donderdag 31 maart 2011

Machtsovername



Met ingehouden adem zat half Nederland gisteravond voor de buis om te zien hoe het drama bij voetbalclub Ajax zich zou ontrollen. Clubicoon Johan Cruyff had de stormbal gehesen, en stond klaar om met zijn getrouwen het bastion van het bestuur-Coronel en consorten te bestormen. De inleidende beschietingen waren al een tijdje gaande, en gisteravond zou het moment suprême plaats moeten hebben. Cruyff c.s. waren vol zelfvertrouwen dat het bestuur zich naar hun eisen zou moeten voegen, want het had immers geen keus. Als het zich niet goedschiks voegde naar hun wensen, dan maar kwaadschiks middels het dwangmaatregel van de ledenraad.

Het ging er niet zachtzinnig aan toe. De notulen, die volgens Coronel door vijf man kunnen worden bevestigd, laten dat zien. Een aantal passages:

‘Waar halen jullie in godsnaam de moed vandaan om ons rapport te negeren? Het is slikken of wegwezen. (...) Deze directie beslist niets. Anders is het bonje. (...) Danny Blind is niet recht door zee, niet te vertrouwen en heeft overal gefaald. Hij moet meteen vertrekken (...) hoofd jeugdopleidingen Jan Olde Riekerink heeft geen vinger in de pap meer. Hij moet naar Almere of Ajax Cape Town. (…) de medische staf moet in zijn geheel worden ontslagen. (...) Iedereen die wij eruit willen hebben, moet meteen weg. Morgen om 8 uur afscheid nemen’ En als afsluiting de zin waardoor er voor Coronel een grens was overschreden: ‘Als Rik van den Boog en jij niet doen wat ik wil, gaan jullie allemaal kapot.’

Cruyff zei na afloop in een interview dat parlementaire taal niet zo zijn ding is. Moet kunnen in een gezonde verenigingscultuur, toch? Maar Ajax is niet langer een echte vereniging, het is een beursfonds. En het bestuur trok conclusies:
‘De manier waarop Cruijff en zijn mensen hun zin bij Ajax willen doorvoeren is voor ieder bestuur en elke raad van commissarissen onaanvaardbaar. Er is een grens bereikt in mijn persoonlijke leven en welzijn. Cruijff is niet zomaar iemand, wij kunnen die strijd niet aangaan.’

Deze laatste daad van bestuur en raad van commissarissen maakt de overwinning van Cruyff c.s. een Pyrrhus-overwinning. Politiek gezien briljant. Cruyff wil namelijk niet zelf aan het roer zitten, want dan wordt hij zelf aansprakelijk. Als geen ander beseft Cruyff dat de werkelijkheid weerbarstiger is dan beleidsplannen van wie dan ook, zelfs de zijne. Jarenlang werd er een klucht opgevoerd rond Johan Cruyff en zijn visie op hoe het verder moest met het Nederlands elftal, maar nooit vond de grote man dat er voldoende concessies waren gedaan om hem in alle rust Nederland wereldkampioen te kunnen laten maken. Dus kwam hij niet. En het etterde maar door, want Nederland is nooit wereldkampioen geworden. Het eindigde pas met de definitieve aankondiging dat hij nooit meer als trainer op het veld wilde, en daar hebben we heel lang op moeten wachten.

Cruyff en de zijnen moeten het nu gaan bewijzen, want er is geen weg terug. Dat zal ze niet meevallen.

zaterdag 12 maart 2011

Regeerbaarheid I



De zuigkracht van de euro, als gevolg van de falende begrotingsdiscipline in de zuidelijke lidstaten van de EU, hebben als bij-effect dat de lidstaten in toenemende mate hun beslissingsbevoegdheid op essentiële soevereiniteitspunten uit handen gaan geven. De Superstaat Europa komt zo sneller dichterbij dan iemand zich een paar jaar geleden had kunnen voorstellen. Theoretisch maakt het de unie sterker doordat het niet langer een samenraapsel van staten met verschillende belangen zal zijn, maar een federatie met een centraal economisch bestuur. Aldus de theorie.

Die theorie veronderstelt dat een grotere politieke eenheid ook meer slagkracht geeft. Dat moet worden betwijfeld. De EU heeft een punt bereikt waarop we ons moeten afvragen, of zij niet zo groot wordt, dat regeerbaarheid een onmogelijkheid wordt. De meest succesvolle staten van extreme omvang zijn historisch gezien verklaarbaar door bijzondere factoren die hun bestaan faciliteerden. Als die omstandigheden zich in hun nadeel wijzigden, gingen zij niet zelden snel ten onder, of zakten onder hun eigen gewicht langzaam in elkaar.

Het ontstaan van grote rijken heeft vaak maar niet altijd een simpele militaire verklaring: een stam of aanvoerder zag kans door superieure wapens of organisatie een groot gebied aan zich te onderwerpen. De grenzen van die rijken en hun veroveringsdrang werden meestal bepaald door geografische barrières, oninteressant achterland of logistieke en capaciteitsproblemen. Daarmee zijn van veel van die rijken de eerste vijftig jaar van hun bestaan eenvoudig te verklaren. Het Chinese keizerrijk is in veel opzichten een uitzondering, hoewel we niet mogen vergeten dat het historisch gezien tot aan de verovering door de Mongolen eerder een opeenvolging van een aantal rijken was, dan één doorlopend staatkundig verband.

De volgende fase in het bestaan van een groot rijk was de bestuurlijke organisatie. Staten die dit probleem niet wisten op te lossen vielen heel snel uit elkaar Ze maakten onderworpen staten schatplichtig, in verschillende varianten van onderhorigheid. Dat loste onder andere een capaciteitsprobleem op (mensen!), en ontsloeg hen van de noodzaak ter plekke een bestuurlijke organisatie op te bouwen. De vorst controleerde via afgezanten. De kracht van de vorst en zijn basis waren essentieel voor het bestendigen van het rijk. Voorbeelden: Timoer Lenk, Assyrische Rijk.

Een betere oplossing was het vestigen van een beperkte bestuurlijke organisatie die de veroverde gebieden nog steeds een grote mate van autonomie bood. Op deze wijze wisten de Perzen hun extreem grote, heterogene rijk bij elkaar te houden, en de ondergang door de hand van Alexander de Grote was meer te wijten aan een militair probleem dan aan een organisatorisch falen, al suggereert Machiavelli in Il Principe anders. Het Alexanderrijk bewees dat door binnen 30 jaar na zijn dood uit elkaar te vallen in een aantal staten die door hun kleinere omvang en homogener culturele basis wel levensvatbaar waren. Andere voorbeelden van dergelijke staten zijn het Mogol-rijk in India en het wereldrijk van Dzjengis Khan.

De Romeinen pakten de zaak het beste aan. De onderworpen gebieden werden ingedeeld in provincies, die onder het bewind van een kleine provinciale staf werd geplaatst, met daaronder ook een rol voor de oorspronkelijke elite van de onderworpenen. Dit systeem werd in feite ook toegepast in Nederlands Indië en door de Engelsen in India, die het van de Mogols erfden. Deze systemen verschilden van hun feodale voorgangers doordat het bestuur leiding werd toevertrouwd aan een roulerende ambtenarenkaste. Deze systemen waren zeer succesvol zo lang ze niet te groot werden.

Een specifieke omstandigheid die grote staten vaak fataal werd, was het bureaucratische gewicht van het bestuur. En eigenaardigheid van langer bestaande staten, is dat de hoeveelheid wetten en regeltjes steeds verder toeneemt. Dat deze gelden voor het hele rijk is een extra handicap als cultuur en omstandigheden grote lokale verschillen kennen.Niet alleen wordt dit proces door de onderdanen zelden toegejuicht, het bevordert ook de groei van een bureaucratie. En een groeiende bureaucratie is op termijn fnuikend voor het voortbestaan van een staat.

dinsdag 8 maart 2011

Internationale vrouwendag





Vandaag, 8 maart, is het Internationale Vrouwendag. Van de hoofdredactrice van Opzij begreep ik via Twitter, dat deze nu al weer honderd jaar op deze dag valt. Opzij heeft middels een enquete onder haar lezeressen een lijstje gemaakt met de 100 meest inspirerende Nederlandse vrouwen, en op nummer 1 eindigde – Moeder. En dat, terwijl in het blad Moederdag traditioneel wordt verketterd.

Hoezeer ik dat ook een ontroerend statement vind, het lijkt me geen goed teken. Als vrouwen het belang van gelijke rechten en de inspiratie daartoe vooral ontlenen aan het voorbeeld van hun moeders, was er voor die strijd al lang geen reden meer geweest, of het is een hopeloos gevecht. Het navolgen van Moeder komt in zekere zin neer op het handhaven van de status quo. Dat kan een keuze zijn natuurlijk, en keuzes zijn er om gerespecteerd te worden. Maar het lijkt me niet wat Opzij nastreeft, en de navolging van Moeder lijkt me weinig ambitieus.

Dat Opzij Joke Smit en Aletta Jacobs op 2 en 3 heeft staan stelt me dan weer gerust; het zijn vrouwen die terecht een grote voorbeeldrol in het feminisme hebben. Maar van de lezeressen van Opzij zou je toch verwachten dat ze in de eerste plaats kijken naar het vrouw-zijn van degenen die zij noemen. Dat Madonna op de lijst staat lijkt me uitstekend verdedigbaar, Femke Halsema al veel minder. De laatste praatte wel veel over de belangen van vrouwen, maar was als persoon nou niet bepaald een exponent van iemand die tegen de bierkaai boven kwam drijven.

Wat ik dan veel minder goed begrijp, is het ontbreken van koningin Beatrix. Zeker, haar positie is in de eerste plaats een gevolg van geboorte, en de bezwaren daartegen zijn zeker gerechtvaardigd. Maar dat doet natuurlijk niets af aan het feit, dat ze in Nederland een van de meest dominante en invloedrijke vrouwen is. Een schoolvoorbeeld van iemand die haar positie optimaal weet uit te buiten, en beslist capabel. Maar de lezeressen van Opzij wensten haar niet in overweging te nemen.

Stiekem krijg je de indruk, dat de lijst een sterke politieke inslag heeft. Dat kun je de redactie van Opzij niet speciaal verwijten (hoewel het blad zich wel degelijk richt op een specifieke groep lezeressen), maar het stelt teleur dat degenen die reageerden gemiddeld genomen zo’n smal blikveld hebben.

Als de lijst de stand van zaken in het hedendaagse feminisme weer geeft, ga je begrijpen waarom er nu wordt gepleit voor vrouwenquota en waar de eeuwige klacht over het Glazen Plafond vandaan komt. Vrouwen die zelf voldoende capabel zijn, hebben zich er al lang van losgemaakt en banen zich op eigen kracht een weg. Een beter bewijs, dat de vrouwenstrijd in essentie gestreden is, bestaat niet.