maandag 29 november 2010

Onderzoek journalistiek door Artikel7 van start gegaan




Zo de kop is er af.

Onderstaande brief is vanmiddag verzonden aan alle politieke journalisten in Nederland, of hun redacties. Hij spreekt voor zich, neem ik aan.

Dit is in de eerste plaats hier neergezet zodat de lezers van A7 kunnen volgen hoe we dit doen, zodat ze een beeld hebben van wat er gebeurt als er plotselinge onaangenaamheden van zouden komen.

Na vrijdag 10 december gaan we er pas over publiceren, of we het voor elkaar krijgen om al in dat weekend een voldoende zorgvuldige analyse te leveren, dan wel dat we pas de maandag daaropvolgend kunnen publiceren, dat zullen we af moeten wachten.



L.S.,


Dit bericht is voor uw redacties bestemd, maar daarvan blijkt een mailadres niet eenvoudig beschikbaar.


Ik verzoek u onderstaand bericht door te geven aan de redactie van BNR-programma's voor zover van toepassing.



L.S.,



In het licht van het debat over de geloofwaardigheid en integriteit van ons politiek systeem, is RTL-Nieuws drie weken geleden een onderzoek gestart waarbij men álle Tweede Kamerleden een aantal concrete vragen over een mogelijk strafrechtelijk verleden heeft voorgelegd.



Artikel7.nu vraagt vandaag uw aandacht voor het onvermijdelijke vervolg daarop: een onderzoek naar partijpolitieke bindingen en mogelijke strafrechtelijke veroordelingen van politiek journalisten, commentatoren, nieuwsanalisten en hun hoofdredacties.



Wij gaan er van uit dat u de logica van deze stap zult inzien, zowel parlementariërs als journalisten zijn immers exponenten van het publieke debat èn de onmiskenbare controle van de overheid. Als voor de eerste groep een dergelijke controle als door RTL-Nieuws redelijk is, is zij dat voor de tweede groep evenzeer.



Wij hopen dat u van harte zult meewerken.



Bijgaand treft u een vragenlijst aan, waarvan wij hopen dat u zult bevorderen, dat uw medewerkers waar het hier om gaat, ons die voor vrijdagmiddag 10 december aanstaande ingevuld zullen retourneren.



Hoewel wij ons kunnen voorstellen dat het uw voorkeur heeft de gegevens centraal in te zamelen en aan ons te doen toekomen, hebben wij geen bezwaar tegen het ontvangen van individuele gegevens, mocht een groep van uw medewerkers bezwaar hebben tegen het openbaar maken van de data waarom wij u verzoeken.



Wij verzoeken u ons de gegevens toe te sturen op Juvenalis@live.nl



Onderstaand vindt u een lijst met de namen van uw medewerkers die onze lezers dit weekend konden achterhalen. Het is geenszins onwaarschijnlijk dat deze lijst incompleet is, maar wij rekenen op zowel uw sportiviteit als begrip voor het belang van deze zaak om ons verzoek over te brengen aan alle medewerkers waarom het in dit verband gaat. Voor de volledigheid sommen wij die hier op op basis van functie:





Politieke journalisten, Hoofdredacties, Commentatoren, Politiek columnisten, Chef Nieuwsdienst, Bureauredacteuren mediaprogramma's, Presentatoren mediaprogramma's



Dit verzoek doen wij aan alle landelijk opererende kranten en media die geacht worden tot de zogenaamde Main Stream Media te behoren. Geen correspondenten, geen free-lancers. Het gaat ons zoals u zult begrijpen in de eerste plaats om de gegevens van mensen die primair

verantwoordelijk zijn voor ontwikkeling en behandeling van het dagelijkse (politieke) nieuws.



Met vriendelijke groet, en hopend op uw medewerking,


Redactiecoördinator Nieuws & Opinieblog Artikel7.nu Artikel7.nu@gmail.com







************************************************************************************************************************



Brief en vragen voor de betreffende medewerkers:



Geachte heer, mevrouw



Vandaag is Artikel7.nu begonnen met een onderzoek naar het strafrechtelijk verleden van politieke journalisten en opiniemakers. Wij wenden ons nu tot u met het verzoek of u bereid bent mee te werken aan het beantwoorden van een aantal persoonlijke, indringende vragen, die te maken hebben met uw persoonlijke verleden.



De directe aanleiding is het maatschappelijk debat over het strafrechtelijk verleden zoals dat is aangezwengeld oor RTL/nieuws op 18 november jongstleden. Hierdoor ligt de indringende vraag op tafel welk verleden journalisten die zich professioneel met politieke zaken bezig houden, en of dat verleden op enigerlei betekenis heeft voor het werk en de geloofwaardigheid van journalisten en de redacties en het systeem waar zij deel van uit maken.



Wij realiseren ons terdege dat deze vraag raakt aan een belangrijk uitgangspunt+ het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Tegelijk is evident dat deze vraag niet los kan worden gezien vanwege de hoge morele normen, waarden en standaarden die door de Nederlandse journalistiek blijkbaar worden nagestreefd, en die door veel redacties en landelijke media worden uitgedragen, sinds het politieke debat over de stabiliteit en de geloofwaardigheid van het kabinet´, in de Tweede Kamer.



Vrijwel alle landelijke media middels berichtgeving duidelijk hebben laten merken hoe belangrijk men dit vindt, en dat er een relatie is tussen persoonlijk handelen en openbaar functioneren - dat wil zeggen: journalistieke geloofwaardigheid. Daaraan is toegevoegd dat rekrutering en screening een zaak is van redacties en media zelf: “het is aan u zelf om u te verantwoorden naar uw lezers.” Zonder feitelijke, correcte informatie in het publieke domein over een eventueel strafrechtelijk of met belangen verstrengeld verleden is dat ons inziens echter een fictie, en wordt uw werk daarmee inhoudsloos.



Nu het evident is dat de media journalistiek zulk een hoge borst opzetten, moet ons inziens de vraag onder ogen worden gezien hoe op een zorgvuldige, integrale wijze de lezer en kijker deze informatie kan worden gegeven. Artikel7.nu probeert dat onderzoek te objectiveren, en in redelijkheid te komen tot een overzicht van relevante feiten, zodat ook daadwerkelijk transparantie wordt betracht.



Vandaar dat wij U onderstaande vragen stellen, met het verzoek of u die vragen uiterlijk vrijdag 10 december kunnen zijn beantwoord. Het staat uw redactie uiteraard vrij onze vragen niet te beantwoorden, maar wij menen dat een volwassen debat gevoerd zou moeten worden op grond van feiten, en dat het aan ieder afzonderlijk is zich een mening te vormen over de feiten.



Wij nemen ons voor de feitelijke informatie integraal, op één moment, per medium op onze website te publiceren, en daarover te berichten in onze nieuwskolommen. Ons uitgangspunt is dat we feitelijk en zakelijk berichten over de uitkomsten, waarbij recht wordt gedaan aan de codes van hoor en wederhoor. Wij staan daarbij uiteraard open voor uw inbreng, met het oog op een zorgvuldige belangenafweging.

***********************************************************************************************************************



De vragen die wij u willen stellen zijn:



- Bent u ooit veroordeeld voor een strafbaar feit, en zo ja, wanneer, waarvoor en welke sanctie is opgelegd? (niet zijnde snelheidsovertredingen binnen Wet Mulder en parkeerboetes)



- Hebt u ooit een tuchtrechtelijke berisping,/veroordeling gekregen, en zo ja, waarvoor, wanneer en welke sanctie is opgelegd?



- Indien sprake is van een van bovenstaande feiten, heeft u dat bij uw aanstelling of tijdens uw werkzaamheden gemeld? Zo nee, waarom niet?





- Heeft u persoonlijke schulden van een dusdanige omvang dat deze uw objectief functioneren zouden kunnen belemmeren?





- Bent u lid van een politieke partij, en zo ja, welke, en hoe actief bent u daar in?



- Heeft u geregelde of ongeregelde, betaalde of onbetaalde, nevenwerkzaamheden die voorvloeien uit, of samenhangen met, uw werk als politiek journalist, of daar binding mee hebben?



- Indien u een van beide direct voorgaande vragen positief heeft beantwoord, is uw werkgever daarvan op de hoogte?



- Indien u deze vragen niet wilt beantwoorden, wilt u dan alstublieft aangeven waarom niet? U mag ook uiteraard aangeven waarom u de vragen wèl beantwoordt.



Wij verzoeken u uw beantwoording te sturen naar: Juvenalis@live.nl



Als wij vrijdag 10 december 12.00 uur geen bericht van u hebben ontvangen, gaan wij er van uit dat u de vragen niet wilt beantwoorden. Wij zullen contact opnemen met uw hoofdredacteur en de directie van uw medium om te zien hoe de beantwoording van onze vragen het beste kan worden afgehandeld.





In afwachting van uw antwoord,



Namens de redactie van Nieuws & Opinieblog Artikel7.nu,





Hoogachtend,





Redactiecoördinator


Tot ons genoegen kan ik zeggen dat de eerste reacties al binnen zijn. Uit de aard der zaak niets spectaculairs, en zoals gezegd, ná 10 december hoort u er meer over.

Journalisten en parlementariërs schelen niet zo veel



De taak van parlementariërs en journalisten vertoont grotere overeenkomsten dan we wel eens beseffen. Beiden controleren de macht: parlementariërs door het werk van de regering kritisch tegen het licht te houden en waar nodig te corrigeren, journalisten door het werk van de overheid kritisch tegen het licht te houden, er over te berichten en waar nodig kritische kanttekeningen te plaatsen.

Om die reden is het niet heel vreemd dat er een zekere overloop tussen beide groepen bestaat, al is het vrijwel uitsluitend eenrichtingsverkeer van de journalisten naar de rangen van de volksvertegenwoordigers. Maar dat zal zeer beslist ook met de riantere beloning van parlementariërs te maken hebben. Maar ook dat men, eenmaal ingewijd op een bepaald niveau, niet zonder het gevoel van verraad te plegen terug kan gaan naar onderzoeksjournalistiek: er zou een geurtje omheen blijven hangen.

Overigens hoeft de terugkeer uit de politieke sfeer niet te betekenen dat een terugkeer in de rangen van de journalistiek geheel uitgesloten is. Het grote voorbeeld op dit moment daarvan is Frits Wester, de bekende commentator van RTL-nieuws, die in een eerder stadium van zijn loopbaan als voorlichter werkzaam was bij het CDA.

Het is daarom wel opvallend dat het juist RTL-nieuws was, dat vorige week een Doos van Pandora opende door alle Kamerleden te bevragen over hun eerdere bestaan vóór zij volksvertegenwoordiger werden, zulks naar aanleiding van de commotie rond de leden van de PVV-fractie.

De vraag in hoeverre dat relevant is voor hun functioneren als Kamerlid moet worden beantwoord met: vrijwel niet. Het enige argument dat er voor zou kunnen pleiten, is als er feiten bekend zouden worden die van invloed zouden kunnen zijn op het stemgedrag van Kamerleden bij wetgeving, of bijzondere vertrouwenskwesties. Dat alles heeft niets van doen met niet-politiek gebonden misstappen in een eerder bestaan, hoe walgelijk deze ook zouden kunnen zijn.

Wel is er de kwestie welk beeld een fractie zou uitdragen als zij zich bevolken zou met zware criminelen, maar hiermee begeven we ons op het vlak van de politiek zelve. Als de politici van andere partijen dit hadden aangezwengeld had er een politieke debat kunnen ontstaan over wenselijkheid van voorgeschiedenis van parlementariërs, en waar grenzen te trekken. Als onderdeel van het duw- en trekwerk binnen de politieke arena was er geen commentaar op mogelijk geweest, en hadden de media er op hun eigen wijze verslag van kunnen doen.

Maar wat de afgelopen week het meest opviel, was dat de media zich stortten op dit onderwerp, waarbij collega-politici van aan de kaak gestelde parlementariërs zich beperkten tot afkeurende geluiden, die een sterk verplicht ritueel karakter hadden. De drijfjacht zoals die zich openbaarde was in eerste instantie een product van de media.

Zoals ik in mijn openingsalinea al stelde, is er een grote overeenkomst tussen de taak van een parlementariër en die van een politiek journalist. Dat maakt het onvermijdelijk, dat als journalisten zich ongegeneerd op het politieke vlak begeven, dat ook aan hen dezelfde vragen en eisen als aan parlementariërs kunnen èn moeten worden gesteld.

Was dit tot een jaar of tien geleden vrijwel een onmogelijkheid, doordat de burgers van dit land zich noodgedwongen moesten beperken tot wat de media ons wilden tonen, tegenwoordig is er het internet, en meer specifiek, de blogosfeer. Waar de media hun kerntaken laten versloffen, zullen de blogs het gat onvermijdelijk vullen. Dit toon zich al enige tijd in het ontstaan van nieuws en opiniesites, niet allen zoals Artikel7, maar ook sites als Sargasso, Dagelijkse Standaard en natuurlijk GeenStijl.

De conclusie die getrokken moeten worden uit bovenstaand verhaal ziet u vandaag terug op deze site. Als journalisten parlementariërs de maat gaan nemen, kan het niet anders dan dat de blogs de (politieke) journalisten en hun bazen de maat gaan nemen. Dat is een democratische noodzaak.

woensdag 24 november 2010

Religies & samenlevingen



Religie is de spiegel van de samenleving. Dat bedoel ik zoals ik het hier opschrijf. Letterlijk. Het doet er in dat verband werkelijk niets toe of een lid van een samenleving in de god(en) van deze religie gelooft, de dogma's accepteert dan wel een diametraal godsbeeld aanhangt: als lid van de maatschappij die de heersende religie weerspiegelt, zal hij voor leden van een andere cultuur en ander religieus paradigma direct herkenbaar zijn als iemand uit die bepaalde maatschappij.

Als ik dat op mezelf toepas, betekent dat, dat ik voor een Syrische mohammedaan herkenbaar ben als christen. Dat, terwijl ik niet eens atheïst genoemd kan worden, omdat daar een te sterk element van afzetten tegen gelovigheid zit. Zonder religie geen atheïsme. Goddeloos zou mij vermoedelijk nog het best omschrijven, in religieuze zin ben ik blanco. De oorzaak ligt in een te late kennismaking vermoed ik zelf; ik herinner me nog levendig mijn belangrijkste emotie toen het concept godsdienst me in zijn volle omvang duidelijk werd: verbazing. Desalniettemin ben ik cultureel een christen.

Varkensvlees
Religies zijn ooit ontstaan als methode om de wereld en de maatschappij te verklaren, te regelen en kaders te stellen. Een aantal van die regels betreft moraal, maar er zijn ook praktische elementen die hun weg in taboes en verboden hebben gevonden. Het niet mogen eten van varkensvlees, om een voorbeeld te noemen, heeft een praktische kant. Het is niet zo algemeen bekend, maar het rauw eten van varkensvlees is bijzonder ongezond. Je kunt er makkelijk ziek van worden. Daarom moet het helemaal gaar zijn om geschikt te zijn voor consumptie. Rundvlees daarentegen kun je in grote hoeveelheden rauw verslinden zonder dat het problemen oplevert.

Het voorbeeld van het varkensvlees verklaart uitstekend waarom zowel joden als mohammedanen geen varkensvlees mogen eten. In hun oorspronkelijke kerngebied waren voldoende alternatieven, en de warmte maakt het eten van varkensvlees een extra gevaarlijke factor.

Voedselvoorschriften
In Europa werd ten tijde van de verbreiding van het christendom al veel varkensvlees gegeten; de Romeinen sloegen het als vleessoort hoger aan dan rundvlees: meer smaak. Het christendom accepteerde uit praktische overwegingen het eten van varkensvlees, en toont daarmee ook de wederzijdse beïnvloeding van maatschappelijke werkelijkheid en religieuze dogma's.

Het christendom heeft in zijn voedselvoorschriften nooit een heel strakke regie gevoerd, en waar zij dat toch deed, was het in de eerste plaats verbonden met rituelen en praktische overwegingen. Een concreet voorbeeld van het laatste is de periode van vasten die de katholieke kerk haar volgelingen voorschreef. Deze valt precies in de tijd van het jaar dat de laatste wintervoorraden worden opgemaakt, en er nog niet voldoende voedsel groeit om de bevolking naar behoren te voeden.

Evolutie en aanpassingsvermogen
Kenmerkend voor het christendom, is dat het zich in zijn voorschriften en dogma's altijd flexibel heeft getoond wat betreft de veranderende maatschappelijke werkelijkheid, al nam het daar dan weer wel ruim de tijd voor. Aldus bleef het een spiegel van de maatschappij waarvan zij deel uitmaakte: meebewegend, vaak remmend, maar nooit een onoverkomelijke hindernis.

De acceptatie van de toenemende scepsis tegenover godsdienstigheid sinds de Verlichting is daarvan het ultieme bewijs. Dat het centrale dogma van het christendom Liefde is, zal daartoe beslist hebben bijgedragen. De ruimte die onze maatschappij voor andersdenkenden laat werd aldus weerspiegeld in het religieuze bewustzijn. Tolerantie is een maatschappelijk dogma geworden.

Islam
Ook de islam is een weerspiegeling van de samenlevingen waar zij domineert, maar in tegenstelling tot het Westerse christendom is zij er in geslaagd maatschappelijke veranderingen te buigen naar haar leerstellingen. Het resultaat is een maatschappelijke verstarring. Dit heeft heel lang goed gewerkt, omdat de islam zich niet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de RK kerk (Galileo Galileï etc.), heeft vastgelegd op hoe de wereld er uit zag, maar op hoe de gelovigen er mee om dienden te gaan. Maar dat liet onverlet dat de maatschappelijke structuur niet voor discussie vatbaar was.

Een tweede handicap voor aanpassingsvermogen van de Islam is het ontbreken van een centraal geestelijk gezag, dat in staat is veranderingen van maatschappelijke aard te sanctioneren. De concessies die het katholicisme middels pauselijke encyclieken door de eeuwen heeft gedaan aan de werkelijkheid waarmee ze werd geconfronteerd, hebben de voorwaarden geschapen voor verdergaande ontwikkelingen. De islam, met zijn decentralisatie en vertrouwen op lokale jurisprudentie, gekoppeld aan de rigiditeit wat betreft het aanpassen aan sociale ontwikkelingen, was daarom niet klaar voor de steeds snellere maatschappelijke veranderingen die haar in de 20e eeuw bestormden. Haar traditionele reactie, verzet, zorgt door de kracht van de aanstormende veranderingen voor grote sociale onrust. Het wereldbeeld van deze mensen vertoont grote scheuren die men niet wenst te zien, laat staan accepteren.

De immigranten
Wat op valt aan de mohammedanen die de afgelopen decennia naar Europa geëmigreerd zijn, is dat zij zich deels hebben aangepast aan onze maatschappelijke dogma's van tolerantie voor andere opvattingen, en deels weigeren zich er aan te conformeren. Dat is eigenlijk opmerkelijk, want het is een grote stap van een maatschappij die zich verzet tegen verandering en vasthoudt aan dogma's en leerstellingen die 1400 jaar oud zijn, naar een maatschappij als de onze. Een cultuurshock doet mensen niet zelden teruggrijpen naar voorvaderlijke waarheden, en dat zien we bij grote groepen immigranten dan ook gebeuren.

De immigranten die zich wel hebben aangepast aan de in West-Europa geldende normen en waarden worden in discussies vaak gematigde moslims genoemd. Dit is misleidend, en feitelijk onjuist. Vanuit het perspectief van het mohammedaanse geloof zijn zij afvalligen, omdat hun wereldbeeld eerder christelijke waarden weerspiegelt dan die van de islam. Wie zich aanpast op een zodanige wijze dat hij of zij ons christelijke normen en waarden-stelsel omarmt, is cultureel christelijk aan het worden. Dat is fundamenteel strijdig met het geloof en de cultuur van het land van herkomst.

Godsdienstige evolutie
Op de keper beschouwd is het mohammedanisme een filosofisch systeem waaraan geen wijzigingen mogen worden bewerkstelligd. De Koran, als zijnde het woord van God, laat daartoe geen ruimte. Het is in dat opzicht ook onzinnig om te spreken over een toekomstige judeo-christelijk-mohammedaanse cultuur als mogelijke resultante van de immigratie. Dit impliceert een samensmelting die strijdig is met het maatschappelijke model van islamitische culturen. Het christendom is daartoe wel degelijk in staat, al zou het gevolg maatschappelijk als degeneratie moeten worden beschouwd.

Maar vanuit mohammedaans perspectief is een samensmelting een filosofische onmogelijkheid. Het gaat in tegen het wereldbeeld van de islamitische maatschappij, omdat verandering vanuit religieus perspectief uitgesloten is, en er niemand met voldoende religieus gezag is om die verandering te bewerkstelligen. Mocht het echter toch plaatsvinden, dan zal de verschijningsvorm er van zodanig afwijken van wat nu gewoonlijk als kenmerkend wordt beschouwd voor de islam, dat men met recht zal kunnen spreken van een nieuwe godsdienst.

Dit is op zich niet zonder precedent: het oorspronkelijke christendom zoals dat tot circa 350 na Christus gepraktizeerd werd lijkt maar heel weinig op wat wij tegenwoordig met die term omschrijven. De eerste christenen zouden onze religieuze gebruiken en dogma's niet of nauwelijks herkennen, en eerder zien als een travestie van hun geloof. Het christendom had echter als voordeel dat het geen remmingen had zich aan te passen aan afwijkende culturele omstandigheden. De islam heeft op dit punt een fundamenteel (sic!) probleem.

Een maatschappij wordt weerspiegeld in de opvattingen van de dominante religie. Het christendom en de islam zijn dusdanig verschillend, dat zij niet langdurig naast elkaar kunnen staan, op straffe van een schizofrene splijting van de maatschappij. De Europese uitdaging van de 21e eeuw is de opvattingen van de islam terug te brengen tot religieuze leerstellingen, die de heersende opvattingen van de judeo-christelijke cultuur in Europa accepteren. Dat daarover niet licht mag worden gedacht lijkt me hierboven voldoende duidelijk uiteengezet.

woensdag 17 november 2010

De nieuwe paria's



Het is geen verheffend gezicht. Schuldbewuste parlementariërs, die moeten erkennen dat ze zich in een eerder stadium van hun leven hebben misdragen. Een partijleider die door het stof gaat, omdat er tijdens de selectieprocedure fouten zijn gemaakt, die hij in de gegeven situatie moeilijk kon vermijden. En dat slechts om beeldvorming. Want we hebben het in het geval van Lucassen over de door politieke partijen opgeroepen spoken van 80 jaar geleden.

Uitsluitingsgronden
Wat een parlementariër in een eerder deel van zijn leven heeft gedaan, het niet-politieke deel, zou niet uit mogen maken zo lang het niet relevant is voor zijn politieke handelen. In dat verband is alleen relevant wat iemand heeft gedaan in politieke functies, en hoe hij zich daar in heeft gedragen. Privé-misdragingen dienen ter beoordeling van de kandidaatstellende partij te zijn.

Wel kan een nieuwe situatie ontstaan, als iemand zou worden geroepen tot een ander type politieke functie, namelijk een bestuurlijke. Het is heel wel voorstelbaar dat een fraudeur een uitstekend kamerlid blijkt te zijn, maar niemand zou zich in zo'n geval kunnen voorstellen een dergelijk persoon te doen benoemen tot minister of andere bestuurlijke functie van staatswege.

Ten laatste is het natuurlijk evident, dat privé-misdragingen tijdens het politieke leven wel een directe invloed hebben op het functioneren, en daaruit moeten andere conclusies worden getrokken dan uit feiten die teruggaan tot een periode waarin nog geen sprake was van deelname aan politieke processen.

Beeldvorming
De beeldvorming van de PVV zoals uitgedragen door veel politieke partijen in de afgelopen jaren is in de eerste plaats gebaseerd op de angsten voor een herhaling van de politieke ontwikkelingen in het Interbellum (1919-1939). Deze angsten zijn tamelijk hysterisch, niet in het minst omdat zij de unieke omstandigheden van die periode miskennen. Ernstiger is, dat men er naar handelt, en er zijn politieke tegenstanders bij voortduring mee om de oren slaat. Veroordeeld voor de daad heeft plaatsgehad. De film de Matrix in het echte leven.

Door die voortdurende morele veroordelingen heeft men politieke partijen als de PVV heel lang weg kunnen houden uit het parlement. Dat dit niet langer het geval is, komt omdat zelfs de grootste angstpsychose niet bestand is tegen een keiharde botsing met de werkelijkheid. Heeft deze botsing eenmaal plaatsgevonden, dan kan in een gezonde maatschappij nog slechts de afbrokkeling van de psychose voortgaan. Dit ondanks een vasthoudende voortzetting van hun kruistocht door de lijders aan de angstpsychose.

Een bijkomen gevolg van de voortdurende stigmatisering van bepaalde politieke ideeën, is dat de mensen die zich beschikbaar wilden stellen voor politieke functies ten einde die ideeën uit te dragen, voornamelijk mensen bleken die maatschappelijk niet veel te verliezen hebben. Of bereid bleken hun schepen achter zich te verbranden. Lucassen is een voorbeeld van het eerste, Geert Wilders en Martin Bosma voorbeelden van het tweede.

Onethisch
Politici en parlementariërs moeten voor hun functioneren beoordeeld worden op hun daden als politici. Door veel mensen, PVV-aanhangers voorop, wordt nu tegelijkertijd gesproken over politici ter linkerzijde van wie het een en ander bekend is dat volstrekt niet door de beugel kan. Dat zou evenmin ter zake moge doen wat betreft de kwestie-Lucassen.

Het is echter wel relevant om eens te kijken hoe de leidende politici die nu met de vinger wijzen, zelf hebben gehandeld in eerdere situaties waarin een zuiver moreel oordeel diende te worden geveld. Deze zaken moeten uit de aard der zaak beperkt blijven tot relevante zaken zoals hierboven geschetst. De score daarvan valt niet mee.

GroenLinks
In de zaak-Pormes, een GroenLinks EersteKamerlid waarvan bekend werd dat hij in zijn jeugd deelgenomen had aan trainingen door terroristen, onttrok Femke Halsema zich aan discussie en stellingname door zich te positioneren als "slechts leider van de TweedeKamerfractie van GroenLinks". Dit was natuurlijk evidente onzin, want als je politiek leider bent van je partij heb je er mee te maken, en als je dat niet bent is de vraag gerechtvaardigd wat je dan doet in veruit de meest prominente politieke functie van je partij. Maar ze kwam er mee weg, er werd niet op doorgehamerd.
De zaak-Pormes is bepaald geen uniek incident voor GroenLinks. Ook de kwestie-Duyvendak, wortelend in een apert politiek verleden, is een zaak die mevrouw Halsema zichzelf mag aanrekenen. Maar excuses daarvoor bleven achterwege.

D66
Over Alexander Pechtold speelt een onfris verhaal over een incident tijdens zijn wethouderschap in Leiden. Milieu, fraude etc. Pechtold was verantwoordelijk, maar ontkwam door elders burgemeester te worden, later zelfs minister en politiek leider van D66. Toen lachte hij er nog lief bij.

PvdA
Van de brokken met PvdA-vertegenwoordigers is geen complete lijst bekend, maar hij is lang. Heel lang. Dat dat bij een grote partij onvermijdelijk is, ik zal het direct toegeven. Wat veel minder vanzelfsprekend zou moeten zijn, is de wijze waarop deze partij het feilen van haar vertegenwoordigers toedekt. De Amsterdamse Noord-Zuidlijn is in dat verband een dodelijke kwestie voor Job Cohen zelve. Niemand bleek verantwoordelijk. De burgemeester, als eindverantwoordelijke van het management van het gemeentelijk bestuur, werd gesauveerd, en maakte zich er met een grapje van af.
Meer actueel is de hernieuwde benoeming van Fatima Elatik als voorzitter van het vrijwel failliete stadsdeel Oost in Amsterdam. Deze dame bedreef een politieke doodzonde door te proberen een financieel debacle te verbergen voor haar deelraad, waarop ze terecht door haar eigen partij werd teruggetrokken uit het bestuur. Een paar maanden later wordt zij opnieuw geïnstalleerd, deze week, met als excuus dat de financiële gang van zaken haar niet toe te rekenen was. Over het democratisch gehalte van haar verantwoordingsbesef naar de deelraad: geen woord.

Politieke laakbaarheid
Het moet bij politieke laakbaarheid gaan om zaken die de politiek betreffen, of tenminste actueel zijn. Het verder aanwakkeren van politieke tegenstellingen door te wroeten in het niet-relevante verleden van parlementariërs dient niet alleen geen doel, maar verscherpt ook de maatschappelijke tegenstellingen. Politici die spreken over de boel bij elkaar houden zouden daar ook consequenties uit moeten trekken, in plaats van deze slagzin als mantra te herhalen en het tegengestelde te doen.

Het debat van gisteren, waar ook premier Rutte moest opdraven, hoewel daar staatsrechtelijk geen enkele aanleiding toe was, was een klucht. SP-leider Emile Roemer liet zien dat te begrijpen met een subtiele, maar goed geplaatste terechtwijzing. De rest van de oppositie mag zijn woorden ter harte nemen. Bestrijd partijen op zakelijke gronden en op politieke overtuiging, maar niet op verdachtmakingen. Het slaat altijd terug op u zelve, en op de politiek als geheel.

zondag 14 november 2010

Moreel besef in de politiek



Er is iets raars met moreel besef in de politiek. De kwestie Lucassen confronteert ons hier op pijnlijke wijze mee. Niet alleen doordat Geert Wilders een moreel probleem in de ogen moet zien op een moment dat hij zich dat feitelijk niet veroorloven kan. Zijn politieke tegenstanders roeren zich nauwelijks omdat ze hun standpunt zullen laten afhangen van de koers die de PVV-leider kiest.

Politieke moraliteit is een stuk publicitair gereedschap. Ik wil best aannemen dat veel van de politici die met tranen in hun ogen morele standpunten uit staan te dragen denken dat ze het echt menen. Echter, hun ware mening komt pas boven op het moment dat men de macht heeft er van af te wijken ten faveure van een ander doel, dat men van hoger belang acht. Dit is in feite de essentie van politiek: het afwegen van standpunten tot nut van het algemeen.

Getuigenispartijen
Om beter duidelijk te maken wat ik bedoel is het van belang eerst eens te kijken naar het politiek handelen van getuigenispartijen zoals PvdD en SGP. Kenmerkend voor deze politieke stromingen is in de eerste plaats dat ze uit de aard van hun handelen een beperkte omvang hebben. Indien ze voldoende politiek gewicht krijgen om voor de politieke balans van belang te zijn, komen ze namelijk in de situatie dat ze doelen kunnen bereiken door minder belangrijk geachte programmapunten inwisselbaar te maken.

ChristenUnie
De evolutie in het politiek handelen van de ChristenUnie gedurende de vorige parlementaire periode illustreert perfect wat ik hiermee bedoel. Macht corrumpeert, en de traditionele achterban van de ChristenUnie heeft op dit moment grote vraagtekens bij de koers van de partij. Want na de val van het kabinet is de ChristenUnie niet teruggekeerd op het pad van de getuigenis, maar vervolgt daarentegen haar weg naar het centrum van de politieke macht.

Een partij als de SGP lijkt zich hiervan bewust te zijn, of er althans lering uit te hebben getrokken. De SGP heeft zich niet laten verleiden tot een formeel akkoord met de regering betreffende parlementaire steun, en zal daardoor haar vrijheid van moreel handelen ten volle behouden. Dat dit haar geen windeieren zal leggen wat betreft invloed, heeft de handelswijze van de coalitiepartijen in zake de koopzondagen al getoond. De kwestie-Lucassen zal die invloed om getalsmatige redenen mogelijk zelfs nog vergroten.

Politiek centrum
Wat ik hier zeg kan makkelijk het idee doen ontstaan, dat moraliteit in de eerste plaats is voorbehouden aan partijen in de politieke periferie. Maar partijen in het politieke centrum hebben geen gebrek aan moreel besef; zij hebben te maken met de botsing met het morele besef van andere politieke stromingen, en de weerbarstigheid van de alledaagse werkelijkheid. Een partij als het CDA, opererend in het centrum van het politieke spectrum, is van dit proces het voorbeeld par excellence.

Het CDA is de exponent van de christelijke, Westerse moraliteit, tot op zo'n grote hoogte dat niemand het nog beseft zou hebben, ware het niet dat de claim op het christelijke gedachtegoed dat feit luidruchtig probeert te onderstrepen. Hoe zwak haar morele basis als politiek fundament is bleek in de periode van de Paarse kabinetten, toen het CDA politiek weinig tot niets wist uit te richten tegen de regeringspartijen. Zonder het I&I-debat en de opkomst van Fortuyn is het twijfelachtig of het CDA zich nog zou hebben weten op te richten.

Politiek links
Nu alle traditionele linkse partijen in de oppositie zitten, toont zich een ander probleem met een al te intensief tamboeren op morele overwegingen. De linkse partijen hebben zich er altijd op beroepen op te komen voor de zwakkeren in de samenleving. Dat is prima, maar de hoogstaande morele kaart die daar bij hoort werd ook ten tijde van het dragen van regeringsverantwoordelijkheid voluit gespeeld. Dat blijkt nu een handicap.

Nu plotseling een regering op het pluche is beland zonder dat daar een traditionele linkse partij deel van uitmaakt, blijkt enerzijds dat het niet mogelijk is de morele toon te intensiveren zonder zichzelf bespottelijk te maken, en anderzijds dat ook andere partijen in staat zijn voldoende aandacht voor de zwakkeren in de samenleving te hebben, al wijken hun keuzes af van die van traditioneel links. Dat die toon niet versterkt kan worden vanuit de oppositie toont ook het falen van een partij als de PvdA in het kabinet Balkenende IV, en illustreert haar obstructieve rol daar in.

Kwestie Lucassen
Politieke moraliteit impliceert dat men de morele kaart sterker profileert in tijden dat men in de oppositie zit, dan als men tot de macht geroepen wordt. In dat verband is de gedoogconstructie van de huidige regering een interessante. De kwestie Lucassen laat echter zien waar de politieke moraliteit van de PVV gaat botsen met het bereiken van haar doelen.

Het is ondenkbaar dat Geert Wilders vanuit een oppositierol ook maar één seconde geaarzeld had Lucassen op de stoep te zetten. Maar als deelnemer aan het maken van het regeringsbeleid heeft Wilders niet alleen de verantwoordelijkheid hem onwelgevallige punten te slikken als dat in het grotere verband van de coalitie noodzakelijk is, hij heeft tevens de verantwoordelijkheid een verenigd front te tonen aan politieke opponenten. Dat heeft ook een groot praktisch belang: de Statenverkiezingen. Die zal de coalitie moeten winnen op een zodanige wijze, dat een meerderheid in de Eerste Kamer gegarandeerd is.

Voor Geert Wilders staan nu slechts onaangename keuzes open. Vergeleken met eerdere misstappen van diverse politici (die bleven zitten) van andere partijen in het verleden zijn de beschuldigingen tegen Lucassen tamelijk vaag. De veroordeling in militaire dienst lijkt an sich onvoldoende om niet als Kamerlid te kunnen functioneren, maar het verwijderen van Lucassen uit de fractie zal de twijfel aan de stabiliteit van de regering ontegenzeggelijk negatief beïnvloeden. Niet verwijderen betekent een vermindering van de kracht van zijn moreel appèl.

Loefje
De oppositiepartijen daarentegen hebben in deze zaak het loefje. Vliegt Lucassen er uit, dan wijst men zelfvoldaan op de kennelijke morele gebreken van PVV'ers. Mag hij blijven, dan wijst men op de zwakke ruggengraat van de PVV-leider, en zijn machtshonger die men dan beschrijft als groter dan zijn moreel besef.

De hele kwestie toont eerst en vooral de relatieve waarde van moreel besef in de politieke arena. Ongeacht de politieke richting.

vrijdag 5 november 2010

De prijs van beschaving



Een belangrijk probleem van veel progressief redenerende mensen is dat tegenwoordig alles maar in geld wordt uitgedrukt. Men spreekt dan laatdunkend over mensen die de prijs van alles kennen, maar van niets de waarde weten (naar Oscar Wilde - People who know the price of everything and the value of nothing).

Niet geheel onterecht, de waarde van cultuur is moeilijk in geld uit te drukken. Overigens betekent dat niet, dat je alles daarom maar in stand moet houden, want het uiteindelijke resultaat kan niet anders dan volledige verstarring zijn.

Dat men tegelijkertijd immigranten uit, wat je niet anders kunt omschrijven dan als achterlijke culturen, probeert ter wille te zijn met het behoud van hun oorspronkelijke cultuur is daarom paradoxaal. Dit ondergraaft namelijk de eigen cultuur van het Westen. Grappig genoeg (of treurig, met evenveel recht) denkt men dat onze Westerse cultuur zo'n universele waarde heeft dat die altijd zal prevaleren als de nieuwkomers er niet tegen beschermd zouden worden.

Dat dit een pijnlijk misverstand is, is de afgelopen 40 jaar bij uitnemendheid gedemonstreerd door de islamitische immigranten. Door zich in overwegend monoculturele wijken terug te trekken in hun eigen culturele isolement zijn deze groepen puur door hun omvang er in geslaagd hun oorspronkelijke cultuur goeddeels te bewaren.

Het meest kenmerkende is dan nog, dat het de cultuur is van het moment van vertrek die zij bewaard hebben. Daarmee hebben zij zich echter ook afgesneden van de cultuur van hun land van herkomst, die zich ondertussen verder heeft ontwikkeld. Cultureel zijn de immigranten daardoor ook achtergebleven vanuit het perspectief van het oorspronkelijke moederland.

De gevolgen daarvan zien wij dagelijks om ons heen. Een terugtrekking op de eigen waarden, en daardoor een fundamentalistische visie op de wereld. Men kent niet anders, en men wil niet anders. Deze mensen leven in een wereld die reeds vijftig jaar geleden is overleden, maar zij hebben het niet bemerkt.

De prijs van beschaving is mensen mee laten doen. Maar dat betekent ook, dat je ze moet dwingen de gastheerbeschaving tot op heel grote hoogte te omarmen en zich aan te passen aan hun nieuwe leefomgeving. In ieder geval in de dagelijkse omgang. Wat achter de gesloten voordeur plaats vindt gaat de maatschappij niets aan, mits dit geen invloed heeft op de wijze waarop men met de samenleving om gaat.

Nu het failliet van de multicultigedachte ontegenzeggelijk is aangetoond, moeten we er ons voor gaan inspannen de immigranten onze cultuur op te leggen. Tijdens dat proces zal blijken dat er ontegenzeggelijk een tweerichtingsverkeer zal ontstaan, maar een goede mix van de nieuwe homogene cultuur moet ontstaan naar verhouding van de samenstellende delen. Dat betekent niet meer dan dat de gastheercultuur enige trekjes zal overnemen van die van de nieuwkomers, een proces dat al dagelijks om ons heen plaatsvindt.

Nieuwkomers die zich aan dat proces niet willen onderwerpen tonen door hun afwijzing dat zij geen deel uit willen maken van onze maatschappij, en horen hier dus niet. Door niet te willen delen in de cultuur van het nieuwe vaderland erkent men er geen plaats te hebben. De consequentie is, dat er voor hen dan eigenlijk helemaal geen plaats kan zijn.

Een klassiek voorbeeld is dat van de Oosteuropese Roma, zoals die nu na vijfentwintig jaar (sinds midden jaren 80) nog steeds grote overlast geven in de gemeente Nieuwegein. Ondanks veel gepamper van deze oorspronkelijk uit Joegoslavië afkomstige mensen is er in al die jaren zo goed als niets bereikt omdat zij ten enen male weigeren zich aan te passen aan de in Nederland geldende mores.

Het is een schrijnende illustratie van te veel rekening willen houden met immigranten, en een overmaat aan medelijden. Het resultaat is een groep onaangepasten, die er aan gewend is eisen te stellen zonder daar voor in ruil iets bij te willen dragen. Van begin af had duidelijk moeten zijn dat, als er geen voortgang werd gemaakt met hun integratie, uitzetting het alternatief was.

Wie zijn kinderen lief heeft spaart de roede niet, zegt een oud spreekwoord. Ondanks de ruwe implicaties van de gebruikte terminologie zijn het ware woorden. Het is de prijs van beschaving, dat men alle leden van de maatschappij bekend maakt met de consequenties van hun plaats daar in. En daar naar handelt.

donderdag 4 november 2010

Koranverbranding



Het is op internet al een paar weken bekend. Maar met nog een paar dagen te gaan tot de fatale datum 11 september gaan de media nerveus doen over van alles wat er mee te maken heeft, zo ook met de aankondiging van een kleine kerkgemeente in Gainesville, Florida (50 leden). Dominee Terry Jones wil Korans verbranden, ter nagedachtenis van de doden op Ground Zero.
Na bezwaren van de EU, het Vaticaan en het Witte Huis heeft ook het Pentagon (vanwege Afghanistan) zich bij de tegenstanders gevoegd. Dominee Terry Jones, die zegt sinds de aankondiging begin juli meer dan honderd doodsbedreigingen te hebben ontvangen, geeft geen krimp. Hij draagt nu wel een pistool.

Maar waarover hebben we het eigenlijk? Wat is nu tegenwoordig nog de functie van een de verbranding van wat voor boek dan ook? De keizer die de Chinese Muur bouwde was de eerst bekende boekenverbrander uit de geschiedenis, maar in zijn tijd had dat nog enige zin. Simpelweg om dat een boek veel tijd kostte om te maken. En hij had dan ook succes: van een aantal Chinese klassieke werken ouder dan circa 200 v. Chr. kennen we soms alleen nog de titel, heel soms het onderwerp.

Berucht is ook de Index, de lijst van boeken die katholieken niet mochten lezen. Hij schijnt zelfs nog te bestaan, maar niemand weet nog wat je er mee zou moeten. De lijst is zelf een dode letter geworden.

Het is vele malen geprobeerd, maar effectief in het uitroeien van eenmaal geschreven woorden is men na 200 v. Chr. nooit meer geweest. Toch is men er nooit mee gestopt, dus moeten we het vooral zoeken in de symboolfunctie.

Een offer.

Nu zijn er in godsdiensten twee soorten offers: de vrijwillige gave, en afgeven of vernietigen, waarmee men het object van afschuw tegelijkertijd ritueel onder de hoede van het aanbedene stelt, en het nooit meer tegen hoopt te komen. Uit de aard der zaak dus een heidens gebruik. (Katholieke elementen waarin dit een rol speelt laten we even buiten beschouwing.) Ketterverbrandingen in de 16e en 17e eeuw hadden overigens een vergelijkbare gedachte, al zullen de katholieke autoriteiten daar toen anders over hebben gedacht.

Welbeschouwd is deze Koranverbranding een heidens ritueel. Een curieuze zaak voor een christelijk dominee. Hij zou beter moeten weten.