier Rutte zich aan zou moeten trekken. Het debat rond de bewindslieden van Balkenende IV had in dat verband leidend moeten zijn, ook omdat het in toenemende mate mogelijk blijkt dat mensen van wie je dat niet in eerste instantie zou verwachten een tweede nationaliteit hebben.

Dit debat vindt zijn wortels in het voortgaande marchanderen met de oorspronkelijk in de wet vastgelegde regel, dat men de Nederlandse nationaliteit alleen kon verkrijgen door afstand van de oude nationaliteit. Deze regel opnieuw scherp naleven zou wellicht conflicten veroorzaken met landen als Turkije, die daarmee een deel van hun veronderstelde greep op nazaten van emigré’s zouden verliezen. Of dat zwaar zou moeten wegen, gesteld tegenover staatsrechtelijke zuiverheid van het eigen systeem, zou geen vraag mogen zijn. Het zou het debat niet, zoals nu, in de weg mogen staan.

Het probleem bij hoge functies van staat is de psychische gesteldheid van de houder van twee paspoorten, die niet alleen loyaliteit naar het land waarin men een publieke functie gaat vervullen veronderstelt, maar tevens een sentimentaliteit naar het land waarvan men ook nog een paspoort bezit. Door afstand te doen van de tweede nationaliteit laat de kandidaat-functionaris zien geen sentimentaliteit ten opzichte van de tweede nationaliteit te bezitten. Er wordt een streep getrokken, die ook voor de kandidaat zelf een bevestiging van de gemaakte keuze betekent.

Bij het aanvaarden van bepaalde functies is een dergelijke stap eigenlijk een logische, vergelijkbaar met het uitspreken van een eed van trouw aan land en staatshoofd. Deze functies lenen zich niet voor twijfel, en alleen daarom is het een eis die niet alleen mag, maar zelfs moet worden gesteld.

Ook verschenen op Artikel7.nu

vrijdag 15 oktober 2010

Uitlevering



Wesam al-Delaema is gisteren door het Rotterdamse gerechtshof tot 8 jaar cel veroordeeld, en direct vrijgelaten.
Dat dat grote verontwaardiging in de USA verwekte zal niemand verbazen, maar het was de logische consequentie van de afspraken die Nederland een aantal jaren geleden maakte met de USA over het uitleveren van eigen onderdanen die volgens de USA strafbare feiten hebben gepleegd. Het gaat hier om Nederlanders die onder de jurisdictie van de USA strafbaar zijn, en die eveneens door de Nederlandse wet als strafbaar worden gezien.

Is dat een gezonde situatie? Nee. Van oorsprong beschermden landen hun eigen onderdanen tegen uitlevering aan andere landen, om wat voor reden dan ook. Het eigen land was altijd een vluchthaven tegen de boze buitenwereld.

Veel landen hanteren dit principe nog steeds, maar Nederland heeft het verlaten. Ons land is overgegaan op een systematiek die een diep vertrouwen in de internationale rechtsorde uitstraalt, inclusief de gedachte dat de rechtsspraak overal objectief is. Een nog al naïef uitgangspunt. Gezien in het licht van het feit dat de USA zelf weigert eigen soldaten die worden beschuldigd van oorlogsmisdaden uit te leveren aan het Internationaal Gerechtshof, zijn de USA dan ook niet de meest logische staat om een uitleveringsverdrag als het huidige mee te sluiten.

Er zijn natuurlijk voorbehouden: de straf elders mag niet hoger uitvallen dan de Nederlandse wet zou voorschrijven, een deel van de straf mag hier worden uitgezeten, en zo zijn er nog een paar regels die een al te gemakkelijke toepassing van uitlevering limiteren.

In het geval van Wesam al-Delaema lijken die regels inderdaad netjes gevolgd te zijn, en tonen de gebeurtenissen in Rotterdam vooral het verschil in hoe je de daden van een terrorist als Wesam bezien kunt.

En daarmee raken we dus ook een zeer onbevredigend punt: Naar ons idee is de conversie van de straf van vijfentwintig jaar cel (USA) naar 8 jaar met aftrek (in Nederland altijd 1/3, bespottelijk systeem) buitenproportioneel. Waar we lichtjes overheen stappen is dat een veroordeling tot 8 jaar in de Nederlandse context al tamelijk uitzonderlijk is. Maar ook dat is in feite een relatief onbelangrijk detail.

Waar het om zou moeten gaan, is de behandeling van een man die de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen, en zich vervolgens in het buitenland als terrorist doet kennen. Na hem te hebben uitgeleverd aan de USA, waar hij werd veroordeeld, kregen we hem terug. Híer zit iets helemaal fout.

Alles bijeengenomen hadden we er veel beter aan gedaan de man uit te leveren, en bij veroordeling automatisch te denaturaliseren als ook onze rechtsspraak de man zou hebben veroordeeld. Dan hadden we hem ook niet terug hoeven nemen, en was hij nu nog niet op de helft van zijn straf geweest.

Dit voorval laat vooral zien dat je erg op moet passen met wie je als landgenoot accepteert. Wanneer worden de consequenties van deze les in het beleid geïntegreerd?

zondag 10 oktober 2010

Kennismigranten en het gelijkheidsbeginsel



Kennismigratie en het gelijkheidsbeginsel bijten elkaar. Migratie is een gevolg van behoeften: de migranten verhuizen in principe in de hoop op een beter leven. Wie uitgenodigd wordt te migreren wenst in de eerste plaats een perspectief dat lokt.

Het belangrijkste kenmerk van de massa-immigratie zoals we die de afgelopen 40 jaar hebben mogen beleven kenmerkte zich weliswaar door verhuizende migranten met hoop op een beter leven, maar tegelijkertijd heeft het ontvangende land, Nederland, zich heel lang in de illusie gewenteld dat men hierbij ook zelf baat heeft. Ondertussen bereiken we langzamerhand een communis opinio dat dat eigenlijk niet waar is, hoewel dat politiek gevoelig ligt door de kwestie wat te doen met de aangekomenen, waaraan maar beperkt behoefte blijkt.

In tegenstelling tot de massa-immigratie van kansarmen wilde het met het lokken van kennismigranten echter maar matig vlotten. Er is een niet onaanzienlijke instroom van mensen die hier hun opleiding willen voltooien, maar het rendement hiervan moet niet worden overdreven: velen keren na het behalen van hun diploma terug naar hun land van herkomst, of beginnen via het internationale bedrijfsleven aan een eigen Odyssee.

Nu is er altijd een zekere instroom van kennismigranten via het internationale bedrijfsleven, maar er zijn meer Nederlanders die via dat circuit het land verlaten. Het saldo is uiteindelijk negatief. Zoals hierboven al gezegd, we moeten ons van die instroom niet te veel voorstellen. Tegelijkertijd mag het óók niet ontmoedigd worden, want anders wordt het saldo nog een stuk negatiever. Je kunt het niet goed doen, maar je kunt het wel fout doen.

Het gelijkheidsbeginsel vereist dat we met het afsluiten van de toegang voor kansarme migranten ook de toegang van kennismigranten belemmeren. Daar moeten we van af. Het paradigma dat mensen gelijk zijn staat al lang ter discussie, maar het idee dat alle mensen gelijke kansen moeten hebben is vrijwel onaangetast.

Het ter discussie stellen van het paradigma van gelijke kansen voelt zelfs een beetje vies, maar toch is dat nodig. Om dat we daar als land beter van worden, maar ook doordat de mensen die we wel toelaten, bij terugkeer naar hun land van herkomst daar weer een positieve rol kunnen spelen. Het alsnog toelaten van kansarmen om wege van het gelijkheidsbeginsel levert daar op geen enkele wijze een positieve bijdrage aan.

De algemeen geldig-verklaring van het gelijkheidsbeginsel is maatschappelijk verlammend.

donderdag 7 oktober 2010

Schuld & Boete



Er zijn zo van die momenten dat je even niets te doen hebt, dat je je ineens afvraagt: ja, waarom eigenlijk? Als kind had ik dat met de erfzonde, toen ik er voor het eerst van hoorde. Toen was ik al een jaar of tien, en dat bleek te laat om er bevattelijk voor te zijn. Voor mij persoonlijk in ieder geval. Als christelijk dogma, iets wat christelijk gelovigen dus aan moeten nemen, kan ik het accepteren, maar ik betrek dat niet op mezelf.

Een wat modernere variant van de erfzonde, de kleine erfzonde zegt u maar, is dat wij verantwoordelijk zouden zijn voor de situatie van de mensen in Afrika. Daarom sturen we daar jaarlijks enorme bedragen naar toe. Formeel om ze te helpen, maar in de praktijk als een moderne variant op de praktijken van de Aflaat, en dan meer specifiek de praktijk dat men tegen betaling van een interessant bedrag aan de aardse kerk de zonden tegen de hemelse directieven kan afkopen. Maar hierover mogelijk een andere keer.

Resteert de vraag, hebben wij werkelijk een verantwoordelijkheid voor de acties en misdaden van onze voorouders? Het is een hoogst dubieus punt, als we even doordenken. Wel hebben onze voorouders wel degelijk schuld aan onze misdaden, afnemend naarmate wij verder van hen in tijd verwijderd zijn. Immers, de schone taak van een correcte opvoeding was de hunne, en het falen van de nakomelingen moet voor een niet onaanzienlijk deel worden toegeschreven aan de voorouders.

Maar andersom? Ten hoogste kun je argumenteren dat het een erezaak is, de fouten van je voorouders te herstellen of te compenseren. Maar schuld, nee, dat gaat te ver. Waar je geen invloed op hebt, heb je geen schuld aan.

Dan is er nog de kwestie van de medemenselijkheid. Een heel sterk punt, maar dat ook consequenties heeft. Ooit een bedelaar tegengekomen die om geld vroeg voor een kop koffie? De eerste keer gaf ik inderdaad een kop koffie (dat deed je vijfentwintig jaar geleden nog niet zo, schijnt het), en moest toen snel bukken. Het ging om geld, en wat daarmee gebeuren zou kon ik wel raden. Dat wilde ik echter niet subsidiëren.

Dat hebben we ook heel lang gezien met de Afrikaanse subsidies. Het werd aan van alles besteed, maar niet aan grotere welvaart door betere landbouwmethoden en een rem op de bevolkingstoename, want dat was betutteling. Men had er recht op, want door de kolonisatie, de eeuwenlange uitbuiting, de slavernij, de... afijn. Dat rijtje kennen we allemaal van buiten, maar dat was nu juist waar ik het over hebben wil. Hebben wij er iets van geërfd? Zijn we er echt zoveel beter van geworden?

Nee.

Het is een van de grootste misverstanden over de koloniale geschiedenis dat de koloniserende landen er zoveel beter van werden. Zeker, de ervaring met de wereld die op deze wijze werd opgedaan heeft Europa opgestoten in de vaart der volkeren, maar dat had niets te maken met uitbuiting.

De slavernij is een zwarte bladzijde. Daar gaat geen woord vanaf. Maar economisch voordeel heeft het ons niet gebracht. Zeker niet de bevolking van gebieden als Nederland. Enige luxeproducten als suiker werden per schip hierheen gebracht, specerijen, katoen.

De Spanjaarden hebben enorme hoeveelheden goud uit Zuid- en MiddenAmerika weggesleept, maar dat ging linea recta door naar de Aziatische potentaten die de macht over de specerijen hadden die wij zo graag hebben wilden. Uit Afrika, (Zuid-Afrika uitgezonderd) is in de gehele koloniale periode niets weggehaald dat de moeite en inspanning van het kolonialisme rechtvaardigde. Het enige dat Europa over hield aan het kolonialisme was een lading kruidenierswaren van exotische herkomst. En lekkere ook, al kwamen ze vooral uit Azië. Maar dat was al.

Omgekeerd echter betrad Afrika het toneel van de beschaving. Het staat voor de volle 100% vast, dat als de Europeanen Afrika niet gekoloniseerd hadden, maar een afgesloten reservaat hadden gecreëerd, dat het nu een continent was geweest met een 100 miljoen primitieve wilden die er in zeer eenvoudige omstandigheden hadden geleefd. Net als in 1850.

Geen debat over mogelijk.

Ik heb moeite met de eisen die aan de ontwikkelde wereld worden gesteld met als basis onze schuld aan die arme landen. Het zou nog wat anders zijn, als het hielp. Maar dat doet het niet. Want geestelijk leven er toch vooral primitieve wilden. Alleen zijn het er ondertussen 1.000 miljoen, en zullen ze ergens de komende eeuw de 2.000 miljoen passeren. Ik ben er geen voorstander van een dergelijke bevolkingstoename te blijven helpen financieren. Laten ze daar eerst maar iets aan gaan doen. En zoals ik hierboven al beredeneer, er is geen enkele reden om me daar schuldig over te voelen, integendeel.