donderdag 20 oktober 2011

De koningin is niet dood



De VARA liet bij DWDD een filmpje zien, dat berichtte dat de koningin niet dood was.

Grote paniek.

Vervolgens: grote verontwaardiging. Want dit soort filmpjes zaait maar paniek, zo verwees een groot deel van de boze mensen naar hun eigen initiële onrust. Ik kan er niet aan ontkomen het gevoel te hebben, dat de belangrijkste boosheid van deze mensen op zichzelf is: ze voelen zich betrapt op sensatiezucht, en vervolgens op hun eigen domheid direct te geloven dat de Majesteit een enkele reis Delft heeft gekocht.

Er zitten aan de rel rond dit filmpje vele leuke kanten, en er zijn aardige inzichten in de menselijke psyche uit te peuren. Dat het filmpje zelf niet bijzonder leuk was, was omdat ik er niet intrapte. Ik geloof eenvoudig niet dat zoiets via DWDD naar buiten komt, hoe snel ze ook zouden zijn op een bepaald moment. Indien het werkelijk gebeurd was, had je het gonzen van het gehele land bijna fysiek kunnen voelen, en dat ontbrak.

Luisteren/lezen
In de eerste plaats blijkt hieruit maar weer eens hoe slecht mensen lezen en luisteren naar wat werkelijk wordt gemeld. De eigen verwachtingen, ideeën, vooroordelen en hoop zijn veel belangrijker dan wat werkelijk wordt gemeld of gezegd. Dat geldt niet alleen voor een filmpje als dit, maar ik durf de stelling aan, dat 90% van de mensen 90% van de tijd aan dit euvel lijden. Ook, als men het dagelijks nieuws intensief volgt. Maar mijn schatting, ik geef het toe, kan te laag zijn.

Hoe geprangder het eigen gemoed, hoe sterker dit mechanisme zich manifesteert. De heftigheid van de reacties daarentegen is daarvan een veel minder significant gevolg. Karakter speelt daarin een minstens zo belangrijke rol.

Ontkennen
Een tweede punt van belang lijkt me, dat we er naar neigen meer geloof aan dingen te hechten als ze worden ontkend. "Ik geloof het pas als ze het gaan ontkennen." is een bekende uitspraak van journalisten over acties van politici. Dat heeft er onder andere toe geleid, dat regeringen zaken die niet extreem gevoelig liggen en beslist niet waar zijn, niet langer ontkennen, maar er simpelweg geen aandacht aan schenken.

Helaas is een bijverschijnsel van deze op zich niet onlogische aanpak, dat dingen die wèl waar zijn, en bovendien extreem gevoelig liggen, worden ontkend tot men het tijdstip rijp acht een officiële mededeling uit te laten gaan. Ook al is de tijd benodigd om die verklaring op te stellen en bij te schaven het enige dat hen van uitspraken weerhoudt. Zo versterkt het proces zichzelf.

Help, een wolf!
Dan is er nog het wolf!wolf!-principe. Het is een bekend sprookje, waarvan de moraal door veel goedbedoelende alarmisten niet begrepen wordt. In het kort:

Een jonge geitenhoeder wordt op een berg neergezet om geiten te hoeden. Zijn enige wapen is een houten staf. Men zegt hem, dat als er een wolf opduikt, hij alleen Wolf!Wolf! hoeft te roepen om assistentie vanuit het dorp te krijgen, zodat men de wolven kan verjagen.

Tweemaal roept de jongen Wolf!Wolf! tot chagrijn van zijn dorpsgenoten, om te testen of men inderdaad komt helpen. Bij de derde keer komt er niemand, en worden hij en zijn geiten verslonden door een troep hongerige wolven.


De moraal is eenvoudig: waarover men te vaak paniek zaait, wordt als het uiteindelijk plaatsvindt, weinig heisa meer gemaakt. Voortdurend in een staat van alarm verkeren stompt af.

Op de middelbare school hadden wij als zestienjarige scholieren na de dood van paus Paulus VI een soort running gag, om als stopwoord te zeggen: en de paus is ook dood. Dat begon net een beetje te verdwijnen, toen ik op een middag de kantine binnenkwam, en iemand mij vertelde dat de paus dood was. De nieuwe. Dat probeerde hij althans, want ik geloofde er geen woord van. Pas 's avonds thuis, bij het zien van het 8 uur-journaal, werd me duidelijk dat inderdaad ook de nieuwe paus zijn voorganger achterna was.

Jammer genoeg zijn bovenstaande overpeinzingen minder wijd verbreid dan je op basis van de naar men beweert steeds hogere opleiding van de gemiddelde Nederlander zou mogen verwachten. Wellicht dat dat komt, doordat we leven in een tijd van honger naar nieuwe feiten, nieuwe zaken, nieuwe paniek zelfs, om onze interesse gaande te houden. We leven in het tijdperk van het evenementisme. En daarmee samenhangend ook, in dat van de kalmerende middelen.

zondag 9 oktober 2011

Onder Columnisten



Juvenalis en Caroline raakten via de mail in gesprek over J.´s laatste stuk. Leuke lectuur voor een zondagmiddag.

Hi Caroline,

Je kunt het stuk lezen zoals je wilt, maar het was in de eerste plaats gericht op de verschillende werkelijkheden waarin culturen leven. Het is een stuk met meerdere lagen. En zonder het expliciet te noemen bepleit ik ook een geforceerde integratie-inspanning via het schoolsysteem, zoals Trias terecht opmerkte. Het is een noodzakelijk ding. Er is een kleinere range van acceptabele zelfzuchtigheid onder het mom van overheidsdienst nodig, daar richtte ik me op.

Overigens is er voor veel mensen die door met 'Spock' besmette ouders zijn opgevoed op dit punt een hoop werk te doen. Intelligente ouders wisten dat wel op te vangen, maar de schade in lagere milieus is onvoorstelbaar. Ik weet niet hoe intensief je daar zelf mee in aanraking bent geweest, maar de manier waarop de kunst van opvoeding in de lagere middenklassen is verwoest, is ontstellend. Niet voor niets dat opvoedprogramma's met nannies en dergelijke zo populair zijn op TV. Er is in veel families een trendbreuk geweest, en veel mensen zijn op dit punt volledig de weg kwijt. Curieus genoeg zijn juist de domste mensen, die zich niet hebben aangepast aan de nieuwste gewoonten op opvoedkundig gebied, er het best tegen bestand gebleken.

Tegelijkertijd was mijn startpunt in het stuk het ontmantelen van een hoofdletterbegrip, en ik wil er de komende maanden nog een groot aantal op een manier als deze gaan behandelen. Als een paar mensen hierdoor wat genuanceerder leren denken ben ik er al tevreden over.


XX, J.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hoi Juvenalis,

Ik vond je stuk mooi hoor, en verdraaid, ik ging aan het denken ook nog. En wel dat eerlijkheid misschien minder belangrijk is dan realisme.

In Amsterdam West heb ik altijd alleen maar goed opgevoede kinderen getroffen, althans, andere herinner ik me niet. Op mijn spreekuren in Amsterdam West maar ook een keer op de marinewerf in Den Helder merkte ik wel dat wat de arbeiders werden genoemd, en nu Henk en Ingrid, vaak meer beschaving en fatsoen hebben in hun pink dan nogal wat leidende figuren in hun hele lijf. Het is juist voor die mensen waar mijn hart wel eens voor huilt, omdat die én zo vreselijk in de steek gelaten zijn (genaaid) en omdat ze het werkelijk niet kunnen bevatten, dat dat gedaan is door mensen tegen wie ze geleerd hadden op te kijken. Die sociaal-experimenteerders vind ik dan ook tot in het beschimmelde merg van hun stinkende gebeente oneerlijk, en dat kan niet vaak genoeg gezegd worden.

XX, C.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hi Caroline,

Fatsoen!! Dat is het woord dat ik hier beter in had moeten passen, al had ik wel daarmee de onderlagen in het stuk een beetje weg geschoffeld. Kun je nagaan hoe ver het woord buiten mijn vocabulaire geraakt is. Fatsoen is zo ongeveer waar ik op doel met de term "cultureel gerelateerde eerlijkheid". Er is weinig dat er dichterbij komt.

Realisme heeft mijn persoonlijke voorkeur als het om regeren gaat, maar als dat kan worden gecombineerd met ouderwets fatsoen (maar dan niet van een CDA'er ;) ) , dan teken ik er voor.

Helaas komt een groot deel van de groep sociaal-experimenterders juist oorspronkelijk voort uit die groep fatsoenlijke mensen uit de arbeidersklasse. Die begrijpen zelf naar mijn idee in overgrote meerderheid niet wat ze hebben aangericht, maar zetten hun resultaten af tegen de inderdaad evenmin frisse situatie waarin hun ouders 60 jaar terug zaten, sociaal gezien. En daaraan ontlenen ze hun - zeer beperkte - gelijk. Ze hebben het ouderwetse fatsoen vernietigd zonder er iets voor in de plaats te stellen.

De laatste tijd lees ik soms wat oude stukjes van Carmiggelt, waarvan ik een plank heb overgehouden toen mijn ouders, uit wat nu nog mijn huis is, vertrokken. Wat je daar in terugvindt tekent een maatschappij die ten onder gegaan is, heel stilletjes uitgestorven eigenlijk.


XX, J.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hoi J.,

De PvdA werd niet voor niets de drs-en partij genoemd, dat valt best mee, en de laatste arbeider die ik er gezien heb was Hans Mohr, inmiddels dood en toen kamerlid. Aardige man, die geheel terecht aan me vroeg 'aan welke man al die feministes dan gelijk wilden zijn. Aan hem, die met 14 echt de haven in ging om te werken, of aan de havenbaronnen.' Ik vond dat een zeer wijze opmerking, en als ik al de neiging gehad had, had ik die van af dat moment niet meer: feministe worden.

Het probleem is natuurlijk dat wat je in de ene maatschappij op gevangenisstraf komt te staan, in de andere samenleving juist wordt toegejuicht. Zo kan ik me voorstellen dat als de imam me voorhoudt dat ik alleen deugdzaam kan zijn door de kafir uit te buiten en lastig te vallen, en verkrachting een goede manier is van jihad, dat ik anders in het leven sta dan we in Nederland gewoon of zelfs maar aanvaardbaar vinden. En zo komen we dan weer bij de multicul terecht, er zijn (en worden!) nog teveel mensen geïmporteerd die niet bij ons en onze cultuur passen. Onze regering heeft niet het Nederlandse fatsoen om daaraan een einde te maken, of dat zelfs maar met enigszins zinnige (ik kan in een paar uurtjes een wet schrijven die het wel houdt, en die wel werkt) pogingen daartoe doet. De uitverkoop van het laatste restje van ons en onze samenleving aan de EU en de opoffering van onze welvaart en toekomst aan een waandenkbeeld over munt (!!!) komt daar dan nog eens bij, of is misschien nog wel erger.

En als homogene (maar verzuilde, er waren smaken genoeg in Nederland) en intelligentere samenleving hadden we nu sterker gestaan tegenover de politiek en het bestuur, gewoon omdat we weten wat we aan elkaar hebben gemiddeld gesproken, iets wat nu niet meer het geval is. Want ook als we anders waren, dan waren we toch niet zo anders dat we elkaar niet begrepen. Nu ontbreekt de gedeelde grond onder de voeten te veel en te vaak. Gezien de intelligentie van de instroom zal dat wel zo blijven, want van mensen met een IQ van 80 gemiddeld of daaromtrent, is natuurlijk weinig te verwachten.

Ergens in de 70-er jaren was Nederland 'af' aan het raken, mensen waren mooi en slim (gemiddeld) en gelukkig, autootje voor de eigen deur, en met één inkomen kon je heel wel een gezin draaien. Niet dat we nu helemaal 'hobbits' waren, maar we kwamen er in de buurt. En dat mocht natuurlijk niet duren, en desnoods moesten de collectivisten dan maar ziekte, lelijkheid en gebrek importeren, om hun voortdurend bemoeien met het volk te rechtvaardigen. En ook de scholing van het volk moest minder, want te slim is voor machthebbers niet aantrekkelijk.

Vandaar dat men doende is en blijft, het in eeuwen geweven weefsels van onze samenleving kapot te maken op een manier waarop Stalin, Hitler en Mao jaloers geweest zouden zijn. Het kan allemaal wel kapot namelijk. En als al eerder geconstateerd: hoe meer er kapot is, hoe fijner dat voor de fascisten die de macht hebben is. En ja, ik gebruik het woord fascisten in het volledige bewustzijn van de betekenis ervan.

Fatsoen? Ik weet niet of je het zo moet noemen, ik zou het liever 'beschaving' noemen, beschaving naar Nederlandse normen, en niet alleen uiterlijke, maar vooral ook innerlijke. De beschaving die maakt dat als je op een bepaalde positie zit, je je vooreerst bewust bent van de verantwoordelijkheden die die met zich mee brengt, en dat niet jij zo bijzonder bent, maar de positie waarin je je bevindt. Ik denk dat de grote afbraak van dat soort fatsoen, die beschaving, met Balkenende een grote vlucht genomen heeft, de man die sneller ouwehoerde dan god kon luisteren. Als die laatste daar al zin in gehad mocht hebben, maar misschien brengt zijn positie het moeten wel met zich mee.


Terzijde: weet je wat me opvalt? Dat ik al weken geen waardetransporten meer hoor (gaat altijd met motor- en auto-escortes en veel sirenes en afzetten van de brug en zo gepaard) of zie van en naar de Nederlandse Bank hier. Vreemd, want het waren er altijd wel een paar per week.

Ik ben dan ook behoorlijk benieuwd naar de beantwoording van de vragen van de SP over onze goudvoorraad.



Caroline

vrijdag 7 oktober 2011

'Eerlijkheid’ en politieke besluitvorming



Eerlijkheid is een hoofdletterbegrip, dat een zeker altruïsme impliceert. Iemand die aangeeft een eerlijke uitspraak te gaan doen, bedoelt daar over het algemeen mee, dat hij iets gaat zeggen dat niet in zijn eigen voordeel is, maar desalniettemin onmogelijk met goed fatsoen ontkend kan worden. Het zou komisch zijn als dit niet zo’n interessant fenomeen was. Eerlijkheid betreft gewoonlijk iets dat tegen ons directe belang in dreigt (en lijkt) te gaan.

Daarmee is eerlijkheid een ruilmiddel voor betrouwbaarheid. Iemand die zich bereid toont, zaken te accepteren die niet in zijn directe belang zijn, bewijst daarmee de zaken op langere termijn te kunnen zien. Door zaken te accepteren die in het voordeel van een ander zijn, wordt daarmee tegelijkertijd een zeker commitment aangegaan met die persoon. En relaties dienen gebaseerd te zijn op ‘eerlijkheid’, dat weet iedereen. Bewezen eerlijkheid is in zekere zin de valuta binnen een relatie, van welke aard die relatie dan ook is. Ook zaken als inflatie,  devaluatie etcetera kunnen een belangrijke rol spelen.

In ieder geval, iedereen denkt te weten hoe belangrijk eerlijkheid is binnen een relatie. Zoals ik het hier presenteer maakt het de oplettende lezer al duidelijk dat het een heel wat klinischer bedoening is dan de pure goedheid en erkenning, waar het vaak voor wordt aangezien. Maar ook als het dat niet is, moet je er uit de aard der zaak al uit concluderen, dat er bijzonder weinig reden is Eerlijkheid met een hoofdletter te schrijven. Er bestaat niet zoiets als dè eerlijkheid. Als het toepasselijk is het begrip te gebruiken, speelt tegelijkertijd een belangenrelatie een rol.

Sociale intelligentie
Naarmate mensen meer sociale intelligentie bezitten, zijn ze zich dit meestal ook beter bewust. Mensen met een gebrekkiger sociale intelligentie plegen zich bij tijden te beroepen op de oneerlijkheid waarmee zaken zich ontwikkelen. Daarmee bedoelen ze inderdaad, dat het hen niet naar den vleze gaat. Het is hier dat een spraakverwarring optreedt met het begrip Rechtvaardigheid, dat zoals ik als bekend veronderstel, eveneens een projectie is, maar van een andere aard.

Naast Rechtvaardigheid, wordt eerlijkheid vaak verward met Objectiviteit. Speciaal culturele eerlijkheid/rechtvaardigheid/objectiviteit levert in dit verband Babylonische spraakverwarringen op.  Dit heeft er alles mee te maken dat wat cultureel gezien eerlijk is, ons in onze eerste jaren wordt bijgebracht door onze ouders. Dat is althans de bedoeling. De opvoedrevolutie, die sinds de invloed van Dr. Spock zich in Nederland deed voelen veel gezinnen heeft ontwricht, heeft het mishandelen van de eigen kinderen door ouders sterk teruggedrongen, maar het aantal gerechtvaardigde aanleidingen daarvoor explosief doen toenemen.

In plaats van een gevoel voor een bepaalde culturele eerlijkheid, hebben veel mensen van onder de 50 nu vooral een eerlijkheidsgevoel dat gebaseerd is op hun directe persoonlijke gewin. Dit maakt het hanteren van het begrip eerlijkheid vrijwel onmogelijk, aangezien er bij beslissingen van hogerhand altijd iemand is die zich tekort gedaan voelt, en dat prompt vertaalt als ‘oneerlijk’.

Politici
Een directe weerslag is, dat politici proberen te vermijden groepen mensen ‘en bloc’ voor het hoofd te stoten. Dat dit denken op een bijzonder korte termijn is, kan iedereen zien die even doordenkt, maar moderne politici hebben denken op termijnen dan voorbij de eerstvolgende verkiezingen niet als eerste zorg. Het zit eenvoudig niet in hun programmering.

Deze preventitis-aanpak domineert sinds een jaar of 30 het openbaar bestuur, en de gevolgen zijn sinds 2001 in volle wasdom te bewonderen, al schijnt niemand te beseffen wat de oorzaak is. Dat veel politici in hun handel en wandel tijdens hun respectievelijke carrières zelf volop het slechte voorbeeld geven vergroot het probleem onevenredig, omdat daarmee wordt geïllustreerd waarom ze niet in staat te zijn er op overtuigende wijze iets aan te doen.

Een gevolg van het daardoor ontstane wantrouwen ten opzichte van politici is, dat het eerdere bestaan van nieuwe politici publiekelijk onder een vergrootglas wordt gelegd. Helpt dat? Natuurlijk niet. Politiek is bij uitstek een vak waarin je mensen met levenservaring nodig hebt. Er zijn niet veel mensen met voldoende levenservaring die zonder schrammetjes het stadium van politieke rijpheid bereiken. Het enige effect is het vergroten van het legioen besluiteloze grijze muizen. Die elkaar vervolgens ook nog eens met grijze-muizen-normen de maat gaan nemen.

Opvoeding
Cultureel gerelateerde eerlijkheid (zoals door mensen ervaren) is gebaseerd op een geslaagde conditionering met normen en waarden tijdens de opvoeding. Daaropvolgend is het noodzakelijk, dat de maatschappelijke leiding de fakkel overneemt door het goede voorbeeld te geven.

Om effectief te zijn, dient er een zekere consensus te zijn aangaande wat als maatschappelijk eerlijk wordt beschouwd. Als je nu in Nederland om je heen kijkt, is die consensus ver te zoeken. Dat heeft veel te maken met de vrijheid/blijheid, c.q. die in de opvoeding van kinderen wordt beleden, maar eveneens met de verschillende uitgangspunten die bij de opvoeding van de kinderen wordt gehanteerd.

Een normen en waarden-offensief – hoe sympathiek ook - zoals premier Balkenende indertijd begon was volstrekt kansloos, omdat het de basis van het probleem niet aanpakte: het ontbreken van een doordachte manier waarop kinderen op school gevormd worden in een uniforme culturele omgang met elkaar. “Lief zijn voor elkaar” is daarin een goed bedoeld, maar contraproductief uitgangspunt.

Conclusie
Mensen die hopen dat de huidige politieke chaos van korte duur zal zijn doen aan wishful thinking. Daar zijn meer argumenten voor, maar zoals ik in dit stuk betoogde aangaande de mentale gesteldheid van de gemiddelde Nederlander, er is een min of meer uniform gevoelde eerlijkheid noodzakelijk alvorens we ergens zullen komen.