zondag 2 januari 2011

Ondergang



We leven in hysterische tijden. Van alle kanten worden we bestookt met waarschuwingen van naderend onheil, van zaken, waarop we bedacht moeten zijn, en met aankondigingen hoe ons leven, maar in ieder geval onze levensstijl, ten einde zal komen.

Onheilsprofeten, ondersteund door goedbetaalde wetenschappers die met veel ideeën maar met weinig vaststaande feiten jongleren, voorspellen dat het leven op Aarde ten einde loopt. De nieuwe Millenaristen. Verbazingwekkend zijn de claims die ze als vaststaand poneren, en draconisch de maatregelen die ons wellicht nog kunnen redden.

Wie iets van de menselijke geschiedenis af weet, beseft, dat als ze gelijk hebben, er geen redden meer aan is. Dat het enige wat we zullen doen is er over vechten tot we er bij neervallen. Het menselijk ras is niet voldoende saamhorig om zich ver van te voren in te stellen op, en offers te brengen voor het overleven van, majeure rampen.

De bekende uitspraak van de Franse koning Lodewijk XV - Na ons de zondvloed - is er de bekendste illustratie van. Het is een gezegde dat spreekwoordelijk geworden is, en de man is nagedragen als voorbeeld van zijn gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef. Niet geheel terecht, want het is heel waarschijnlijk dat Lodewijk XV zelf het beste besefte hoezeer de Franse maatschappij rond het midden van de 18e eeuw sociaal was vastgeroest.

Hij was zeker geen stèrk vorst, maar gevoel voor de krachttoer die benodigd was om het Frankrijk van zijn dagen te hervormen kan hem niet ontzegd worden. En het toegepaste principe - Komt tijd, komt raad - is staatkundig gezien vaak een goede oplossing. Veel problemen verdwijnen vanzelf; hard werken aan oplossingen levert niet zelden meer problemen op dan ze doen verdwijnen. Wat aangepakt moet worden zijn problemen die directe en snel groeiende effecten hebben.

Hoe weinig de moderne politici oog hebben voor deze staatkundige waarheden zien we terug in de benadering van de twee belangrijkste politieke vraagstukken van dit moment, de Global Warming en de groeiende invloed va de islam op het dagelijks leven.

Om met dat laatste te beginnen: als dit een proces was geweest dat zich over honderden jaren had uitgestrekt, was het nooit het prominente probleem geworden dat het voor velen nu is. Juist de versnelling van de sociale problemen, de groeiende tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen en de botsingen als gevolg van verschillende opvattingen over de cultuur van het dagelijks leven zouden de overheid al in een vroeger stadium wakker hebben moeten schudden.

Onverlet het ideaal van verschillende culturen die op een relatief vrij klein oppervlak samenleven, wrijving tussen groepen in de samenleving, welke de openbare orde verstoort, moet de kop worden ingedrukt, op straffe van verlies van het staatsgezag. Dat proces zien we nu dagelijks om ons heen. De Romeinen, meesters op het gebied van het staatsgezag en de openbare orde, beseften dit bij uitnemendheid:

Plinius de Jongere, gouverneur van de provincie Cilicië (Turkije) vroeg keizer Trajanus (keizer 98-117) om raad over een probleem dat hij had met christenen. Hem was geleerd, dat christenen problemen veroorzaakten. Maar toen er bij hem werd geklaagd over een groep christenen, waaraan hij ook na nauwkeurig onderzoek geen fouten kon ontdekken, dan dat ze christen waren, voelde hij een juridisch vacuüm. Hij schreef een brief.

Het antwoord van Trajanus is vooral voor ons verhelderend. Christenen waarover geklaagd werd vanwege hun eredienst, hadden dús de openbare orde verstoord. Hun schuld stond vast. Om dezelfde reden van het handhaven van de openbare orde werd het Plinius ten strengste verboden om de christenen te gaan vervolgen. Want ook dat zou de openbare orde onaanvaardbaar verstoren.


De Global Warming is daarentegen een voorbeeld van een probleem dat te groot voor ons is. Dat betekent niet, dat we niet netjes en voorzichtig met de wereld om ons heen om hoeven te gaan. Maar als rampscenario's zoals ons die de afgelopen 30 jaar zijn voorgehouden, realistisch zouden zijn, dan zijn we te laat.

dinsdag 28 december 2010

Zwakte



- Belangrijke vraag: maakt het internet dat mensen zich seksueel afwijkend gaan ontwikkelen? #durftevragen #wilhetechtweten -

- Ik bedoel eigenlijk: zijn al die pedofielen gemaakt (door internet) of 'zo' geboren? -

- Zijn pedofielen echt geïnteresseerd in kinderlichamen of wekt 't virtuele aanbod, de aandacht en 't verbod de interesse? -

Een setje tweets in mijn Twittertijdlijn vanmorgen. Niet iets voor een kort antwoord, dus ook niet om direct op te reageren. Maar, het liet me niet los, en gedurende de dag dwaalden mijn gedachten er naar terug. Blijkbaar, ook als ik er niet concreet aan dacht, was mijn onderbewustzijn er nog steeds mee aan de gang.

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik er geen verstand of kennis van heb, behalve wat boerenverstand. Dat geeft wat ik hier opschrijf mogelijk iets obligaats, maar ik wil het van mijn lever af. Schrijven is ook therapie, uiteindelijk. Op die wijze werd De Volkskrant jarenlang gebombardeerd met bekentenisbrieven van mannen die in therapie hun zonden tegen hun wederhelft opschreven. En als het dan eenmaal opgeschreven was, zou het toch jammer zijn zo'n brief niet te versturen. Niet dat ze ooit geplaatst werden, maar u begrijpt hoop ik wat ik bedoel.

Ik zie een soort gemene deler, iets heel treurigs eigenlijk. Zwakte. Frustratie ook, over die eigen zwakte. Daders lijken altijd een beetje minne mannetjes, niet alleen wat betreft hun misdaad, maar ook daarvoor al, in het algemeen. Ik associeer het niet met, laten we zeggen, de gemiddelde Chippendale-stripper.

Het zijn vaak de rustige, timide mannen in weinig stoere beroepen die er last van hebben. Geen kerels die je tijdens een duistere nacht een donker steegje in zouden kunnen sleuren, die je nadat je ze 's avonds gepasseerd bent nog wat ongemakkelijk vanuit je ooghoek in de gaten houdt. Geen kleine Napoleons, die hun postuur compenseren met een sterke persoonlijkheid.
Het zijn juist de gedweeë mannetjes die ertoe niet in staat lijken, waarmee je je kinderen het minst kunt vertrouwen. De onderliggers, zowel fysiek als geestelijk. De kinderlokker waarvoor ik in mijn jeugd werd gewaarschuwd werd, als je terugkijkt, ook onbewust afgeschilderd als een wat sneue figuur.

Met bovenstaande typering geef ik impliciet al aan niet te geloven in een aangeboren afwijking, maar eerder in compensatiedrang, de drang om met de wereld een nieuw evenwicht te bereiken. Je ziet soms met kinderen al, dat ze niet goed gelijk op kunnen met hun leeftijdgenoten, en dan met jongere kinderen gaan spelen. Mensen zoeken een vorm van erkenning, ook al is die kunstmatig en tijdelijk. Zeker als ze die in de maatschappij op geen enkele normale wijze kunnen verwerven. Als dat doorschiet, krijg je via projectie een fixatie op kinderen, die immers de verpersoonlijking van onschuld zijn. Ze geven niet het weerwerk dat een normale een volwassen persoonlijkheid levert.

De schandalen van wat zich veertig jaar geleden in de katholieke kerk afspeelde illustreren een dergelijke situatie. Niet alleen waren de daders vaak zelf door een dergelijke senior misbruikt (wat ook een vorm van legitimatie verschaft voor de beperkten van visie), zij maakten deel uit van een systeem dat weinig erkenning van hun persoonlijke kwaliteiten verschafte, om van liefde en sociale contacten nog maar te zwijgen.

Bovendien maakt de gelegenheid de dief, zoals het spreekwoord zegt. De kinderdagverblijven moeten op deze mensen een onweerstaanbare aantrekkingskracht hebben, omdat het zoveel gelegenheid tot compensatie biedt. Keizer in een beperkt universum, aanbeden door de kinderen.

Ik geloof dan ook niet dat het internet er veel mee te maken heeft. Het lijkt meer met macht te maken te hebben. Seksuele relaties tussen mensen kennen zeer vaak een machtscomponent, hoe het evenwicht ook ligt. Kinderen, die geen benul hebben van het seksuele element, zijn per definitie manipuleerbaar, ook voor heel zwakke persoonlijkheden. Zwakke persoonlijkheden, met een drang zich toch te manifesteren.

Wie geestelijk onmachtig is, probeert dat niet zelden met fysieke agressie op te lossen. Tijdens mijn studie werkte ik vaak in een studentencafé, waar ook een intelligent en goed uitziend meisje kwam, dat de gewoonte had heren die wat te bijdehand werden een draai om de oren te geven. Hard. Als portiers was het beneden onze waardigheid terug te slaan, maar nadat ik haar had uitgelachen om het zwaktebod van het slaan werd ik van haar behandeling uitgezonderd: niemand wil graag voor zwak worden versleten. Respect verdienen is niet altijd gemakkelijk, en volgt soms rare wegen.

Dit stukje is in de eerste plaats een persoonlijke ontboezeming hoe ik naar kindermisbruikers kijk. Therapie? Het lijkt me moeilijk. Te verontschuldigen is het nooit, en als het onderdeel van iemands psychisch profiel geworden is, lijkt de kans op herhaling me enorm. Hoe zielig deze figuren ook zijn, het belang van kinderen moet voorop staan. En god bewaar diegene die aan míjn kind komt.

maandag 20 december 2010

Het islamdebat in De Balie 19 december 2010



In Het Parool staat een verslag van het Islamdebat, dat gisteren in De Balie werd gehouden. Er waren vele prominenten van Islamkritische huize aanwezig, en maar weinig belangrijke vertegenwoordigers met een positief Islam-beeld. Sjoerd de Jong (NRC-journalist) kun je toch moeilijk als prominente Nederlander beschouwen.

Het verweer moest dus komen van de opgekomen mohammedanen zelf. Dat verweer kwam er ook, maar tegen de wetenschappers en mensen als Frits Bolkestein is het niet gemakkelijk optornen. De emoties liepen bij tijden wel hoog op. Carel Brendel benadrukte via Twitter dat de chaos van de bijeenkomst niet uit het Parool-verslag te destilleren viel.

Het gevolg laat zich raden: er was een debat, er werden stellingen uitgewisseld, er werd door belanghebbenden geprotesteerd tegen de stellingen, en vervolgens ging het publiek naar huis en maakten de panelleden onderling wat beter kennis. Om daarvoor een groot debat op te tuigen was een beetje overdreven, eigenlijk. Want het was te voorzien dat het zo zou gaan.

Afgaand op de recensie viel de weinig plooibare houding van de Belgische wetenschapper Wim van Rooy op, die poneerde dat alleen uit harde confrontaties voortgang voort kon komen. Dit doet ons in zekere zin on-Belgisch aan, maar hij heeft zeker gelijk. De tijd van omfloerst taalgebruik is voorbij, er is al genoeg schade door aangericht.

De bijdrage van Frits Bolkestein is in zekere zin onderbelicht gebleven. Volgens het Paroolverslag ging hij minder ver in zijn stellingname dan Wim van Rooy, maar kwam met de uitspraak:


''In plaats van ons bezig te houden met een beschouwing van de islam is het beter om te kijken naar het gedrag van moslims.''

Dit is echter een zéér vergaande uitspraak! En dat het niemand opvalt, illustreert hoe ver het debat zich al heeft ontwikkeld.

De politieke basis van een partij als de PVV is, dat men zich richt tegen de islam, maar niet tegen de moslims. De reden hiervan is heel simpel: als men zich zou afzetten tegen 'de moslims', dan ligt het verwijt van discriminatie direct klaar, en dat is dan ook niet onterecht. Het is in het geheel niet eenvoudig te spreken over 'de moslims', zonder stigmatiserend te worden. Waarschijnlijk is het zelfs onmogelijk.

Dat deze uitspraak van Bolkestein vrijwel ongemerkt passeert, toont, dat er een omslag in het denken over de gehele problematiek plaatsvindt.

Het debat over de immigratie en integratie-problematiek heeft zich dusdanig ver ontwikkeld, dat men er eigenlijk niet langer aan ontkomt specifieker te worden, omdat we zullen moeten toegeven dat niet alle volgelingen van de islam over één kam te scheren zijn. Dat we dit punt bereikt hebben is winst, maar wie de weg er naar toe nauwkeurig bestudeert ziet hoe lang en omzichtig de term 'de moslims' krampachtig is vermeden.

De goede bedoelingen achter de antidiscriminatiewetgeving hebben het lang onmogelijk gemaakt de problemen te benoemen. Nu is echter het punt bereikt dat dat niet langer gaat, zonder de goede mohammedanen te kort te doen.

Wie die goede mohammedanen zijn, is het volgende probleem, en juist die discussie is gevaarlijk. Evenals het gevaarlijk is, alle mohammedanen over één kam te scheren, is het onmogelijk het debat te beperken tot de overlast die we hebben van ongedisciplineerd tuig met een moslimachtergrond. Want het probleem is wel degelijk geworteld in de islam, en de culturele achtergrond van een groot deel van zijn aanhangers.

Het benoemen van het probleem is essentieel voor het formuleren van een oplossing. Eén van de zaken die zeker zal moeten worden aangepakt, is de agressie die onder de vlag van de islam de opvoeding van de nazaten van de islamitische immigranten binnensluipt. Dat die verbonden is met een religieus element van meerderwaardigheidsgevoelens waarvoor in brede maatschappelijke zin geen erkenning gevonden wordt, is een zorgelijk fenomeen. De aangewezen weg lijkt te lopen via de moskee, maar die weg is de afgelopen twintig jaar onbegaanbaar gebleken.

Wat een extra handicap blijkt is de gebrekkige ambitie bij een groot deel van de mannelijke nakomelingen van de immigranten. Waar de meisjes een inhaalslag realiseren, blijft het overgrote deel van de jongens hangen in een misplaatst superieur zelfbeeld. Omdat deze zelfgenoegzaamheid ten opzichte van de meisjes cultureel gestimuleerd wordt binnen de eigen groep, ontstaat hier een steeds grotere kloof binnen deze bevolkingsgroep als geheel.

Hier moet radicaal een einde aan worden gemaakt, en dit kan alleen maar op pijnlijke wijze, door een doelbewuste politiek tegen dat gewraakte zelfbeeld te voeren. Dat zal verre van makkelijk zijn, en veel maatregelen die denkbaar zijn, zijn tevens stigmatiserend voor deze mannelijke nakomelingen van de immigranten. Waar nog aan moet worden toegevoegd dat het weliswaar voor een heel groot deel van deze groep nodig is, niet voor allemaal.

vrijdag 17 december 2010

Kunst? Ego!



We zijn decadent. Het is een beetje een goedkoop openingsstatement, maar ik houd van helderheid. De decadentie is overal om ons heen terug te vinden: in onze verkrampte maatschappelijke ordening, in de hysterische wijze waarop onze rechtsspraak tracht absolute waarheden te realiseren die slechts bestaan in een illusoir paradijs dat ons nooit zal geworden, en in de kunsten die een reflectie zouden moeten zijn van onze idealen. Er is meer, natuurlijk. Ons leven is er mee doordesemd, zodanig, dat we het ons nog zelden bewust zijn.

Op bijna onmerkbare wijze werd ik uit mijn sluimer gewekt door een artikeltje achter op het NRC Handelsblad van gisteravond. Het is lang geleden dat ik op die krant geabonneerd was, en ik mis haar niet. Behalve wellicht om de stukjes op de achterpagina, waarop ooit de fine fleur van de Nederlandse columnisten zich verzamelde. Ooit.

Het was aldus met enige weemoed dat ik me liet leiden naar die plek waarop een zeer lezenswaardig stukje van Gerrit Komrij stond. Hij had een negatieve mening over het blije van alledag, waarbij ik slechts instemmend kon knikken. Komrij begrijpt het.

Nu ik er toch was, bekeek ik de rest: in Amsterdam-West wordt een beeldhouwwerk geplaatst. Nu is de oorsprong van het beeldhouwen de substantiëring en meerdere glorie van het goddelijke, en lang was dat haar enige functie. Met de opkomst der beschavingen voelden ook de heersers daarvan zich voldoende god in eigen land om zich ook via steen te laten verheerlijken voor het nageslacht. Zo doende ontstond de vergoddelijking van de mens in steen, maar nog steeds was het een eerbetoon. Beeldhouwers lijken het nog steeds zo te zien, de werken van iemand als Rodin, en met hem vele anderen, stralen dat uit.

In het begin van de 20e eeuw begon het perspectief te kantelen, en kreeg ook het abstracte zijn plaats in de beeldhouwkunst. Het is niet gemakkelijk het abstracte te verbinden met een religieus eerbetoon, en dat gebeurde dan ook steeds minder. De beeldhouwkunst raakte los van zijn wortels. De kunstenaars lijken nog nauwelijks te beseffen wat hun wortels zijn. Ik chargeer, natuurlijk, maar met voldoende reden om zulks te rechtvaardigen.

Terug naar Amsterdam-West. Het liefst een beeld met het Ajax-logo, wilden de jongeren in de probleemwijk waar het beeld zou komen te staan. Die jongeren snapten het. Iets wat je belangrijk vindt, iets dat je wilt eren. Het beeld kwam in hún park, ze zouden er ook bij gaan helpen, in de gedachte dat ze zo meer betrokken zouden raken bij het wel en wee van de buurt.

Maar het werd dus een beer.

Een betonnen beer van tien meter hoog, met een kussen onder zijn arm.

De jongens hebben hun inspraak gehad, en de kunstenaar heeft met hen gesproken. Niet dat de kunstenaar de jongens heeft weten te overtuigen: er was een budget, er was een plek, er was een kunstenaar. Dat was genoeg. De jongens deden niet meer mee. Dat vindt de kunstenaar niet erg, want het gaat om wat híj vindt. Nu.

In het artikeltje vinden we nog wat zelfgenoegzaam gepruttel over buurtbewoners die soms komen kijken. Alsof ze er omheen zouden kunnen, midden in hun wijk. Nu staat er in zijn naaktheid het in beton gegoten opgeblazen ego van deze moderne kunstenaar, die nog steeds iets goddelijks denkt te verheerlijken. Namelijk zichzelf.

Het is jammer dat er zo'n grote speld voor nodig is om een tien meter hoge beer van beton te vernielen, want de aanvechting broeit in mij. En ik ben er zeker van dat de jongens uit die buurt me graag zouden helpen. Al was het maar als uiting van hun cultuur.

maandag 29 november 2010

Onderzoek journalistiek door Artikel7 van start gegaan




Zo de kop is er af.

Onderstaande brief is vanmiddag verzonden aan alle politieke journalisten in Nederland, of hun redacties. Hij spreekt voor zich, neem ik aan.

Dit is in de eerste plaats hier neergezet zodat de lezers van A7 kunnen volgen hoe we dit doen, zodat ze een beeld hebben van wat er gebeurt als er plotselinge onaangenaamheden van zouden komen.

Na vrijdag 10 december gaan we er pas over publiceren, of we het voor elkaar krijgen om al in dat weekend een voldoende zorgvuldige analyse te leveren, dan wel dat we pas de maandag daaropvolgend kunnen publiceren, dat zullen we af moeten wachten.



L.S.,


Dit bericht is voor uw redacties bestemd, maar daarvan blijkt een mailadres niet eenvoudig beschikbaar.


Ik verzoek u onderstaand bericht door te geven aan de redactie van BNR-programma's voor zover van toepassing.



L.S.,



In het licht van het debat over de geloofwaardigheid en integriteit van ons politiek systeem, is RTL-Nieuws drie weken geleden een onderzoek gestart waarbij men álle Tweede Kamerleden een aantal concrete vragen over een mogelijk strafrechtelijk verleden heeft voorgelegd.



Artikel7.nu vraagt vandaag uw aandacht voor het onvermijdelijke vervolg daarop: een onderzoek naar partijpolitieke bindingen en mogelijke strafrechtelijke veroordelingen van politiek journalisten, commentatoren, nieuwsanalisten en hun hoofdredacties.



Wij gaan er van uit dat u de logica van deze stap zult inzien, zowel parlementariërs als journalisten zijn immers exponenten van het publieke debat èn de onmiskenbare controle van de overheid. Als voor de eerste groep een dergelijke controle als door RTL-Nieuws redelijk is, is zij dat voor de tweede groep evenzeer.



Wij hopen dat u van harte zult meewerken.



Bijgaand treft u een vragenlijst aan, waarvan wij hopen dat u zult bevorderen, dat uw medewerkers waar het hier om gaat, ons die voor vrijdagmiddag 10 december aanstaande ingevuld zullen retourneren.



Hoewel wij ons kunnen voorstellen dat het uw voorkeur heeft de gegevens centraal in te zamelen en aan ons te doen toekomen, hebben wij geen bezwaar tegen het ontvangen van individuele gegevens, mocht een groep van uw medewerkers bezwaar hebben tegen het openbaar maken van de data waarom wij u verzoeken.



Wij verzoeken u ons de gegevens toe te sturen op Juvenalis@live.nl



Onderstaand vindt u een lijst met de namen van uw medewerkers die onze lezers dit weekend konden achterhalen. Het is geenszins onwaarschijnlijk dat deze lijst incompleet is, maar wij rekenen op zowel uw sportiviteit als begrip voor het belang van deze zaak om ons verzoek over te brengen aan alle medewerkers waarom het in dit verband gaat. Voor de volledigheid sommen wij die hier op op basis van functie:





Politieke journalisten, Hoofdredacties, Commentatoren, Politiek columnisten, Chef Nieuwsdienst, Bureauredacteuren mediaprogramma's, Presentatoren mediaprogramma's



Dit verzoek doen wij aan alle landelijk opererende kranten en media die geacht worden tot de zogenaamde Main Stream Media te behoren. Geen correspondenten, geen free-lancers. Het gaat ons zoals u zult begrijpen in de eerste plaats om de gegevens van mensen die primair

verantwoordelijk zijn voor ontwikkeling en behandeling van het dagelijkse (politieke) nieuws.



Met vriendelijke groet, en hopend op uw medewerking,


Redactiecoördinator Nieuws & Opinieblog Artikel7.nu Artikel7.nu@gmail.com







************************************************************************************************************************



Brief en vragen voor de betreffende medewerkers:



Geachte heer, mevrouw



Vandaag is Artikel7.nu begonnen met een onderzoek naar het strafrechtelijk verleden van politieke journalisten en opiniemakers. Wij wenden ons nu tot u met het verzoek of u bereid bent mee te werken aan het beantwoorden van een aantal persoonlijke, indringende vragen, die te maken hebben met uw persoonlijke verleden.



De directe aanleiding is het maatschappelijk debat over het strafrechtelijk verleden zoals dat is aangezwengeld oor RTL/nieuws op 18 november jongstleden. Hierdoor ligt de indringende vraag op tafel welk verleden journalisten die zich professioneel met politieke zaken bezig houden, en of dat verleden op enigerlei betekenis heeft voor het werk en de geloofwaardigheid van journalisten en de redacties en het systeem waar zij deel van uit maken.



Wij realiseren ons terdege dat deze vraag raakt aan een belangrijk uitgangspunt+ het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Tegelijk is evident dat deze vraag niet los kan worden gezien vanwege de hoge morele normen, waarden en standaarden die door de Nederlandse journalistiek blijkbaar worden nagestreefd, en die door veel redacties en landelijke media worden uitgedragen, sinds het politieke debat over de stabiliteit en de geloofwaardigheid van het kabinet´, in de Tweede Kamer.



Vrijwel alle landelijke media middels berichtgeving duidelijk hebben laten merken hoe belangrijk men dit vindt, en dat er een relatie is tussen persoonlijk handelen en openbaar functioneren - dat wil zeggen: journalistieke geloofwaardigheid. Daaraan is toegevoegd dat rekrutering en screening een zaak is van redacties en media zelf: “het is aan u zelf om u te verantwoorden naar uw lezers.” Zonder feitelijke, correcte informatie in het publieke domein over een eventueel strafrechtelijk of met belangen verstrengeld verleden is dat ons inziens echter een fictie, en wordt uw werk daarmee inhoudsloos.



Nu het evident is dat de media journalistiek zulk een hoge borst opzetten, moet ons inziens de vraag onder ogen worden gezien hoe op een zorgvuldige, integrale wijze de lezer en kijker deze informatie kan worden gegeven. Artikel7.nu probeert dat onderzoek te objectiveren, en in redelijkheid te komen tot een overzicht van relevante feiten, zodat ook daadwerkelijk transparantie wordt betracht.



Vandaar dat wij U onderstaande vragen stellen, met het verzoek of u die vragen uiterlijk vrijdag 10 december kunnen zijn beantwoord. Het staat uw redactie uiteraard vrij onze vragen niet te beantwoorden, maar wij menen dat een volwassen debat gevoerd zou moeten worden op grond van feiten, en dat het aan ieder afzonderlijk is zich een mening te vormen over de feiten.



Wij nemen ons voor de feitelijke informatie integraal, op één moment, per medium op onze website te publiceren, en daarover te berichten in onze nieuwskolommen. Ons uitgangspunt is dat we feitelijk en zakelijk berichten over de uitkomsten, waarbij recht wordt gedaan aan de codes van hoor en wederhoor. Wij staan daarbij uiteraard open voor uw inbreng, met het oog op een zorgvuldige belangenafweging.

***********************************************************************************************************************



De vragen die wij u willen stellen zijn:



- Bent u ooit veroordeeld voor een strafbaar feit, en zo ja, wanneer, waarvoor en welke sanctie is opgelegd? (niet zijnde snelheidsovertredingen binnen Wet Mulder en parkeerboetes)



- Hebt u ooit een tuchtrechtelijke berisping,/veroordeling gekregen, en zo ja, waarvoor, wanneer en welke sanctie is opgelegd?



- Indien sprake is van een van bovenstaande feiten, heeft u dat bij uw aanstelling of tijdens uw werkzaamheden gemeld? Zo nee, waarom niet?





- Heeft u persoonlijke schulden van een dusdanige omvang dat deze uw objectief functioneren zouden kunnen belemmeren?





- Bent u lid van een politieke partij, en zo ja, welke, en hoe actief bent u daar in?



- Heeft u geregelde of ongeregelde, betaalde of onbetaalde, nevenwerkzaamheden die voorvloeien uit, of samenhangen met, uw werk als politiek journalist, of daar binding mee hebben?



- Indien u een van beide direct voorgaande vragen positief heeft beantwoord, is uw werkgever daarvan op de hoogte?



- Indien u deze vragen niet wilt beantwoorden, wilt u dan alstublieft aangeven waarom niet? U mag ook uiteraard aangeven waarom u de vragen wèl beantwoordt.



Wij verzoeken u uw beantwoording te sturen naar: Juvenalis@live.nl



Als wij vrijdag 10 december 12.00 uur geen bericht van u hebben ontvangen, gaan wij er van uit dat u de vragen niet wilt beantwoorden. Wij zullen contact opnemen met uw hoofdredacteur en de directie van uw medium om te zien hoe de beantwoording van onze vragen het beste kan worden afgehandeld.





In afwachting van uw antwoord,



Namens de redactie van Nieuws & Opinieblog Artikel7.nu,





Hoogachtend,





Redactiecoördinator


Tot ons genoegen kan ik zeggen dat de eerste reacties al binnen zijn. Uit de aard der zaak niets spectaculairs, en zoals gezegd, ná 10 december hoort u er meer over.

Journalisten en parlementariërs schelen niet zo veel



De taak van parlementariërs en journalisten vertoont grotere overeenkomsten dan we wel eens beseffen. Beiden controleren de macht: parlementariërs door het werk van de regering kritisch tegen het licht te houden en waar nodig te corrigeren, journalisten door het werk van de overheid kritisch tegen het licht te houden, er over te berichten en waar nodig kritische kanttekeningen te plaatsen.

Om die reden is het niet heel vreemd dat er een zekere overloop tussen beide groepen bestaat, al is het vrijwel uitsluitend eenrichtingsverkeer van de journalisten naar de rangen van de volksvertegenwoordigers. Maar dat zal zeer beslist ook met de riantere beloning van parlementariërs te maken hebben. Maar ook dat men, eenmaal ingewijd op een bepaald niveau, niet zonder het gevoel van verraad te plegen terug kan gaan naar onderzoeksjournalistiek: er zou een geurtje omheen blijven hangen.

Overigens hoeft de terugkeer uit de politieke sfeer niet te betekenen dat een terugkeer in de rangen van de journalistiek geheel uitgesloten is. Het grote voorbeeld op dit moment daarvan is Frits Wester, de bekende commentator van RTL-nieuws, die in een eerder stadium van zijn loopbaan als voorlichter werkzaam was bij het CDA.

Het is daarom wel opvallend dat het juist RTL-nieuws was, dat vorige week een Doos van Pandora opende door alle Kamerleden te bevragen over hun eerdere bestaan vóór zij volksvertegenwoordiger werden, zulks naar aanleiding van de commotie rond de leden van de PVV-fractie.

De vraag in hoeverre dat relevant is voor hun functioneren als Kamerlid moet worden beantwoord met: vrijwel niet. Het enige argument dat er voor zou kunnen pleiten, is als er feiten bekend zouden worden die van invloed zouden kunnen zijn op het stemgedrag van Kamerleden bij wetgeving, of bijzondere vertrouwenskwesties. Dat alles heeft niets van doen met niet-politiek gebonden misstappen in een eerder bestaan, hoe walgelijk deze ook zouden kunnen zijn.

Wel is er de kwestie welk beeld een fractie zou uitdragen als zij zich bevolken zou met zware criminelen, maar hiermee begeven we ons op het vlak van de politiek zelve. Als de politici van andere partijen dit hadden aangezwengeld had er een politieke debat kunnen ontstaan over wenselijkheid van voorgeschiedenis van parlementariërs, en waar grenzen te trekken. Als onderdeel van het duw- en trekwerk binnen de politieke arena was er geen commentaar op mogelijk geweest, en hadden de media er op hun eigen wijze verslag van kunnen doen.

Maar wat de afgelopen week het meest opviel, was dat de media zich stortten op dit onderwerp, waarbij collega-politici van aan de kaak gestelde parlementariërs zich beperkten tot afkeurende geluiden, die een sterk verplicht ritueel karakter hadden. De drijfjacht zoals die zich openbaarde was in eerste instantie een product van de media.

Zoals ik in mijn openingsalinea al stelde, is er een grote overeenkomst tussen de taak van een parlementariër en die van een politiek journalist. Dat maakt het onvermijdelijk, dat als journalisten zich ongegeneerd op het politieke vlak begeven, dat ook aan hen dezelfde vragen en eisen als aan parlementariërs kunnen èn moeten worden gesteld.

Was dit tot een jaar of tien geleden vrijwel een onmogelijkheid, doordat de burgers van dit land zich noodgedwongen moesten beperken tot wat de media ons wilden tonen, tegenwoordig is er het internet, en meer specifiek, de blogosfeer. Waar de media hun kerntaken laten versloffen, zullen de blogs het gat onvermijdelijk vullen. Dit toon zich al enige tijd in het ontstaan van nieuws en opiniesites, niet allen zoals Artikel7, maar ook sites als Sargasso, Dagelijkse Standaard en natuurlijk GeenStijl.

De conclusie die getrokken moeten worden uit bovenstaand verhaal ziet u vandaag terug op deze site. Als journalisten parlementariërs de maat gaan nemen, kan het niet anders dan dat de blogs de (politieke) journalisten en hun bazen de maat gaan nemen. Dat is een democratische noodzaak.

woensdag 24 november 2010

Religies & samenlevingen



Religie is de spiegel van de samenleving. Dat bedoel ik zoals ik het hier opschrijf. Letterlijk. Het doet er in dat verband werkelijk niets toe of een lid van een samenleving in de god(en) van deze religie gelooft, de dogma's accepteert dan wel een diametraal godsbeeld aanhangt: als lid van de maatschappij die de heersende religie weerspiegelt, zal hij voor leden van een andere cultuur en ander religieus paradigma direct herkenbaar zijn als iemand uit die bepaalde maatschappij.

Als ik dat op mezelf toepas, betekent dat, dat ik voor een Syrische mohammedaan herkenbaar ben als christen. Dat, terwijl ik niet eens atheïst genoemd kan worden, omdat daar een te sterk element van afzetten tegen gelovigheid zit. Zonder religie geen atheïsme. Goddeloos zou mij vermoedelijk nog het best omschrijven, in religieuze zin ben ik blanco. De oorzaak ligt in een te late kennismaking vermoed ik zelf; ik herinner me nog levendig mijn belangrijkste emotie toen het concept godsdienst me in zijn volle omvang duidelijk werd: verbazing. Desalniettemin ben ik cultureel een christen.

Varkensvlees
Religies zijn ooit ontstaan als methode om de wereld en de maatschappij te verklaren, te regelen en kaders te stellen. Een aantal van die regels betreft moraal, maar er zijn ook praktische elementen die hun weg in taboes en verboden hebben gevonden. Het niet mogen eten van varkensvlees, om een voorbeeld te noemen, heeft een praktische kant. Het is niet zo algemeen bekend, maar het rauw eten van varkensvlees is bijzonder ongezond. Je kunt er makkelijk ziek van worden. Daarom moet het helemaal gaar zijn om geschikt te zijn voor consumptie. Rundvlees daarentegen kun je in grote hoeveelheden rauw verslinden zonder dat het problemen oplevert.

Het voorbeeld van het varkensvlees verklaart uitstekend waarom zowel joden als mohammedanen geen varkensvlees mogen eten. In hun oorspronkelijke kerngebied waren voldoende alternatieven, en de warmte maakt het eten van varkensvlees een extra gevaarlijke factor.

Voedselvoorschriften
In Europa werd ten tijde van de verbreiding van het christendom al veel varkensvlees gegeten; de Romeinen sloegen het als vleessoort hoger aan dan rundvlees: meer smaak. Het christendom accepteerde uit praktische overwegingen het eten van varkensvlees, en toont daarmee ook de wederzijdse beïnvloeding van maatschappelijke werkelijkheid en religieuze dogma's.

Het christendom heeft in zijn voedselvoorschriften nooit een heel strakke regie gevoerd, en waar zij dat toch deed, was het in de eerste plaats verbonden met rituelen en praktische overwegingen. Een concreet voorbeeld van het laatste is de periode van vasten die de katholieke kerk haar volgelingen voorschreef. Deze valt precies in de tijd van het jaar dat de laatste wintervoorraden worden opgemaakt, en er nog niet voldoende voedsel groeit om de bevolking naar behoren te voeden.

Evolutie en aanpassingsvermogen
Kenmerkend voor het christendom, is dat het zich in zijn voorschriften en dogma's altijd flexibel heeft getoond wat betreft de veranderende maatschappelijke werkelijkheid, al nam het daar dan weer wel ruim de tijd voor. Aldus bleef het een spiegel van de maatschappij waarvan zij deel uitmaakte: meebewegend, vaak remmend, maar nooit een onoverkomelijke hindernis.

De acceptatie van de toenemende scepsis tegenover godsdienstigheid sinds de Verlichting is daarvan het ultieme bewijs. Dat het centrale dogma van het christendom Liefde is, zal daartoe beslist hebben bijgedragen. De ruimte die onze maatschappij voor andersdenkenden laat werd aldus weerspiegeld in het religieuze bewustzijn. Tolerantie is een maatschappelijk dogma geworden.

Islam
Ook de islam is een weerspiegeling van de samenlevingen waar zij domineert, maar in tegenstelling tot het Westerse christendom is zij er in geslaagd maatschappelijke veranderingen te buigen naar haar leerstellingen. Het resultaat is een maatschappelijke verstarring. Dit heeft heel lang goed gewerkt, omdat de islam zich niet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de RK kerk (Galileo Galileï etc.), heeft vastgelegd op hoe de wereld er uit zag, maar op hoe de gelovigen er mee om dienden te gaan. Maar dat liet onverlet dat de maatschappelijke structuur niet voor discussie vatbaar was.

Een tweede handicap voor aanpassingsvermogen van de Islam is het ontbreken van een centraal geestelijk gezag, dat in staat is veranderingen van maatschappelijke aard te sanctioneren. De concessies die het katholicisme middels pauselijke encyclieken door de eeuwen heeft gedaan aan de werkelijkheid waarmee ze werd geconfronteerd, hebben de voorwaarden geschapen voor verdergaande ontwikkelingen. De islam, met zijn decentralisatie en vertrouwen op lokale jurisprudentie, gekoppeld aan de rigiditeit wat betreft het aanpassen aan sociale ontwikkelingen, was daarom niet klaar voor de steeds snellere maatschappelijke veranderingen die haar in de 20e eeuw bestormden. Haar traditionele reactie, verzet, zorgt door de kracht van de aanstormende veranderingen voor grote sociale onrust. Het wereldbeeld van deze mensen vertoont grote scheuren die men niet wenst te zien, laat staan accepteren.

De immigranten
Wat op valt aan de mohammedanen die de afgelopen decennia naar Europa geëmigreerd zijn, is dat zij zich deels hebben aangepast aan onze maatschappelijke dogma's van tolerantie voor andere opvattingen, en deels weigeren zich er aan te conformeren. Dat is eigenlijk opmerkelijk, want het is een grote stap van een maatschappij die zich verzet tegen verandering en vasthoudt aan dogma's en leerstellingen die 1400 jaar oud zijn, naar een maatschappij als de onze. Een cultuurshock doet mensen niet zelden teruggrijpen naar voorvaderlijke waarheden, en dat zien we bij grote groepen immigranten dan ook gebeuren.

De immigranten die zich wel hebben aangepast aan de in West-Europa geldende normen en waarden worden in discussies vaak gematigde moslims genoemd. Dit is misleidend, en feitelijk onjuist. Vanuit het perspectief van het mohammedaanse geloof zijn zij afvalligen, omdat hun wereldbeeld eerder christelijke waarden weerspiegelt dan die van de islam. Wie zich aanpast op een zodanige wijze dat hij of zij ons christelijke normen en waarden-stelsel omarmt, is cultureel christelijk aan het worden. Dat is fundamenteel strijdig met het geloof en de cultuur van het land van herkomst.

Godsdienstige evolutie
Op de keper beschouwd is het mohammedanisme een filosofisch systeem waaraan geen wijzigingen mogen worden bewerkstelligd. De Koran, als zijnde het woord van God, laat daartoe geen ruimte. Het is in dat opzicht ook onzinnig om te spreken over een toekomstige judeo-christelijk-mohammedaanse cultuur als mogelijke resultante van de immigratie. Dit impliceert een samensmelting die strijdig is met het maatschappelijke model van islamitische culturen. Het christendom is daartoe wel degelijk in staat, al zou het gevolg maatschappelijk als degeneratie moeten worden beschouwd.

Maar vanuit mohammedaans perspectief is een samensmelting een filosofische onmogelijkheid. Het gaat in tegen het wereldbeeld van de islamitische maatschappij, omdat verandering vanuit religieus perspectief uitgesloten is, en er niemand met voldoende religieus gezag is om die verandering te bewerkstelligen. Mocht het echter toch plaatsvinden, dan zal de verschijningsvorm er van zodanig afwijken van wat nu gewoonlijk als kenmerkend wordt beschouwd voor de islam, dat men met recht zal kunnen spreken van een nieuwe godsdienst.

Dit is op zich niet zonder precedent: het oorspronkelijke christendom zoals dat tot circa 350 na Christus gepraktizeerd werd lijkt maar heel weinig op wat wij tegenwoordig met die term omschrijven. De eerste christenen zouden onze religieuze gebruiken en dogma's niet of nauwelijks herkennen, en eerder zien als een travestie van hun geloof. Het christendom had echter als voordeel dat het geen remmingen had zich aan te passen aan afwijkende culturele omstandigheden. De islam heeft op dit punt een fundamenteel (sic!) probleem.

Een maatschappij wordt weerspiegeld in de opvattingen van de dominante religie. Het christendom en de islam zijn dusdanig verschillend, dat zij niet langdurig naast elkaar kunnen staan, op straffe van een schizofrene splijting van de maatschappij. De Europese uitdaging van de 21e eeuw is de opvattingen van de islam terug te brengen tot religieuze leerstellingen, die de heersende opvattingen van de judeo-christelijke cultuur in Europa accepteren. Dat daarover niet licht mag worden gedacht lijkt me hierboven voldoende duidelijk uiteengezet.