dinsdag 14 juni 2011

Discriminatie



Vanmorgen las ik in De Pers een berichtje, dat PVV'ers ook worden gediscrimineerd. De Pers was de antidiscriminatiebureaus langs geweest, en ten opzichte van 2009 was het aantal klachten in 2010 met maar liefst met 300% toegenomen! In exacte getallen klinkt dat al een stuk minder indrukwekkend, in 2010 waren immers maar 77 meldingen geweest.

Het ging hierbij vooral om uitingen in de media: vergelijkingen tussen PVV en NSB, de introductie van de term Bruin 1 voor het kabinet Rutte in oktober, maar ook van een scholier die zijn opstel naar eigen zeggen met een onvoldoende zag bestraft wegens de politiek incorrecte mening die hij er in verkondigde.

Wat we daar van moeten vinden? Ik vind het fantastisch! In zekere zin is hier namelijk sprake van emancipatie. Het artikel suggereerde dat de klagende PVV'ers zonder uitzondering blank waren, en meestal man. De groep die volgens erkende wijsheid niet gediscrimineerd kan worden, omdat zij de bron is van alle kwaad. De enige minderheidsgroep die standaard als de onderdrukkende meerderheid wordt gezien.

De antidiscriminatiebureaus hebben de klachten genoteerd. Dat is winst, want laten we wel zijn, als pakweg twintig jaar terug iemand strak stevig rechtse ideeën had en werd uitgescholden voor nazi, dan ontkende je dat netjes (en naar we mogen hopen naar waarheid), maar dat je je daarmee kon vervoegen bij een antidiscriminatiebureau kwam niet in je op. Slikken, verbijten en inwendig vloeken op de lichtzinnige nitwits die zonder enige kennis van zaken naar het gemakkelijkste scheldwoord grepen. Immers, wie nazi werd genoemd, was af. Geen verdediging tegen mogelijk.

Ik vind het dapper dat mensen de moed hebben om naar zo'n bureau te gaan, en een dergelijke klacht neer te leggen. Het is traditioneel toch een beetje het hol van de leeuw. Mij zullen ze er niet zien, en ik vind het ook niet nodig heel veel mensen de gang erheen maken. Aan een dikke huid is nog nooit iemand doodgegaan. Maar dat het kan als het de spuigaten uit gaat lopen is een goede zaak.

zaterdag 11 juni 2011

Gezag in crisis



Burgemeestersdie weigeren besluiten van de Rijksoverheid uit te voeren, moeten op zoek naar een andere baan. 'Dit is de zoveelste vorm van bestuurlijke ongehoorzaamheid.'

Dat heeft PVV-Kamerlid Hero Brinkman donderdag gezegd naar aanleiding van het verzet van de gemeenten tegen een gedeelte van het bestuursakkoord. Tijdens overleg in de Tweede Kamer vroeg Brinkman minister Piet Hein Donner (CDA, Binnenlandse Zaken) wat hij van plan is aan de 'weigerburgemeesters' te doen. In de ogen van Brinkman blokkeren de burgemeesters - als 'ondemocratisch benoemde bestuurders' - besluiten die door de Tweede Kamer zijn genomen. Minister Donner waarschuwde de bestuurders dat ze spijt gaan krijgen van hun 'nee' tegen het akkoord.

Het is hoog tijd dat dit fenomeen, de weigerburgemeester/gemeente, eens aan de kaak wordt gesteld. Natuurlijk, gemeenten en hun bestuurders hebben eigen verantwoordelijkheden. Maar het is sinds een jaar of veertig in toenemende mate gewoonte geworden dat gemeenten het beleid van de nationale overheid dat hen niet bevalt, saboteren, slechts deels uitvoeren of domweg negeren. Tegelijkertijd vraagt men zich vertwijfeld af, hoe het kan dat het gezag van de gemeentelijke overheid door vrijwel niemand meer als vanzelfsprekend wordt gezien.

Wie het verband niet ziet, wil het niet zien.

De lijst van afwijkingen van wat officieel is toegestaan is zo lang geworden, dat regelmatig gemeenten zich niet of nauwelijks bewust zijn van de overtredingen die zij begaan. De indirecte subsidiëring door de gemeente Vlaardingen van de "Gazavloot" is slechts een enkel incident in een lange rij. Nederlandse wethouders vliegen de wereld rond om allerlei projecten in het buitenland in ogenschouw te nemen, zonder zich maar een moment af te vragen of dat is waarvoor zij betaald worden. In tijden van voorspoed is het al dubieus genoeg, maar in tijden van voortdurende bezuinigingen zijn het activiteiten die door minder gelukkigen met wrok worden bezien. Terechte wrok.

Hero Brinkman stelt het nu aan de orde naar aanleiding van een concreet punt, maar het is een fenomeen dat een diepgaander debat verdient. De overheid kan geen moreel beroep doen op haar onderdanen zonder zelf het goede voorbeeld te geven. Haar dienaren zijn daarvan onvoldoende doordrongen, en het is de hoogste tijd daar werk van te maken.

woensdag 1 juni 2011

Griekenland en de banken



Het is geen populair standpunt, maar de banken de zwarte piet van de Griekse kredietcrisis geven is niet terecht. Om staatsschulden te financieren heb je banken nodig. Dat het beter zou zijn geweest helemáál geen staatsschulden op te bouwen, daar kom ik graag in een ander blog op terug.

Veel Europese banken zitten vol met Griekse staatsleningen, maar niet alleen Griekse. De balansen staan vol met allerhande staatsleningen, van Ierse tot Roemeense. Het grootste deel van de Europese staatsschulden wordt gefinancierd via pensioenfondsen en commerciële banken. Zo werkt het systeem, en een beter systeem van het financieren van staatsschulden is er niet.

In Elsevier werd eerder deze week bepleit de banken mee te laten betalen aan de kredietcrisis. Op zich is dit terecht, want de rentemarges die de banken hadden bedongen horen een afspiegeling te zijn van het risico van terugbetaling. Wie fouten maakt, moet op de blaren zitten. Toch moet je constateren, dat de rente die de banken vroegen in retrospectief eigenlijk veel te laag was. Immers, nu het misloopt, lijden ze verlies. Dat kan niet de bedoeling van het uitlenen van geld zijn. Maar als een hogere rente was gevraagd, was Griekenland veel eerder failliet gegaan.

Gisteren kwam Willem Vermeend (PvdA) echter met een voorstel voor een plan van aanpak dat per definitie ongezond is:

... het is nodig dat regeringen van de eurolanden, naast de aangekondigde bankenheffing, in ieder geval een gezamenlijk afspraak maken over een verplichte bijdrage van het Europese bankwezen aan de oplossing van de schuldencrisis. Zonder zo’n bijdrage zal het vertrouwen van de burgers in Europa verder afbrokkelen en zullen politieke partijen met een anti-opstelling tegen de Europese Unie als kool blijven groeien. Om te voorkomen dat banken met schulden aan risicolanden als Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland straks gered moeten worden door de belastingbetalers besluiten de Eurolanden dat deze banken zolang zij deze schulden op hun balans hebben staan geen winstuitkeringen mogen doen aan hun aandeelhouders, geen bonussen mogen uitkeren en worden de salarissen voor de top en het subtopkader bevroren ...

Dit is een vorm van gelijkschakeling van de banken. Dat veel mensen dit toe zouden juichen, al was het alleen uit leedvermaak ten aanzien van top- en subtoppers van de banken is, hoe begrijpelijk ook, economisch rampzalig.

Laten we ons eens voorstellen, dat de banken zo verstandig zouden zijn niet langer de staatsschulden van financieel zwakkere landen te faciliteren, zelfs niet tegen woekerrentes. Wat zou gebeuren? Het financieel systeem klapt in elkaar, of we maken ons rechtstreeks afhankelijk van landen als Saoudi-Arabië en China. Ik breng u in herinnering wat de eerste eis aan de banken was na de reddingen in 2009: ga geld uitlenen! Banken kregen vervolgens het verwijt te voorzichtig te zijn met uitlenen, en daardoor het economisch herstel te frustreren. Kortom, de banken kunnen het in de ogen van het publiek nooit goed doen, en zijn een dankbare steen des aanstoots voor politici en burgers als zij een zondebok zoeken.

Bovenstaande betekent niet, dat individuele banken geen fouten hebben gemaakt, soms op het misdadige af zelfs. Het betekent wèl, dat er weinig alternatieven zijn voor het bestaande systeem. Inclusief het grootste deel van de fouten die er inherent aan zijn. Natuurlijk hebben de banken de schuld, maar het is een schuld die in het systeem zit ingebakken.

De banken zullen gered moeten worden, omdat ze door de EU en de Europese staten in de huidige positie zijn gemanoeuvreerd. De ware schuldigen zijn de EU-commissie en de regeringen van de nationale staten.