zaterdag 26 februari 2011

De kunst van management




Het Stedelijk Museum van Amsterdam wordt al sinds 2004 verbouwd en is sindsdien gesloten voor publiek. De heropening is al enkele keren uitgesteld, hoewel in de oudbouw al weer wat activiteiten zijn georganiseerd. De gemeente gaf recent aan zich niet te willen vastleggen op een nieuwe datum. In 2008 werd 2010 nog in het vooruitzicht gesteld, maar nu de aannemer failliet is gegaan, durft de gemeente geen voorspellingen meer aan. Behalve dan dat het nog een hele tijd zal duren. En dit jaar zal het er zeker niet meer van komen.

Het is het zoveelste volledige falen van de Amsterdamse gemeentelijke overheid bij een groot project. Dat werpt de vraag op, of het ligt aan Amsterdam, of aan het gemeentelijk management?

Het antwoord daar op is eenvoudiger dan het lijkt, aangezien eind vorig jaar een project van vergelijkbare omvang is afgerond, op schema. En dan heb ik het natuurlijk over het Nieuwe de la Mar-theater, door Joop van den Ende met eigen geld neergezet. De eerste contacten tussen Van der Ende en de gemeente Amsterdam dateren van 2002. In september 2008 startte de bouw, en twee jaar en een paar maanden later opende het theater op 28 november 2010 haar deuren. Kosten ruim E 60 miljoen, waarbij Van den Ende ook nog de komende tien jaar jaarlijks een miljoen doneert voor speciale producties. De kosten voor het Stedelijk zouden E 100 miljoen bedragen, maar daarvan staat nu al vast dat dat overschreden zal worden.

Het kàn dus wel. Als je maar wilt, en er mensen aan het werk laat die weten wat ze willen. En natuurlijk iemand die het gezag voor het hele project draagt. Dat zijn nu precies de zaken waarover Amsterdam niet beschikt, en ook blijkbaar niet in staat is dat manco te corrigeren. Het is een treurige situatie. Maar wat het meest droef stemt, is de klaarblijkelijke incompetentie van de gemeente.

Dat daar geen conclusies aan worden verbonden is tekenend voor de bestuurscultuur in Amsterdam. En dan gaat het niet om het hoofd van een wethouder hier of daar, maar om de mentaliteit van de gehele gemeentelijke organisatie. Want zo lang daar niets aan gebeurt, blijft het dweilen met de kraan open.

dinsdag 22 februari 2011

Steun



Deze week was er enig tumult over de ondersteuningsverklaringen voor de PVV. Er waren mensen van extreem-rechtse snit gesignaleerd die hadden getekend, volgens onderzoek van de antifascistische onderzoeksgroep Kafka. Maar wat zijn dat eigenlijk, steunverklaringen? Hoe werken ze, en wat is hun belang?

Steunverklaringen zijn alleen benodigd voor partijen die nog niet vertegenwoordigd zijn in het vertegenwoordigende lichaam van de verkiezingen waarvoor men in wil schrijven. Dat de PVV die bij deze gelegenheid nodig had was dus alleen te danken aan het feit dat ze nog niet in de provincies vertegenwoordigd was. Als men bij volgende verkiezingen in meer gemeenten deel wil nemen dan Almere en Den Haag, dan begint het circus opnieuw, voor al die nieuwe gemeenten. (Er moet ook een borgsom worden betaald, die wordt terugbetaald bij voldoende stemmen.)

De achtergrond van de steunverklaring moet worden gezocht in het verlangen van kiescommissies volstrekt kansloze kandidaten in een vroeg stadium weg te filteren. Een steunverklaring moet in die zin dus eerst en vooral worden gezien als een verklaring van een kiesgerechtigde, dat de ondersteunde kandidaat naar zijn (of haar, na 1922) mening geschikt is om gekozen te worden als volksvertegenwoordiger. Het betekent geenszins, dat de politieke affiliatie van de ondersteunde kandidaat ook de voorkeur heeft van de ondersteuner. In de praktijk zien we dat vanzelfsprekend niet vaak, maar het is in het geheel niet in tegenspraak met het principe.

Het belangrijke onderscheid van de geschiktheid, in plaats van de directe politieke ondersteuning, is de laatste dertig jaar sterk op de achtergrond geraakt. Actiegroepen die zich in de jaren tachtig verzetten tegen de deelname van de Centrumpartij, later de Centrumdemocraten, aan verkiezingen, gebruikten de lijsten om de ondersteuners maatschappelijk onder druk te zetten hun ondertekening in te trekken of als vals te bestempelen. Dat had als resultaat het ongeldig verklaren van de ingediende kandidatenlijsten in sommige districten, waardoor deze partijen niet langer als landelijk werden aangemerkt, wat hen in het kiesproces belangrijke belemmeringen opleverde. Pogingen om deze feitelijke sabotage van het verkiezingsproces tegen te gaan waren niet erg succesvol, en leidden via een omweg zelfs tot het faillissement van de Centrumpartij in 1986.

Oorspronkelijk was een handtekening voldoende. Naarmate men de ondersteuningsverklaringen beter ging controleren, bleken deze vaak moeilijk ontcijferbaar, en om het vermoeden van valsheid tegen te gaan werden ook volledige naam en adres verplicht. Vanaf 1987 was het ook verplicht om de ondersteuningshandtekening op het gemeentehuis te komen zetten, in aanwezigheid van een daar toe aangewezen ambtenaar. Hiermee ontstond het meest strikte kandidaatstellingssysteem van modern Europa. Ook na de Kieswet van 1989 is men er nog geregeld mee bezig geweest. Een maatregel tegen "te lichtvaardige deelname" was het verhogen van het minimum aantal ondersteuningsverklaringen per district.

De Nederlandse kiesdistricten zijn daarbij een extra hobbel. En een atavisme. Want de zetelverdeling wordt landelijk vastgesteld, maar de kandidaatsstellingen zijn per district, waardoor van verschillende partijen verschillende kieslijsten kunnen voorkomen. Voor grote partijen heeft dit het voordeel dat men meer reservekandidaten heeft op de lijst dan anders (het aantal kandidaten per lijst is gelimiteerd) mogelijk zou zijn. Vooral in de jaren dat PvdA en CDA beiden meer dan 50 zetels scoorden was dit een belangrijk issue. Op dit moment is het niet werkelijk actueel.

Voor volledig nieuwe partijen is dit systeem een vreselijk moeilijk te nemen hobbel. Dat is overigens ook de bedoeling. Zoals het lange relaas onder de link illustreert, zit het systeem vol met mankementen die vooral worden veroorzaakt door gebrekkige afstemming en ambtelijke onkunde.

Het Nederlandse districtenstelsel is de grootste hindernis. 19 Kieskringen (voor Tweede Kamer-verkiezingen) in een klein land als Nederland is veel te veel, en dient eigenlijk geen doel. De Provinciale Staten worden via 12 (het aantal provincies) gekozen, dat heeft nog een zekere logica. Vreemd genoeg geldt Nederland bij Europese verkiezingen als één kiesdistrict. Daardoor ontstaat de bizarre situatie, dat het gemakkelijker is je kandidaat te stellen voor het Europese parlement, dan voor de Nederlandse Tweede Kamer. Dat getuigt van een curieus provincialisme, niet in het minst doordat de Kieswet sinds de problematiek met de Centrumpartij en de Volksunie begin jaren tachtig geregeld is aangepast, en de overheid zich dus niet kan verontschuldigingen dat de Kieswet een oud en vermolmd systeem is. Wat het wel is.

De oplossing is niet al te ingewikkeld. Schaf die 19 districten af, en stel een landelijke ondersteuningsverklaring in. Maak voor die lijst bijvoorbeeld 250 handtekeningen verplicht, maar schaf de vereiste spreiding die nu in het systeem zit ingebakken af. En aangezien stemmen ook geheim is, lijkt het dienstig de ondersteuners anoniem te houden tot de lijst definitief is vastgesteld. Het onderzoeken van de geldigheid van de ondersteuning is een taak van de overheid, niet van de zelfbenoemde antifascistische actiegroepen.

Om Voltaire te parafraseren:

Hoezeer een mening ook verachtelijk kan zijn, men moet in de gelegenheid worden gesteld hem te geven.

donderdag 10 februari 2011

Revolutie II – De Egyptische volksopstand en haar betekenis voor staten in de 21e eeuw



Heeft de nu snel verwaterende Egyptische volksopstand betekenis in breder verband? Ik vrees van wel - het hongeroproer is terug van weggeweest als politieke factor.

In tegenstelling tot wat algemeen wordt geloofd door progressieve revolutionairen is het plaatsvinden van revoluties aan een aantal min of meer toevallige factoren onderhevig. Vanzelfsprekend, en dat is ook het argument van de geslaagde revolutionairen, moet de situatie er rijp voor zijn. Maar de Egyptische opstand laat zien, dat die rijping heel snel kan plaatsvinden, mits de vereiste situatie ontstaat.

In democratische staten gaat men er vanuit een misplaatst superioriteitsdenken van uit, dat een democratie het hoogste goed is op het gebied van staatsinrichting. Echter, elke staatsvorm is kwetsbaar voor revolutionaire bewegingen als zich bepaalde omstandigheden voor doen. De belangrijkste reden voor de rust op het revolutiefront in West-Europa sinds 1945 is in de eerste plaats te danken aan de revolutie die door het gebruik van mechanisatie, kunstmest en betere landbouwtechnieken, de beschikbaarheid van voedsel tot eerdaags onvoorstelbare hoogten deed stijgen. Dat had onder andere tot gevolg dat een dichtbevolkt land als Nederland kans zag een grote (netto) voedselexporteur te worden ondanks een krimpende plattelandsbevolking.

Hongersnood
Na grote hongersnoden in de jaren zestig en zeventig is de voedselvoorziening ook in de Derde Wereld naar een hoger plan getild, dat meer dan voldoende was geweest voor lokale behoeften als de bevolkingen daar op een zelfde niveau waren gebleven. De dekolonisatie en het ontstaan van zwakke staten, die hierop volgend uitgestrekte gebieden moesten administreren, hebben niet geholpen de bevolkingsexplosie die volgde onder controle te houden. Voortdurende machtswisselingen tussen lokale potentaten en militaire commandanten van het niveau krijgsheer hebben deze problematiek nog verergerd, zodat een negatieve wedloop tussen voedselvoorziening en bevolkingsaanwas plaats had.

Dat ondanks de gebrekkige leefomstandigheden in Afrika miljoenensteden ontstonden, was te danken aan de ondanks alles sterk verbeterde voedselproductie en een logistiek die de aanvoer van voedsel over langere afstanden faciliteerde. Daardoor was, ondanks de armoede, gebrek aan voedsel maar zelden een bepalende factor bij politieke onrust. Wel kwam de voedselvoorziening meestal onder controle van krijgsheren, waardoor vaak een op stamverbanden gebaseerde clientèlecultuur ontstond.

Afrika
Bovenstaand overzicht is in de eerste plaats van toepassing op Afrika (Zuid-Afrika s nog steeds een uitzondering, maar hoe lang nog?), maar de resulterende situatie is evenzeer herkenbaar voor het huidige Afghanistan, Pakistan en Bangladesh. Soms zijn in deze laatste landen geloofsovertuigingen belangrijker dan stamverbanden, maar dat maakt voor de situatie eigenlijk niet uit.

Voor de komende eeuw kunnen veel staten in Afrika en Azië zich gaan opmaken voor periodieke publieke onlusten en revoluties. Ter illustratie laat ik hier een paar grafiekjes zien die tonen hoe de tarweprijs, de belangrijkste graadmeter van de wereldvoedselsituatie, fluctueert.


1 - Veranderingen in de tarweprijs (toename in %)




.


2 - Fluctuaties in de tarweprijs ten opzichte van het gemiddelde






.



3 - Prijs van tarwe afgezet tegen productie en fluctuaties





Zoals iedereen kan zien, is de wereldvoedselprijs van graan sterk stijgend. In het Westen kunnen we ons dat voorlopig wel veroorloven, ook omdat wij netto voedselproducenten zijn. In de zich ontwikkelende landen ligt het plaatje een stuk schever. Dat betekent niet dat er niets aan gedaan kan worden, maar dat zou een grote herschikking van het beschikbare landbouwareaal betekenen, en dat is niet iets dat je op een achternamiddag schematisch regelt achter op een bierviltje. Instinctief hebben regimes namelijk de neiging de grootgrondbezitters de schuld te geven, en waar dat toe leidt kun je in Zimbabwe bewonderen. Verdergaande wereldwijde prijsverhogingen van voedsel kunnen in heel Afrika deze reflex tot gevolg hebben.

De Egyptische revolutie is een kleine prelude van wat Afrika de komende eeuw te wachten staat. Regimes die hard optreden zijn beter bestand tegen broodoproeren dan half-open overheden, zoals de Egyptische overheid er een was. Daar staat dan tegenover, dat als de sterke man van een sterk repressief land sterft, er heftiger reacties kunnen ontstaan.

Zimbabwe
In dat verband zal de komende machtswisseling in Zimbabwe een lakmoesproef worden. Zimbabwe heeft zijn agrarische infrastructuur zelf vernietigd door grote, goedfunctionerende boerenbedrijven te onteigenen, en het land te verdelen onder de ontevreden bevolking. Resultaat: Zimbabwe is van een voedselexporteur getransformeerd naar een importeur, en dat met een groot gebrek aan alternatieve middelen van bestaan. De economische situatie van het land is al geruime tijd wanhopig, terwijl het politiek in een ongemakkelijke overgangsperiode zit waarvan de uitkomst ongewis is. Wat er zal gebeuren als president Mugabe plotseling overlijdt valt niet te voorspellen, maar het is goed mogelijk dat de situatie volkomen uit de hand zal lopen. Mugabe heeft immers grote groepen van hem afhankelijke mensen (vooral ex-guerilla's) als cliënt, die bij zijn verdwijnen op zoek moeten naar een nieuwe patroon die hun levensonderhoud zal kunnen garanderen.

Zimbabwe loopt vermoedelijk niet veel meer dan een jaar of 10, 15 voor op de rest van Afrika. De nu nog fragiele democratieën die er de laatste vijftien jaar zijn opgekomen zullen niet opgewassen blijken tegen een golf van geweld van mensen die maar één ding eisen: een gegarandeerde hoeveelheid dagelijks voedsel. En de enorme toename van de bevolking, die nu al voor een zeer groot deel bestaat uit vooral jonge mensen, zal dat effect versterken.

Azië
In de meeste industrialiserende Aziatische landen bestaan vergelijkbare risico's. Naast de al genoemde landen moeten ook de voormalige Sovjet-republieken in de gaten worden gehouden, omdat ze economisch nog niet erg sterk zijn, en ze door de vrij autoritaire wijze van regering een uitstekende voedingsbodem voor revoluties zijn. Ernstiger is, dat de bevolkingsgroei in Azië niet alleen in percentages heel hoog is, maar ook in absolute aantallen. Economisch is de regio een stuk sterker dan Afrika, waardoor daar de eerste grote klappen zullen vallen. Maar ook binnen de Aziatische landen zal de onrust de komende eeuw sterk toenemen vergeleken met de huidige situatie. Alles dat verder aanleiding geeft tot tweespalt kan dan een lont in het kruitvat zijn.

Er is nog een andere factor die bij het ontstaan van revoluties een grote rol zal spelen in de toekomende vijftig jaar. De moderne informatietechnologie stond mede aan de basis van de snelle verspreiding van ontevredenheid in de Arabische wereld aan het begin van dit jaar. Die snelle informatieverspreiding zorgt dat ontwikkelingen sneller kunnen plaatsvinden dan dat regeringen er op kunnen anticiperen.

Afgunst en verlangen naar een beter bestaan zijn factoren die meespelen bij de mate waarin mensen tevreden zijn met hun lot. Wie het beter heeft dan zijn ouders is geneigd dat met tevredenheid te bezien, tenzij men weet dat andere mensen het veel en veel beter hebben. De migratiestromen die naar de rijke landen op gang gekomen zijn zullen onvermijdelijk door ontvangende landen worden ingedamd, en dat zal de energie van mensen die zich willen verbeteren richten op hun eigen land van herkomst.

Revolutie
Curieus genoeg is voor een effectieve revolutie een redelijk geëvolueerde staat noodzakelijk. Dat sluit een groot deel van Afrika uit van dit proces, dat zich daar vooral zal blijven manifesteren via opstanden van krijgsheren. Failed states zijn door het ontbreken van een deugdelijk overheidsapparaat feitelijk immuun voor revoluties naar Europees model. Dat geldt echter niet voor de meeste Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen. Met name verlicht-autoritaire (gemeten naar de maatstaven van hun mogelijkheden) staten zullen steeds verder onder druk komen te staan van een bevolking die eisen stelt waaraan hun regering onmogelijk zal kunnen voldoen. Hierdoor zal de revolutiebereidheid bij schommelingen in de welvaart snel toenemen.

Wat we wel eens vergeten is dat Europa een tamelijk geleidelijke evolutie van kleinere revoluties heeft doorgemaakt. De 19e eeuw stond bol van de revolutionaire periodes. Na de Franse Revolutie (1789-1799), kwamen achtereenvolgens de revolutiejaren 1830, 1848-49 en 1866-1871, al waren die niet in elk land van een gelijke heftigheid en intensiteit. Dit is een pad dat voor veel verlicht-autoritaire staten niet begaanbaar is, doordat de bevolkingen van haar overheden zullen eisen dat zij met Europa vergelijkbare resultaten zullen boeken, en dat is realistisch gezien onmogelijk. De 21e eeuw zal een tijd van grote politieke onrust worden.

woensdag 9 februari 2011

Revolutie I - Conservatie en progressieve revoluties



Er wordt veel gepraat over revoluties. De Tunesische, de Egyptische, de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken die de elite oproept tot een opstand, de revolte van de tokkies, de juridische jihad, het is allemaal schokkend en een aanslag op de dagelijkse dommeling van de Nederlandse media.

Revoluties heb je echter in maten en soorten. Sommigen veranderen gaandeweg van karakter, en de aanleidingen kunnen sterk verschillen. Wat ze als overeenkomst hebben is dat de tijd en de omstandigheden er rijp voor moeten zijn, en dat kan van land tot land verschillen. Hèt klassieke voorbeeld van een mislukte revolutie in dat verband is die, die in 1918 in Nederland werd uitgeroepen door de socialist Jelle Troelstra. Volkomen misplaatst ging Troelstra er van uit, dat als er Revolutie in het buitenland uit brak, de tijd er ook in Nederland rijp voor was. Een groteske miskenning van het concept revolutie.

Regeringsvormen en revolutie
De perceptie dat een revolutie een bepaalde onvermijdelijkheid heeft, is een wetmatigheid die vooral aan de linkerzijde van het politieke spectrum beleden wordt. Het is onderdeel van een vooruitgangsdenken, dat een rechte lijn verondersteld in de manier waarop regeringsvormen elkaar opvolgen, waarbij de revolutie de overgangsfase van de omwenteling markeert. De bekendste propagandist van deze manier van denken is Karl Marx. (Dit leidde ook tot de communistische dialectiek, die kort gezegd neer kwam op de stelling dat argumenten er niet toe deden, omdat de uitkomst al bekend was, en dat wat de weg naar het eindresultaat vergemakkelijkte wel correct móest zijn.)

Regeringsvormen krijgen daarentegen veel vaker vorm als gevolg van omstandigheden, en ze passen zich aan naar gelang de eisen van de tijd. Een duidelijk voorbeeld is de manier waarop het leiderschap van de democratische landen tijdens WW II vorm kreeg. Zowel Roosevelt als Churchill hadden vrijwel dictatoriale macht, iets dat weliswaar nooit als zodanig geformaliseerd werd, maar in zijn verschijningsvorm sterk deed denken aan de manier waarop de Romeinse dictator werd aangewezen, inclusief de beperkte duur daarvan.

Het woord revolutie impliceert een zekere gewelddadigheid bij de omwenteling, en het is inderdaad niet altijd makkelijk te zien waar een gewelddadige opstand overgaat in een revolutie. Toch is het onderscheid belangrijk, omdat een opstand die niet meer dan een machtswisseling behelst, niet kan worden betiteld als revolutie in de zin van een overgang naar een andere regeringsvorm. De meeste machtswisselingen in de ontwikkelingslanden tijdens de tweede helft van de 20e eeuw zijn in die zin niet veel meer dan coups. Een coup is geen omwenteling, maar een verandering van gezicht naar buiten toe. Dat sommige regeringen hun landen gaandeweg transformeerden tot socialistische staten doet aan het oorspronkelijke karakter van hun machtsovername.

Conservatief
In de eerste plaats moet er onderscheid worden gemaakt tussen progressieve en conservatieve revoluties. Kort gezegd hebben de laatste als voornaamste doel verworven rechten en bezit te behouden. Een voorbeeld van een mislukte conservatieve revolutie is de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), waarbij de zuidelijke staten zich middels afscheiding probeerden te beschermen tegen de groeiende economische dominantie van het industrialiserende noorden. Ook de Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1776-1784) heeft trekken van een conservatieve Revolutie. Een prominent gebruik van het woord vrijheid impliceert meestal een conservatief revolutionair karakter.

Een geslaagde conservatieve revolutie is de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) in Nederland, internationaal overigens vooral bekend als The Dutch Revolt. De rationalisatie van het landsbestuur die de landsheer wilde doorvoeren werd met succes weerstaan. Het gevolg was het meest krakkemikkige staatsbestel van Europa dat voortduurde tot in 1795 de Fransen het en bloc afschaften. De Nederlandse republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was in de eerste plaats een statenbond van zeven onafhankelijke staatjes, vooral bijeengehouden doordat één van de zeven (Holland) sterker was dan de andere zes tezamen, wat de besluitvaardigheid nog net werkbaar hield.

De Franse Revolutie (1789-1799) begon als een conservatieve revolutie. De adel verzette zich tegen de afschaffing van hun belastingvrijheid, en startte een proces waarbij de absolute macht van de koning werd ingeperkt. De ironie van de Franse revolutie is dat de regering van Louis XVI (al tijdens Louis XV was een hervorming van de belastingvrijheid gestrand) zich bewust was van de noodzaak tot hervormingen ten gunste van de lagere klassen.

Progressief
De Franse Revolutie veranderde van karakter met de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789, de reden waarom men die datum tegenwoordig aanhoudt als het officiële begin. Hoewel het resultaat de bevrijding van een beperkt aantal politieke gevangenen was, moet het vooral worden gezien als een aanval op een gehaat symbool van de overheid, die niet in staat was gebleken om de bevolking adequaat van voedsel te voorzien. De honger en ellende in Parijs was de belangrijkste aanleiding voor de doodsverachting van het "grauw" dat door agitatie in beweging werd gebracht.

Een belangrijk element van revoluties, dat we ook terugzien in de Franse, is de angst van de op één na laagste klasse in de maatschappij om weg te zakken in de onderlaag van het volk. De kleine handwerkslieden, met enige opleiding, zijn de ruggengraat van elke revolutie. Als hun situatie zo ver achter uit gaat dat honger of grote achteruitgang van hun welvaart dreigt, wordt de situatie explosief. Broodoproeren, of varianten daar op, zijn daarom essentieel voor het slagen van progressieve revoluties.

Een voorbeeld van een mislukte progressieve als die van de Russische Decembristen in 1905 is daar een voorbeeld van. Politiek was er voldoende aanleiding voor een omwenteling, maar de situatie van de bevolking was niet voldoende nijpend om de opstand voldoende momentum te geven. Een voldoende grote massa die gemotiveerd is om haar gewicht achter een opstand te gooien omdat haar situatie uitzichtloos is, is essentieel voor de kans van slagen. En voor de volksmassa is vooral honger een motivatie, voor haar is al het andere secundair.

De belangrijkste reden dat progressieve revoluties afhankelijker zijn van de volksmassa, is dat zij over het algemeen maar weinig steun krijgen onder de machthebbers binnen een staat. Leger en gezag zijn uit de aard van hun functie conservatief, zodat men hier niet of nauwelijks voldoende op kan rekenen als middel om de macht met geweld te veroveren. En dan blijft slechts de volksmassa over als breekijzer. Wel heeft zij gewoonlijk als voordeel in het machtscentrum in voldoende omvangrijke aantallen aanwezig te zijn, wat de reden is dat zij ook in conservatieve revoluties niet zelden een rol speelt.
Maar zoals ik hierboven al aan geef, de volksmassa is in de eerste plaats een instrument. De manier waarop de Russische Bolsjewieken het volk in 1917 en 1918 gebruikten is daarvan een cynisch voorbeeld.

Instortende regeringen
Niet alle machtswisselingen gaan overigens met coups of voldragen revoluties gepaard. Een regering kan ook gewoon zijn legitimiteit verliezen. De legitimiteit van een regering is macht, en het vermogen om haar onderdanen te beschermen en te voeden. De ineenstorting van de Duitse overheid in 1918 is een voorbeeld van wat gebeurt als dat niet langer geldt. In zekere zin is dit ook wat de Russische Revolutie van 1917 mogelijk maakte. Het is ook het proces dat thans gaande lijkt in Egypte.

Het is voor een revolutie altijd noodzakelijk dat een regering iets van zijn legitimiteit verliest in de ogen van haar onderdanen, maar dit verlies leidt niet noodzakelijk altijd tot revoluties. Een regering die in staat is zich in het zadel te houden, door uitputting van haar tegenstanders, of met militaire middelen die volksmassa´s voldoende in bedwang weten te houden, heeft een heel behoorlijke kans te overleven. Dat dit haar populariteit niet ten goede komt is evident, maar het tonen van kracht is ook een vorm van legitimatie van een regering. Of we dat nu leuk vinden of niet.

vrijdag 4 februari 2011

Natuurlijk niet



Stel, u woont in Friesland. En op een werkelijk hete dag in Friesland gaat u zwemmen in het meer, om af te koelen. Doet u al heel lang, en generaties voor u hebben dat ook gedaan. Is prima voor u.

Nu heeft u een aangetrouwde neef die in donker Afrika woont. Prachtig, midden in een wildpark. U heeft er een leuke safari beleefd. Dat uw nicht het aanlegde met een asielzoeker die besloot om later terug te keren om zijn land te helpen opbouwen kan gebeuren. Dat het stel besluit hun leven voort te zetten in Congo is al een stuk minder waarschijnlijk, maar er zijn gekkere dingen in de wereld.

Eén van die dingen zou zijn, dat uw aangetrouwde neef op een werkelijk hete dag op uw advies zou gaan zwemmen in het meertje even verderop van zijn huis. Zou hij dat doen? Natuurlijk niet, de omstandigheden verschillen hemelsbreed. Zoudt u het vreemd vinden als uw aangetrouwde neef uw suggestie lachend van tafel zou vegen? Ik kan het me slecht voorstellen.

Waarom moet Egypte dan "democratiseren"?

De omstandigheden tussen het MO en West-Europa verschillen hemelsbreed. Zijn totaal niet vergelijkbaar. Desondanks verkondigen onze media luid en duidelijk de stelling dat alles er anders moet, en wel in navolging van het lichtend voorbeeld van onze Europese verzorgingsstaten. Dat de basis die onze staatkundige constellatie ondersteunt in het MO (Israël uitgezonderd) ten enenmale afwezig is wil er blijkbaar niet in bij de mensen die wij uitsturen om verslag te doen van de gebeurtenissen. En dus zwatelt men door over de vreselijke dingen waar het Mubarak-regime aan schuldig is, zonder te beseffen dat er geen alternatieven zijn die beter zullen uitpakken.

Zoals Juvenalis deze week al betoogde, in feite is de huidige Egyptische staatsvorm het beste dat je nu in het MO mag verwachten. Het kan alleen slechter worden, wat niet betekent dat het nu goed is, maar meer zit er nu niet in. Allen die democratie heilig verklaren omdat ze denken dat dat moet, zijn gevaarlijke gekken, die weinig tot niets begrijpen van mensen en geschiedenis. Wie in ogenschouw neemt hoe lang en hoe voorzichtig de transformatie van de West-Europese maatschappij tot zijn huidige vorm heeft geduurd, kan niet anders dan erkennen dat een land 150 jaar sociale geschiedenis te laten overslaan gekkenwerk is.

Alle idioten die nu hard staan te roepen dat Mubarak zo vreselijk is (toegegeven, tenzij die de Egyptische nationaliteit hebben), kan het op de keper genomen eigenlijk weinig schelen wat er in Egypte gebeurt. Het geblèr, veroorzaakt door gêne, het gevoel iets te moeten doen, mee te moeten voelen, ellende te moeten delen. Dat, van mensen die zich er op elk gewenst moment van los kunnen maken door een giro-overschrijving aan te bieden en zich terug te trekken in hun eigen warme, veilige, comfortabele huis, waar vanavond op de TV zichtbaar zal zijn hoe bewogen zij zelf hebben geprotesteerd en gedoneerd.

Zij verzachten alleen de pijn van hun eigen machteloosheid.

Heb ik daar respect voor? Natuurlijk niet.

dinsdag 1 februari 2011

Oppositieleider




Terwijl ik op de TV de Egyptische revolutie vorm zie krijgen speelt er maar één naam door mijn hoofd. Niet die van ElBaradei, onze nobele winnaar van een hooggeachte prijs. Ongetwijfeld is het een man van eer, met goede bedoelingen die de democratie hoog in het vaandel heeft staan. Het zal wel.

Evenmin heb ik pogingen gedaan achter de naam van de huidige leider van de Moslimbroederschap te komen. Dat deze man nog geen stap naar voren heeft gedaan, maar alle eer van het leiden van de democratische oppositie tegen Hosni Mubarak overlaat aan ElBaradei, is niet eens een teken van kwaadwillendheid, omdat de Moslimbroederschap er zeker van kan zijn vrije en democratische parlementsverkiezingen met overweldigende meerderheid te gaan winnen. Maar wel is het een teken aan de wand dat deze naam geen enkele rol speelt in de huidige berichtgeving van het NOS-journaal, dat met haar hosannageroep over de aanstaande machtswisseling zoals gewoonlijk laat zien niet verder te kijken dan de horizon van een asteroïde van pakweg een kubieke kilometer.

De naam die mij slecht doet slapen is Shapur Bakhtiar. Een keurige Iraniër die een jaar of twintig geleden met een messteek werd omgebracht in Parijs, als sluitstuk van de Iraanse machtswisseling in 1979. Bakhtiar was de keurige man, die door de Iraanse oppositie in eerste instantie naar voren werd geschoven, om als premier onder de shah te dienen (gekroonde hoofden verwijderen is praktisch iets moeilijker dan een president, al is het niet veel).

Na de vlucht van de shah was Bakhtiar de volgende die na verkiezingen, glansrijk gewonnen door de coalitie van Khomeiny, snel zijn boeltje pakken moest, waarna de Iraanse revolutie pas goed losbarstte.

ElBaradei is de volgende Bakhtiar. Wie dat niet beseft is een naïeve, simpele ziel.

Met circa 40% analfabeten is Egypte, toch een tamelijk verwesterd islamitisch land, helemaal rijp voor de volgende islamitische revolutie.